Na dood Britse agenten; Overleg met Sinn Fein afgebroken

LONDEN, 17 JUNI. De regeringen van Groot-Brittannië en Ierland hebben hun pogingen om het vastgelopen Noord-Ierse vredesproces weer vlot te trekken gisteren voorlopig gestaakt na de moord op twee politieagenten in Noord-Ierland.

De twee agenten die in het plaatsje Lurgan, ten zuidwesten van Belfast, wandelend hun ronde deden, werden van dichtbij in het achterhoofd geschoten door twee verklede terroristen. Dat gebeurde op klaarlichte dag, vlakbij het politiebureau, terwijl kinderen op straat liepen te spelen.

De verantwoordelijkheid werd twee uur later opgeëist door de IRA, het verboden Ierse Republikeinse Leger. De dubbele moord is de meest bloedige actie sinds de terreurorganisatie in februari vorig jaar met een bomaanslag op de Londense Docklands een eind maakte aan achttien maanden staakt-het-vuren. De meeste andere acties waren gericht op het veroorzaken van zoveel mogelijk materiële schade in Engeland.

De moord komt op een moment dat Noord-Ierland leek af te stevenen op een nieuwe vredespoging maar ook bedreigd wordt door een geweldsgolf omdat het jaarlijkse marsseizoen begint. In de zomermaanden trekken in Noord-Ierland ruim 3.000, voornamelijk protestantse, optochten door de straten wat op een aantal plaatsen op grote weerstand stuit van katholieken. Vorig jaar leidde een confrontatie bij de kerk van Drumcree tot ernstige ongeregeldheden.

De regeringsleiders van Groot-Brittannië en Ierland die in Amsterdam zijn voor de Europese top, veroordeelden de moord gisteren in zware bewoordingen. De Ierse premier John Bruton bekritiseerde vooral Gerry Adams, voorzitter van Sinn Fein, de politieke vleugel van de IRA. Een verklaring van Adams dat hij de doden betreurde, bestempelde Bruton als “de woorden van een wezel”.

De Britse premier Tony Blair zei dat er “vanzelfsprekend” geen sprake kon zijn van nieuwe ontmoetingen tussen Sinn Fein en vertegenwoordigers van de Britse overheid. De Labourregering had juist op ambtelijk niveau het overleg met Sinn Fein hervat dat vijftien maanden lang had stilgelegen. Die versoepeling maakte onderdeel uit van een initiatief om de IRA weer tot een staakt-het-vuren te bewegingen. De Britse minister voor Noord-Ierland, Mo Mowlam, had aangekondigd dat ze binnen een jaar wilde proberen te komen tot een politieke regeling voor de provincie.

“Het is moeilijk deze laatste aanslag anders uit te leggen dan als een signaal dat Sinn Fein en de IRA niet geïnteresseerd zijn in vrede en democratie, en de voorkeur geven aan geweld”, zei Blair. Door de dubbele moord op de politieagenten komt ook het staakt-het-vuren van de loyalistisch terreurorganisaties in Noord-Ierland, die zich sinds oktober 1994 nog gedeisd houden, opnieuw onder druk.