Mishandeling van vrouwen: onzichtbaar en duur

Politie en hulpverlening weten zich vaak geen raad met geweld tegen vrouwen in een relatie. Toch geven zij er jaarlijks miljoenen guldens aan uit. Bestrijding van een onzichtbaar probleem.

ROTTERDAM, 17 JUNI. Voor het eerst hebben onderzoekers een poging gedaan de schade van mannelijk geweld binnen relaties uit te drukken in guldens in plaats van in aangrijpende leedverhalen. Ernstige mishandeling van vrouwen door hun (ex-)partner kost de Nederlandse samenleving zo'n 332 miljoen gulden per jaar, blijkt uit het gisteren verschenen rapport 'Economische kosten van thuisgeweld tegen vrouwen', gemaakt in opdracht van de stichting Vrouwenopvang. De vraag is wat dit gegeven toevoegt aan alle voorafgaand onderzoek. Was niet iedereen er toch al van overtuigd dat geslagen vrouwen hulp nodig hebben en dat het not done is om je vrouw te slaan?

Criminoloog R. Römkens vindt het nieuwe onderzoek verre van overbodig. Eind jaren tachtig toonde zij in haar proefschrift aan dat een op de tien Nederlandse vrouwen ooit te maken krijgt met ernstig geweld binnen een relatie. “In bijvoorbeeld de Verenigde Staten heerst veel meer dan hier een publiek besef dat het een ernstig probleem is. Ik heb het idee dat wij er moeilijk aan willen, dat het in ons geciviliseerde landje met sommige dingen droevig gesteld is.” Ook vloekt het onderwerp met de mentaliteit van de jaren negentig, meent Römkens. “Het is niet meer bon ton om te wijzen op structurele factoren die mensen belemmeren in hun ontplooiing. Het is de tijd van de nieuwe weerbaarheid.”

De economische benadering haalt vrouwenmishandeling in elk geval uit de beladen sfeer van Blijf-van-mijn-lijfhuizen en radicaal feminisme, die er sinds de jaren zeventig omheen hangt. Criminoloog A. van den Brandt, een van de auteurs: “Mij viel op dat veel van de mensen die zich met vrouwenmishandeling bezighouden - huisartsen, politie - zich er nog altijd geen raad mee weten. Zoiets komt aan het licht als je de kosten boven water haalt. Je vraagt je af: Wat doen ze met al dat geld?” De onderzoekers schatten dat de politie jaarlijks 21.000 keer in actie komt na een melding van geweld tussen partners en dat 25.000 vrouwen per jaar wegens mishandeling een beroep doen op de huisarts. In totaal zouden per jaar ongeveer 211.000 vrouwen tussen de 15 en 60 jaar slachtoffer worden van mishandeling door hun (ex-)man of vriend.

De cijfers zijn voorzichtige schattingen, bij zowel politie en justitie als de hulpverlening ontbreken nauwkeurige gegevens. Vrouwenmishandeling gaat vaak de justitiële dossiers in als 'huisvredebreuk' of 'vernieling', ook al omdat er geen apart wetsartikel voor bestaat. Volgens Transact, het landelijk centrum ter bestrijding van seksueel geweld, blijft zo het werkelijke probleem verhuld en gebeurt er niets om het geweld te beëindigen. Ook huisartsen zouden hier volgens Transact meer aan kunnen doen, bijvoorbeeld door patiënten te wijzen op de juridische mogelijkheid van een straat- of contactverbod. In een reactie op het rapport pleit Transact onder meer voor betere scholing van politie en huisartsen op dit punt en voor een uniforme registratie van het delict.

De Utrechtse politie is daar drie jaar geleden al mee begonnen. Bij systematische registratie bleek het aantal gevallen van vrouwenmishandeling in Utrecht te stijgen van 460 tot 1.350 per jaar. In ernstige zaken onderneemt de Utrechtse politie nu actie tegen de dader, ook als de vrouw geen aangifte doet. Andere delen van het land kennen deze benadering nog niet. Als in Groningen een vrouw geen aangifte doet houdt voor de politie de zaak op, aldus een woordvoerder van de Groningse politie.

Mede door de houding van justitie, politie en hulpverlening blijft vrouwenmishandeling een onzichtbaar privéprobleem, stelt Transact. De slachtoffers zelf werken daar overigens aan mee. “Hoe hoger het sociale milieu, hoe beter men getraind is om de mishandeling te verbergen”, aldus Römkens. Een vrouw die jarenlang een gewelddadige man verdraagt, hoeft niet te rekenen op begrip. “De meeste mensen denken: 'Als het mij zou overkomen zou ik meteen weggaan',” zegt Römkens. “Ze vergeten dat het besluit om weg te gaan uit een relatie heel pijnlijk is, ook al speelt geweld daarin een rol. Het is heel begrijpelijk dat een vrouw niet al na de eerste, tweede of zelfs derde geweldsuitbarsting besluit uit de relatie te stappen.”

Uiteindelijk gaan volgens Römkens bijna alle mishandelde vrouwen wel weg bij hun man. Meestal zijn ze dan al een paar keer tijdelijk uitgeweken naar vrienden of familie. Slechts drie procent komt terecht in een opvanghuis. Dit zijn vooral allochtone vrouwen die nergens anders terecht kunnen.

Wat brengt een man ertoe zijn vrouw te slaan? Uit Amerikaans onderzoek blijkt volgens Römkens dat daders vaak onzekere mannen zijn die erg afhankelijk zijn van hun vrouw. “Deze mannen hebben de neiging bevestiging af te dwingen. Ze hebben een grote behoefte zich te bewijzen door dominantie en controle van de partner.” De behandeling van daders is volgens haar in Nederland “onderontwikkeld”. “Ik zou het toejuichen als dat wat meer van de grond kwam.” Binnen de hulpverlening zijn al stemmen opgegaan voor de oprichting van Blijf-van-haar-lijf-huizen - opvang voor mannen met te losse handen.