Kruithoorn staakt strijd met krimpende markt

De Nederlandse wapen- en munitiefabriek De Kruithoorn in Den Bosch gaat volgend jaar dicht. Onder druk van teruglopende defensiebudgetten probeerde directeur F. Birkenkamp jaren het hoofd boven water te houden.

DEN BOSCH, 17 JUNI. Met de Europese defensieindustrie is iets flink mis. Dat vindt F. Birkenkamp, directeur van de Bossche munitiefabriek De Kruithoorn, die in de loop van volgend jaar haar deuren moet sluiten. De ontspanning tussen Oost en West, na de val van de Berlijnse Muur in 1989, leidde tot teruglopende orders voor de wapenindustrie. Reorganisaties en industriële samenwerking werden urgent. Maar industrie en politiek reageren te langzaam op deze ontwikkeling.

Zo maakt nog steeds elk NAVO-land zijn eigen munitie, waardoor een te groot aantal producenten elkaar ontmoet op een krimpende markt, aldus Birkenkamp. Ondernemingen die het zelf moeten rooien leggen het af tegen bedrijven die kunnen rekenen op overheidssteun. “Het Franse GIAT draait jaarlijks met grote verliezen, die worden bijgepast door de regering. Dat bedrijf komen wij op de internationale markt weer tegen.”

Volgens Birkenkamp zou het beter zijn als fabrikanten van militair materieel zich per land zouden specialiseren. Bij zo'n specialisatie kan grootschaliger en doelmatiger worden gewerkt dan nu het geval is bij de veelal kleine, noodlijdende defensiebedrijven. Een dergelijke marktverdeling stuit echter op Europese regelgeving en op nationale sentimenten. De directeur hoop dat daar nog eens verandering in komt, maar voor De Kruithoorn zal dat te laat zijn.

De afgelopen jaren probeerde de munitiefabriek in Den Bosch het probleem van de teruglopende orders het hoofd te bieden met een reeks inkrimpingen en reorganisaties. Aan het einde van de jaren tachtig werkten nog een kleine vierhonderd mensen in het bedrijf aan de Zuid-Willemsvaart. Nu zijn dat er 148. De pogingen op kleinere voet verder te gaan bleken vergeefs. Ook de laatste werknemers staan volgend jaar, waarin de onderneming haar vijftigste verjaardag zou vieren, op straat.

In 1948 begonnen drie zonen van notaris Sopers uit Den Bosch met de productie van jachtpatronen. De eerste defensie-order kreeg De Kruithoorn vier jaar later en sindsdien profiteerde het bedrijf van de toenemende wapenwedloop. In 1962 verkochten de eigenaren De Kruithoorn aan het Duitse Quant-concern. Gouden tijden braken aan. Dankzij de Koude Oorlog werd de orderportefeuille dikker en groeide het bedrijf. In de topjaren rond 1970 werkten er zo'n 800 mensen. Toch kwam De Kruithoorn in de problemen, omdat het Duitse moederconcern de winsten afroomde en niet investeerde. In 1975 werd de onderneming verkocht aan het Duitse defensieconcern Rheinmetall.

Deze overname bleek succesvol. Rheinmetall concentreerde de productie van middenkaliber-munitie in Den Bosch en was wel bereid te investeren in onderzoek en ontwikkeling. De Kruithoorn kon zich gaan onderscheiden door zijn penetratoren, een munitieonderdeel dat in staat is om door pantserplaten te dringen. Aan het einde van de jaren zeventig ging de fabriek penetratoren maken voor de nieuwe Leopardtank, en in 1981 ontwikkelde het de munitie voor het Nederlandse luchtafweersysteem Goalkeeper, dat tijdens de Golfoorlog goede diensten bewees. Aan het einde van de jaren tachtig zette het bedrijf tussen 80 en 100 miljoen gulden per jaar om.

Op basis van rooskleurige voorspellingen over de toekomstige defensiebehoefte begon De Kruithoorn in 1987 met de voorbereiding van een miljoenen kostende uitbreiding. Birkenkamp: “Niemand had toen kunnen voorspellen dat de Muur in 1989 zou vallen. Daarna bleken alle eerdere toekomstvoorspellingen slechts papier.”

Het uitbreidingsprogramma, waarin al 19 miljoen gulden was gepompt, werd ijlings gestopt. Birkenkamp wijst op de ontwikkeling van het Duitse munitiebudget. “In 1980 bedroeg dat nog bijna 3 miljard, tegenwoordig is het maar 300 miljoen.” Daarvan ondervond de Kruithoorn, dat met name produceert voor de Duitse en Nederlandse markt, de gevolgen. De omzet kelderde naar 10 miljoen in 1994.

Met wisselend succes probeerde het bedrijf markten buiten Europa aan te boren. Maar defensiebudgetten krompen overal. Zelfs in het Midden-Oosten, ooit het eldorado voor de Westerse wapenindustrie, was minder geld beschikbaar wegens dalende olieprijzen en de dure Golfoorlog. Een order uit Zuid-Korea voor Goalkeeper-munitie, waarop het bedrijf zijn laatste hoop had gevestigd, ging niet door omdat de Zuid-Koreanen besloten hun eigen munitie te maken.

Ook probeerde het bedrijf het nog op de civiele markt. De Kruithoorn produceerde onder meer kasten voor Swatch-horloges, maar ook dit bleek verliesgevend en in 1996 werd de nieuwe divisie verkocht.

Rheinmetall besloot uiteindelijk tot sluiting. Birkenkamp verwijt het Duitse moederconcern niets. De vroegere wapenproducent kampte afgelopen jaren met dezelfde problemen als het dochterbedrijf, maar wist de overstap naar andere markten met meer succes te maken. Tegenwoordig wordt nog maar 25 procent omgezet in de defensiesector. De rest is afkomstig van deautotoeleveringsindustrie, machinebouw en kantoorinrichting. Het bedrijf maakte vorig jaar een omzet van 3,6 miljard mark. Kosten van reorganisaties hielden de winst beperkt tot een magere 45 miljoen.

Rheinmetall heeft geduld gehad met De Kruithoorn, vindt de directeur. “Het concern nam de laatste vijf jaar 31,6 miljoen gulden verlies, maar kan hier niet eeuwig mee doorgaan. De Kruithoorn is geen sociale werkplaats.”

Wel is hij enigszins bitter over de houding van de Industriebond FNV. Vakbondsbestuurder A. Antonis van de FNV liet de pers weten dat de sluiting onverwacht kwam. “Als dat zo is, heeft hij tijdens de halfjaarlijkse besprekingen - waarvan de laatste in april is gehouden - niet goed opgelet.” Birkenkamp vermoedt dat Antonis de media heeft ingelicht over de sluiting. “Toen het personeel op de hoogte werd gesteld van de situatie, hadden we hier 's ochtends al de eerste cameraploeg aan de poort. 's Middags stonden er acht. Wij hebben ze niet gebeld.” De directeur haalt zijn schouders op. “Vakbondsmensen zijn net politici. Zij hebben af en toe reclame nodig.”

Met zijn eigen toekomst na de sluiting van de fabriek zegt Birkenkamp zich niet bezig te houden. “Er valt voorlopig nog voldoende te doen in Den Bosch.” Lopende orders moeten worden afgewerkt, en er moet worden onderhandeld over de toekomst van het personeel. Mogelijk kan een deel van hen aan de slag bij de voormalige Zaanse concurrent Eurometaal, waarin Rheinmetall een belang van 30 procent heeft. Een deel van de productie van De Kruithoorn zal worden verplaats naar Duitsland. Op 2 juli heeft Birkenkamp een afspraak met de bonden, waarbij een draaiboek op tafel moet komen voor de komende maanden.

Een van de twee werkneemsters die in de portiersloge de situatie bespreken heeft haar curriculum vitae al bijgewerkt. De ander vraagt zich af wat er gebeurt met het geld van de personeelsvereniging. “Ik kan me niet voorstellen dat er nu nog een leuk uitje wordt georganiseerd.”