Kabinet: staat niet vervolgen bij overtredingen

DEN HAAG, 17 JUNI. Het kabinet vindt dat de staat niet strafrechtelijk aansprakelijk moet worden gesteld voor overtredingen van bijvoorbeeld de milieuwetgeving. Dat zou leiden tot “ongewenste tegenstellingen binnen de regering”, zo stelt minister Sorgdrager (Justitie).

De minister van Justitie, verantwoordelijk voor het handelen van het openbaar ministerie, zou in dat geval een ander lid van het kabinet moeten aanklagen, omdat de ministers en hun topambtenaren de 'leiding' van de staat vormen. Het Kamerlid Koekkoek (CDA) vindt dat de staat wel strafrechtelijk moet kunnen worden vervolgd, bijvoorbeeld door de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Volgens minister Sorgdrager zijn er voldoende politiek-bestuurlijk instrumenten om het handelen van de staat te controlen.

Tussen kabinet en Tweede Kamer woedt al enige tijd een discussie over de aansprakelijkheid van overheden bij wetsovertredingen. Die ontstond nadat een ambtenaar van de Friese gemeente Boarnsterhim opdracht had gegeven tot het dumpen van vervuild slib in het Pikmeer. Overheden die de wet overtreden bij de uitvoering van hun taken kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd, oordeelde de Hoge Raad. Het kabinet bevestigde dit standpunt onlangs. Voor niet-specifieke overheidstaken kunnen overheden en hun ambtenaren wel degelijk worden vervolgd, vindt minister Sorgdrager.

Ook de vuile-grondaffaire in Nijmegen leidde tot verontwaardigde reacties in de Tweede Kamer. Op grond van de jurisprudentie besloot het openbaar ministerie de gemeente Nijmegen of betrokken ambtenaren niet te vervolgen.

Het college van procureurs-generaal vindt dat de immuniteit van de overheid moet worden opgeheven, zo bleek vorig jaar uit een advies aan minister Sorgdrager. De procureurs-generaal schreven Sorgdrager dat het “maatschappelijk ongewenst” is dat de mogelijkheden tot strafrechtelijke handhaving jegens overheden “zeer beperkt” zijn.

Eén keer is de staat zelf strafrechtelijk aansprakelijk gesteld. Dat gebeurde in 1994 bij de luchtmachtbasis Volkel. In het Volkel-arrest werd bepaald dat het algemeen belang het laten weglekken van grote hoeveelheden vliegtuigbenzine op de luchtmachtbasis rechtvaardigde.

De vraag of de staat zelf strafrechtelijk vervolgd kon worden, werd door de Hoge Raad ontkennend beantwoord. De Hoge Raad wilde aan de bestaande controlemechanismen voor het handelen van de staat niet nog een verantwoording voor de strafrechter toevoegen. Die controlemechanismen zijn onder meer het parlement, de minister, de Algemene Rekenkamer, de nationale ombudsman en de bestuursrechter.