Iron Maze

Iron Maz (Hiroaki Yoshida, 1991, Japan/VS). Veronica, 21.55-23.50u.

De eerste Japanse film die in het westen furore maakte, Akira Kurosawa's Rashomon (1950), heeft veel navolging gevonden. Niet alleen tekende Martin Ritt in 1964 voor de Hollywood-remake als western The Outrage met Paul Newman in de hoofdrol, voor velen is het nog steeds direct duidelijk wat er bedoeld wordt met een 'Rashomon-scenario'.

In Kurosawa's film worden vier deels tegenstrijdige versies van de gewelddadige dood van een samoerai verteld door getuigen, onder wie de geest van het slachtoffer. De clou is dat de waarheid in het midden blijft.

De Japans-Amerikaanse coproductie Iron Maze (1991), geregisseerd door de Japanse (reclame)regisseur Hiroaki Yoshida, is gebaseerd op een van de twee novellen van Ryonosuke Akutagawa, die Kurosawa inspireerden: niet Rashomon, de basis van de raamvertelling, maar Yabu no naka (1927), het stramien van de moord. De belangrijkste afwijking van Kurosawa's film is niet de locatie - dit keer een verlaten staalfabriek in Pennsylvania, waar de zoon van de nieuwe Japanse eigenaar door een Amerikaanse 'bandiet' (Jeff Fahey) of diens minnares (Bridget Fonda), de vrouw van het slachtoffer, belaagd wordt - maar de structuur van het scenario. In hun opeenvolgende getuigenissen aan de lokale politiechef (J.T. Walsh) lijken de betrokkenen steeds dichter de waarheid te benaderen, die volgens Iron Maze, een traditionele whodunit, dus wel kenbaar is.

Veel van de wijsheid van Kurosawa's klassieker gaat dus in deze nieuwe verfilming verloren. Wel aardig is de expliciete verwijzing naar de Japans-Amerikaanse verhoudingen. De burgemeester van het in economische problemen verkerende stadje gaat door het stof voor de Japanners, die een pretpark willen bouwen op de plaats, waar vijftig jaar eerder de wapens voor de Tweede Wereldoorlog gesmeed werden.

Ook de vormgeving van Iron Maze, mede geproduceerd door Oliver Stone en de altijd onverwachte projecten entamerende Edward R. Pressman, imponeert. De verlaten fabriek als mystieke doolhof, gehuld in een blauwig waas, vormt een intrigerende, niet-realistische locatie, terwijl ook Walsh het als laconieke biechtvader goed doet.

Het grootste probleem blijft de herinnering aan Rashomon; lef kan de makers, die die confrontatie aandurfden, niet ontzegd worden.