ING Bank stevent af op wetenschappelijk schandaal

Begin deze maand maakte de ING Bank bekend, de volledige boekencollectie van de Amsterdamse Bibliotheca Philosophica Hermetica per opbod te willen verkopen. Als dit plan wordt uitgevoerd, zal het de geschiedenis ingaan als een wetenschappelijk schandaal, getuigend van een schokkende minachting voor culturele en academische belangen.

Waarom is het behoud van deze collectie zo belangrijk? Vanaf de vroege Renaissance heeft de hermetische traditie zich ontwikkeld in nauwe verwevenheid met het moderniseringsproces van de westerse samenleving. Zoals bekend greep de Renaissance terug op bronnen uit de oudheid, waar men inspiratie vond voor een brede culturele en maatschappelijke vernieuwing. Zo werden de grondslagen gelegd voor onze hedendaagse samenleving. Ook de hermetici uit de Renaissance grepen terug op de oudheid: in dit geval op een verzameling geschriften toegeschreven aan een legendarische wijze, Hermes Trismegistus.

Lange tijd hebben historici er de voorkeur aan gegeven, deze traditie af te schilderen als een onbelangrijke curiositeit: de belangstelling van de hermetici voor zaken als astrologie, magie en alchemie paste immers slecht binnen hun beeld van de Renaissance als de bakermat van de moderne, rationele wereldbeschouwing. Pas de laatste decennia is duidelijk geworden dat dit een vergissing was.

We weten tegenwoordig dat dit raadselachtige hermetische denken een wezenlijke dimensie vormde van de Renaissance, en onlosmakelijk deel uitmaakt van de modernisering van de westerse cultuur. Het beeld van onze eigen geschiedenis zal daardoor nooit meer hetzelfde kunnen zijn. Zo blijkt iemand als Isaac Newton meer te hebben geschreven over alchemie dan over enig ander onderwerp. Een dergelijke combinatie van interesses was eerder regel dan uitzondering.

Hoe wetenschap en rationalisme konden samengaan met magie en mystiek, en hoe deze perspectieven elkaar over en weer hebben beïnvloed, is een probleem dat momenteel onderzoekers binnen verschillende disciplines bezighoudt. Voorlopig bestaan er op dit terrein nog meer vragen dan antwoorden. Het kost onvermijdelijk enige tijd voordat er zich een generatie van onderzoekers heeft ontwikkeld die de hermetische tradities als kernvak bestudeert, en in staat is om de moderne geschiedenis vanuit dat perspectief te benaderen. De snelle ontwikkeling van dit nieuwe academische vakgebied is internationaal gezien echter onmiskenbaar.

Er bestaat nog een andere reden voor de opbloei van academische belangstelling voor de hermetische traditie, en deze maakt duidelijk waarom onderzoek op dit terrein ook van directe maatschappelijke relevantie is. In de hedendaagse westerse samenleving bestaat een toenemende interesse voor niet-kerkelijke vormen van religiositeit. Terwijl lange tijd is verondersteld dat de opkomst van een rationeel-wetenschappelijk wereldbeeld zou leiden tot een terugloop van de religie, blijkt de religie zich eerder bij de veranderde omstandigheden aan te passen door nieuwe en onverwachte vormen aan te nemen. Daarbij blijkt steeds meer nadruk te worden gelegd op de individuele 'innerlijke beleving' in plaats van op instituties en leerstellingen.

Ook deze ontwikkeling maakt deel uit van het moderniseringsproces, en opnieuw blijkt de hermetische traditie daarin een essentiële rol te spelen. Hoewel het hermetische wereldbeeld ingrijpend verschilt van wat tegenwoordig als 'New Age' bekend staat, is het onlosmakelijk verweven met het ontstaan ervan.

Om de nieuwe vormen van religie in onze samenleving te begrijpen, en om succesvol te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen, is het noodzakelijk de fundamentele dynamiek van hun gedachtegoed te doorgronden. Steeds opnieuw blijkt zo'n studie niet goed mogelijk zonder een solide kennis van de hermetische en aanverwante tradities.

De collectie van de Bibliotheca Philosophica Hermetica wordt algemeen beschouwd als uniek. Nergens anders ter wereld bestaat de mogelijkheid om alle fundamentele literatuur van en over de hermetische en aanverwante tradities binnen één institutionele omgeving te bestuderen en onderling te vergelijken. Nederland bezit daarmee binnen haar grenzen een instituut dat voorbestemd lijkt, een sleutelrol te spelen binnen het internationale academische onderzoek op dit terrein. Het eminente wetenschappelijke en maatschappelijk belang daarvan weerspiegelt zich in een snelle toename van academische initiatieven (congressen, monografieseries, boeken en artikelen), en in een groeiende behoefte aan betrouwbare informatie over een gebied dat tot voor kort gold als schimmig en ontoegankelijk.

De ING Bank lijkt het conflict met de heer Ritman ten onrechte op te vatten als een uitsluitend zakelijk en financieel conflict, waarin de waarde van de boekencollectie in strikt economische termen kan worden uitgedrukt. Men verliest daarbij uit het oog dat wie een collectie als deze in zijn bezit heeft, daarmee een serieuze verantwoordelijkheid draagt jegens wetenschap en samenleving.

Een openbare veiling zou betekenen dat de samenhang van de collectie wordt vernietigd, de bestaande infrastructuur wordt opgeheven, en het materiaal opnieuw wordt verspreid over vele collecties waar het deels niet langer voor onderzoek toegankelijk zal zijn. De openbare verkoop van deze bibliotheek staat dan ook gelijk aan een openbare kapitaalvernietiging: een publiek affront jegens wetenschappelijke en culturele belangen, dat internationaal met ontsteltenis zal worden gadegeslagen en becommentarieerd.

De Nederlandse overheid heeft concrete voorstellen gedaan om tot een voor alle partijen acceptabele oplossing te komen. Het valt dan ook niet in te zien waarom de ING Bank de voorkeur zou geven aan het creëren van een schandaal, in plaats van rekening te houden met de belangen van de internationale culturele gemeenschap.