'Het is te vroeg voor een vaccin'

Wat is de meest effectieve methode om de varkenspest te bestrijden? Na vier maanden pest zijn de experts het nog niet eens. Ruzie over proeven met een nieuw vaccin.

DEN HAAG, 17 JUNI. De varkenspest die sinds februari in Brabant heerst is uniek in zijn omvang. Volgens prof. A. Dijkhuizen, hoogleraar agrarische bedrijfseconomie in Wageningen, behoort de uitbraak tot de “ergste twee procent” in zijn soort. Inmiddels zijn ongeveer drie miljoen varkens door destructie-apparaten vermalen, maar in de discussies over de meest efficiënte bestrijdingsmethode lopen de meningen na ruim vier maanden nog steeds uiteen.

In een rondetafelgesprek in Den Haag spraken gisteren hoogleraren, het landbouwbedrijfsleven, de politiek en de farmaceutische industrie over de strijd tegen het hardnekkige virus. Als centraal thema was het non-vaccinatiebeleid van de Europese Unie gekozen.

Hoewel er vaccins voorhanden zijn die de ziekte binnen enkele weken kunnen bedwingen, mag er volgens de regels van de unie niet worden gevaccineerd. Geënt vlees is namelijk niet te onderscheiden van besmet vlees, waardoor landen buiten de Europese Unie, zoals de Verenigde Staten, de import zullen stoppen als in Europa wordt gevaccineerd.

Een nieuw vaccin waarvan de sporen wel afwijken van het virus, het zogenoemde markervaccin, is nog in ontwikkeling. Door velen wordt het als hét middel gezien om de pest de kop in te drukken. Volgens T. Wilderbeek, president van Intervet International dat een markervaccin heeft ontwikkeld, is de huidige crisis zeer geschikt om een laatste test met het vaccin te doen.

“We hebben een aantal testen gedaan, maar we moeten nog een veldproef uitvoeren. Wat ons betreft ligt het gereedschap voor een grote proef klaar. Zes weken geleden hebben we het ministerie hiervoor om toestemming gevraagd, maar men heeft niet gereageerd”, aldus Wilderbeek. Europees Landbouwcommissaris Fischler liet vorige week in een gesprek met deze krant weten een test in Nederland met een gering aantal varkens niet te zullen afwijzen.

Maar volgens C. van der Meijs, veterinair topambtenaar van het ministerie van Landbouw, is het niet aan minister Van Aartsen om namens de industrie een diergeneesmiddel te gaan testen. “U heeft gevraagd: 'Wilt u een proef doen met ons vaccin'. Maar wij zullen het probleem van Intervet niet oplossen, dat zult u zelf moeten doen”, aldus Van der Meijs. “Dat willen we ook, maar we hebben daar uw toestemming voor nodig”, beet Wilderbeek terug. “Ik zal de minister niet adviseren een proef te gaan doen die misschien helemaal misgaat, omdat het middel nog niet klaar is”, stelde de topambtenaar van de minister resoluut.

J. Kodde, die gisteren namens de boeren achter de tafel mocht zitten, begreep er ondertussen niets meer van. “Er is een vaccin. De boeren willen het gebruiken. Maar het wordt niet beschikbaar gesteld. Wie snapt dat nog?”, aldus Kodde. E. Claassen, van het onderzoeksinstituut ID-DLO dat onder Landbouw valt en zelf een markervaccin in ontwikkeling heeft, begreep het wel. “Het is te vroeg voor een proef. We moeten geen paniekvoetbal spelen. Je stuurt alleen een man naar de maan als je er zeker van bent dat hij terugkomt”, aldus Claassen. ID-DLO is nog niet zo ver in de ontwikkeling van het markervaccin als Intervet.

Waarschijnlijk zal er op zijn vroegst over ongeveer een jaar, als het vaccin officieel geregistreerd is, gebruik gemaakt kunnen worden van een markervaccin.

De boeren hebben daar voorlopig niets aan. Gisteren steeg het aantal met varkenspest besmette bedrijven met zes nieuwe gevallen tot 277.