Gracieus gaan de steltlopers over de Geitenwei; Ook zonder kaartje is op het Oerol-festival altijd wat te zien

Op het Oerol-festival is theater te zien dat heen en weer zwiept tussen circus en toneel, tussen volksvermaak en variété. Trapeze-theater, een Belgisch cowboy-stel dat 'little ponies' bemint, of een spectaculaire Aboriginal steltlopergroep: deze hele week gaan de voorstellingen op Terschelling nog door.

Inlichtingen over Oerol, prijzen en locaties, en over Terschelling (de huur van fietsen en verblijfsmogelijkheden), tel. 0562-443000. Het festival duurt t/m zo.

WEST-TERSCHELLING, 17 JUNI. Het Oerol-festival is, met een structurele subsidie van het Fonds voor de podiumkunsten, opgenomen in het Kunstenplan en A. Nuis, staatssecretaris van Cultuur, kwam voor het eerst van zijn leven naar deze straattheater-klassieker op het waddeneiland Terschelling. Hij mocht het meteen officieel openen. Brengt Oerol dan kunst? Wie er ooit aan deelnam, weet het antwoord: ja.

Op Oerol wordt, nu voor het vijftiende jaar, duidelijk dat er een ongrijpbare, maar daarom niet minder serieus te nemen vorm van theater bestaat die heen en weer zwiept tussen circus en toneel, tussen variété en dans, tussen volksvermaak en mime. Een soort theater dat vaak de beeldende kunst hoog heeft zitten, maar dat geen cent geeft voor hooglopende pretenties. Een idee van theater dat dankbaar mag zijn dat het een pleitbezorger vond in Joop Mulder, man van duizend ideeën en directeur van Oerol, die staatssecretaris Nuis voor zijn toespraak bedankte met een woord of vier en een mand Terschellinger lekkers. In de hand van de mand hield Mulder ook zijn portofoon geklemd. Het festival kon hem plotseling nodig hebben en dan moet iedereen wijken, ook iemand uit Den Haag.

Joop Mulder is een mens van weinig woorden, maar met een ongewoon instinct voor kwaliteit. Dankzij hem is bijvoorbeeld een gezelschap als het Russische Derevo al jaren vaste gast in Nederland, een troep commedia dell'arte-figuren die ditmaal een drama opvoert rond een kokette Pierette. Griezelig en gek en impertinent, vol vileine vertalingen van aloude clowns-acts en modernistisch surrealisme. Mulder situeerde ze tussen de bomen in het bos, waar hun verhaal des te spookachtiger wordt. Ook in dat bos, maar op een grote open plek, lukte het hem na drie jaar soebatten om de Franse groep Les Arts Sauts hun tien meter hoge en minstens even brede stellage op te laten bouwen voor de trapeze-groep Les fils du vent. Een cellist stemt zijn elektronisch versterkte instrument en een sopraan die alle stijlen blijkt te beheersen, van opera tot scat, klimt behendig langs het staal naar boven, samen met een stuk of tien acrobaten. Een geraffineerde lichtshow zet in en er ontbrandt iets dat de circus-act verre te buiten gaat. Iets dat je het best kunt omschrijven als trapeze-theater dat, te meer omdat er een stormwind opstak en regenvlagen opschitterden in de lichtbundels, het drama vertelde van de lange neus naar de dood. De acrobaten zijn de acteurs, de zangeres en de cellist de vertellers, die luid en brutaal commentaar leveren op het springen, zwieren en vallen.

Les Arts Sauts kon genoten worden door vele honderden mensen, net als, sedert gisteravond op de Geitenwei, de spectaculaire Aboriginal steltlopergroep The Marrukegu Company. Gracieus doemen ze op, en drie meter hoog dansen ze, als gigantische langpootmuggen, streepjes vertelling die samen een lichtvoetig oerverhaal vormen over het contact tussen geesten en mensen.

Ook bij de vele concerten (o.a. van de zoons van Bob Marley, de restanten van Cuby and the Blizzards, Femi Kuti) is een massaal publiek mogelijk, maar dat neemt niet weg dat er een 'kassaprobleem' is, zoals Joop Mulder het onderkoeld noemde in de festival-krant. Het festival trok het afgelopen weekeinde meer mensen dan er kaartjes waren en in de lange rijen voor de kassa's ontstond een geïrriteerde sfeer. Ten onrechte. Op Oerol is er altijd iets te zien, ook voor wie nergens een kaartje voor bemachtigde. Struin maar langs de straatjes en de pleintjes van Midsland en West-Terschelling, voor een hoelahoep-acrobate, flauwekul van een Belgisch cowboy-stel dat 'little ponies' bemint, maar ook drie vervaarlijke geel-blauwe vogelmannen die naar buiten kruipen uit een enorm, buitenaards ei.

Wie naar een festival gaat, moet niet schrikken als nu net de voorstelling uitverkocht is, die hij op de televisie aangekondigd zag. Hij moet het aandurven om zich te laten aanspoelen bij het onbekende. Dan komt hij al snel terecht in een boerderij, voor een van de kleinschalige voorstellingen van het zogenaamde, door Oerol zelf geïnitieerde, schuurtjestheater, waar bijvoorbeeld twee Australische mime-danseressen tussen hooi en hanenbalken hun voorstelling Dust spelen. Weemoedig en komiek roepen ze twee vriendinnetjes-van-lang-geleden op, die met dansjes en kinderrituelen letterlijk proberen het stof van het verleden af te blazen.

Of hij fietst een dorp verder naar een andere schuur, bij de tintelende installatie van de beeldend kunstenares Dõro Krol die in hoeken en gaten en kleine kabinetjes, met mooi eigen werk, met opgezette dieren en met een hilarische geluidsband, een Dierenkabinet inrichtte. Hij belandt wellicht bij een mislukking als het inhoudsloze gebrul van H2O en Zn., maar voor hetzelfde geld treft hij, in de opslagruimte van de rederij Doeksen, de ludieke voorstelling Het wakend oog die Sjoerd Wagenaar baseerde op sterke verhalen van het eiland en op het materiaal dat hij jutte aan het strand.