Euromunten

Foto: AMSTERDAM - Met deze acht munten zullen de meeste Europeanen elkaar vanaf het jaar 2002 gaan betalen als de gemeenschappelijke Europese munt, de euro, in circulatie komt. Het ontwerp, van de Belg Luc Luycx, werd gisteren door minister Zalm (Financiën) gepresenteerd.

In heel de Europese Unie zijn op dit moment 70 miljard munten in omloop, die voor het grootste deel (92 procent) bestaan uit nikkel. Gebruik van dit metaal wordt in de euro-muntstukken zoveel mogelijk vermeden wegens mogelijke allergische reacties op nikkel. Alleen de twee grootste munten van 1 euro en 2 euro bevatten nikkel, omdat dit vervalsen bemoeilijkt.

De munten, hierboven afgebeeld op een schaal van 1,5:1, variëren in kleur van rood voor de drie kleinste stukken, geel voor de munten van 10, 20 en 50 cent tot tweekleurig voor 1 en 2 euro. Om een indruk te geven is de munt van 1 euro ingekleurd.

Het ontwerp betreft de gemeenschappelijke achterzijde van de muntstukken. Op de voorzijde komt een per land verschillend nationaal symbool. Voor Nederland wordt dat een beeltenis van koningin Beatrix. Het muntstuk van 2 euro wordt voorzien van een randschrift, dat van 20 cent krijgt inkepingen aan de rand. Om herkenning door blinden en slechtzienden te vergemakkelijken variëert het reliëf van de randen van de verschillende munten, van grof gekarteld tot glad.

Bij de keuze zijn niet alleen politici betrokken geweest, maar door middel van een enquête ook het Europese publiek. Dat gaf zijn voorkeur aan het Belgische ontwerp.

Eind vorig jaar werd het ontwerp van de Europese euro-bankbiljetten al onthuld. Die komen in coupures van 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro. Een euro is op dit moment 2,20 gulden waard.