Dierentop

Op het televisiejournaal werden beelden vertoond van varkens die elkaar opaten en er werd gezegd dat het ministerie van Landbouw het probleem kende, maar er niets aan kon doen.

Tot woede wellicht van kijkers die bedachten dat er wel degelijk iets aan te doen zou zijn, dat het weliswaar een gigantische en kostbare operatie zou zijn, maar dat zulke operaties wel vaker in Nederland worden uitgevoerd, soms voor niets, zoals bij de evacuatie van het rivierenland.

De dierenbeschermers zeggen dat de gruwelen van de varkenspest het gunstige effect kunnen hebben dat ze aandacht wekken voor de dagelijkse gruwelen die in normale tijden plaatsvinden. Het klinkt niet prettig, maar het is wel waar.

Een beschrijving geven van de dagelijkse gruwelen is ook niet prettig. Het is zo willekeurig wat je uitkiest. Waarom dit en niet iets anders? Waarom nu en niet vorige week en waarom niet altijd, als het je werkelijk zo ter harte gaat dat je bereid bent om de lezer er misselijk mee te maken? Vertel me iets ergs, en ik zal je iets vertellen dat nog erger is, werd een tijdje geleden op deze pagina geschreven door Ileen Montijn, die met hetzelfde probleem zat. Dat nog ergere schreef zij niet op. We willen niet graag een pornograaf van het martelen zijn.

Ik zal niet zelf iets vertellen, maar een stukje vertalen, uit een artikel van David Craig in de London Review of Books van 8 mei. Hij schrijft over het televisieprogramma Countryside Undercover dat in maart door Channel 4 werd uitgezonden. Het was in het geheim gefilmd door dierenbeschermers die baantjes als varkensknechten en groenteninpakkers hadden aangenomen. Niemand die de film gezien heeft, schrijft Craig, “zal de fabrieksboerderijen kunnen vergeten waar varkentjes door hun moeders worden doodgedrukt omdat hun hok te klein is, vooral doordat varkens tegenwoordig heel groot worden gefokt; waar, in strijd met de wet, zieke varkens soms niet apart worden gezet in het 'ziekenhok' en waar een varken met hersenvliesontsteking via zijn aars tot zijn ruggengraat werd opgegeten door de andere opgesloten varkens, tot het verlamd was; waar hun staarten werden afgehakt zonder verdoving en, in strijd met de wet, niet door een dierenarts; en waar een vrouw van een van de werkmannen geen vlees meer kon eten nadat ze de stank had geroken waarin haar man werkte.“ Deze passage gaat niet over een pestgebied, maar over normale omstandigheden. Ook hiervoor geldt: vertel iets ergs en ik kan iets nog ergers vertellen.

Het artikel van Craig was een bespreking van een boek van Graham Harvey, The killing of the countryside. Het maakte duidelijk dat de gruwelen van de industriële veeteelt zeer in de hand worden gewerkt door de nationale en vooral de Europese wetgeving over de landbouw.

Op de Eurotop staan ook de dieren op de agenda. Ik las dat de eerste 96 pagina's van het Verdrag van Amsterdam gaan over zaken waarover de burgers zich zorgen maken, waaronder het welzijn van dieren. Het is zeker waar dat het dierenwelzijn de burgers aan het hart gaat. Je merkt het al als een huisdier ziek is of weggelopen, de liefdevolle aandacht van alle buurtbewoners, er is werkelijk niemand die zegt: ach, het is maar een dier. Ik denk dat er werkelijk een vooruitgang van het moreel besef op dit punt is. De achteruitgang zit in de objectieve omstandigheden.

Het Parool meldde dat de dierenpassage in het Verdrag van Amsterdam zal bestaan uit de bescheiden vaststelling dat dieren gevoelens hebben. Onder druk van Groot-Brittannië en de Scandinavische landen, tegen het verzet in van Spanje en Frankrijk. Spanje is bang voor zijn stierengevechten, Frankrijk, tsja, dat werd niet uitgelegd, maar de Fransen gaan altijd zo prat op de logica van Descartes, die dieren als gevoelloze automaten beschouwde, dat ze zich misschien verplicht voelen om ook voor zijn meest achterlijke inzichten op te komen.

De dierenbeschermers demonstreerden bij de Amsterdamse top onder het motto 'een dier is geen aardappel'. Het moet de vreedzame tak van de beweging zijn geweest, niet de radicalen die bommen gooien in laboratoria, nertsen bevrijden, klemmen zetten voor jagers en het risico nemen om jaren in de gevangenis te verdwijnen. De radicale tak beschouwt ook het houden van huisdieren als een grote zonde, als een wrede vorm van slavernij.

De gematigden zoals ik hebben altijd een heimelijke bewondering voor de radicalen, die de consequenties lijken te trekken uit de gedachten die wij halfhartig koesteren. Ik ben van mening dat het bestrijden van leed en pijn de belangrijkste taak van de politiek is en dat het er daarbij niet om gaat hoe intelligent het lijdende wezen is en hoeveel het op de mens lijkt, maar in hoeverre het in staat is om te lijden. Het is maar een mening, die niet erg diep gaat.

Je kan je voorstellen dat er ooit een tijd zal komen waarin deze voor de hand liggende mening een algemeen en vanzelfsprekend moreel besef zal zijn geworden. Met huivering denk je er aan hoe die komende generaties dan over ons zullen denken. Als over barbaarse kannibalen die moordzuchtig en stinkend naar bloed over de straten lopen. De radicale bommengooiers van nu zullen dan als de enige mensen beschouwd worden, wanhopigen die slechts door bescheiden geweld de moedwillig dove barbaren naar een vanzelfsprekend inzicht konden laten luisteren.

Maar zo is het nog niet. Rationeel gezien zijn de gruwelen van de industriële veeteelt het grootste Europese politieke probleem en is het dierenleed het belangrijkste punt op de agenda van de Eurotop, van veel groter gewicht dan de euro en het stabiliteitspact. Maar hoewel ik dat weet, voelt de barbaar in mij het als een randverschijnsel. Ik zou liever over de euro schrijven. Het is comfortabel om bij de gematigde weldenkenden te horen en niet bij de sentimentele excentrieken. Van Mierlo zei gisteren dat hij eigenlijk naar zijn kat moest, en hij had gelijk, maar hij zou raar hebben opgekeken als iemand hem serieus had genomen.