De top van de euro

IN THEATER CARRÉ aan de Amstel stond gisteren de presentatie van de muntstukken van de euro op het programma. De kans dat deze munten vanaf het jaar 2002 werkelijk in grote delen van Europa zullen circuleren, is aanzienlijk toegenomen na de goedkeuring van twee verklaringen op de Europese top in Amsterdam.

Het 'stabiliteitspact' dat de deelnemers aan de EMU, de Economische en Monetaire Unie, dwingt tot duurzame begrotingsdiscipline is, op het allerlaatste moment en op aandrang van Frankrijk, aangevuld met een verklaring over economische groei en werkgelegenheid.

Zo werd een crisis over de EMU voorkomen en heeft de nieuwe Franse regering van socialisten, groenen en communisten twee weken na hun onverwachte verkiezingsoverwinning haar gezicht kunnen redden. De Fransen kunnen met enig recht claimen dat dankzij hun inspanningen - en met Britse steun - het vraagstuk van de werkloosheid en banengroei, naast de stabiliteit van de toekomstige Europese munt, op de agenda van de Europese Unie is gezet. Met achttien miljoen werklozen in Europa en recordwerkloosheid in Frankrijk en Duitsland is de omvang van dit probleem ernstig genoeg.

Maar hiermee houdt het succes van de Franse regering dan ook op. De eisen van collectieve banenplannen, loslating van de begrotingsdiscipline, manipulatie van de wisselkoers, stimuleringsbeleid en een begin van economische sturing op Europees niveau zijn in Amsterdam door de overige veertien lidstaten van de EU beleefd maar resoluut van tafel geveegd. Typerend voor het politieke klimaat was dat Tony Blair, de pas gekozen Labour-leider, en Helmut Kohl, de veteraan van de Duitse christen-democratie, het gloeiend met elkaar eens waren. Geen extra geld voor Europese banenplannen, geen Europees werkgelegenheidsbeleid, maar nadruk op flexibiliteit van de arbeidsmarkt, hervorming van de verzorgingsstaat, aandacht voor concurrentievermogen, inzetbaarheid en scholing van werklozen. Het was, in Amsterdam, een kwestie van allen tegen Frankrijk.

HET NEDERLANDSE voorzitterschap heeft een knap staaltje van financiële diplomatie geleverd. Toen acht dagen geleden de Franse minister Strauss-Kahn bij zijn eerste optreden aankondigde dat Frankrijk het stabiliteitspact voor begrotingsdiscipline nader wilde bestuderen, dreigde niet alleen de top van Amsterdam gegijzeld te worden door een dossier dat ter ratificatie aan de regeringsleiders zou worden voorgelegd, maar dreigde ook de bodem onder de consensus over de uitgangspunten van de EMU weggeslagen te worden.

Nog voordat de Fransen in de loop van de vorige week hun voorstellen hadden uitgewerkt, had Nederland al een eigen conceptverklaring voor werkgelegenheid en groei rondgestuurd naar de hoofdsteden. Afgelopen vrijdag op de Frans-Duitse top in Poitiers verwees Kohl het Franse voorstel naar de prullenmand en werd besloten om verder te onderhandelen op basis van de Nederlandse ontwerptekst. Deze werd in opeenvolgende rondes van onderhandelingen in het weekeinde opgetuigd met volzinnen om iedereen tevreden te stellen. En zo ontstonden er twee afzonderlijke verklaringen, het stabiliteitspact dat in zijn budgettaire strengheid volledig intact bleef, en de verklaring over werkgelegenheid waarin geen substantiële toezeggingen stonden.

NA ZIJN VERKIEZING in 1981 had president Mitterrand twee jaar nodig om het Franse financieel-economische beleid om te gooien en zich te onderwerpen aan de discipline van de D-mark. Het was een ommekeer die leidde tot het beleid van de 'franc fort', uitmondend in het project van de Economische en Monetaire Unie. In 1995 kostte het president Chirac een half jaar om tot het inzicht te komen dat een eigen Franse weg onhoudbaar was. Zijn verkiezingsbeloften verloochenend zette Chirac zich aan hervormingsplannen om Frankrijk voor te bereiden op de toelatingscriteria van de EMU.

Het verzet dat dit opriep bij de bevolking vertaalde zich bij de vervroegde parlementsverkiezingen van begin deze maand in een smadelijke nederlaag van de regeringspartijen en een overwinning van links. Nu heeft de socialistische premier Jospin al na twee weken bakzeil moeten halen. De revival van een Colbertistische variant op het Keynesianisme, met overheidssturing en stimuleringsmaatregelen, lijkt van zeer korte duur te zijn geweest.

In geliberaliseerde kapitaalmarkten met wereldwijde concurrentie en binnen het Europese streven naar een gemeenschappelijke munt en stabiele begrotingen is het onmogelijk te ontkomen aan een proces van aanpassingen aan economische veranderingen. Zo beschouwd zijn de akkoorden van Amsterdam over stabiliteit en werkgelegenheid een doorbraak van Europees realisme.