Britse midzomergekte door geldinjectie

Britse coöperatieve banken, zoals gisteren Norwich Union, trekken massaal naar de beurs en de spaarders profiteren. Maar of de Britse economie een bestedingsinjectie van 88 miljard gulden verdragen kan?

LONDEN, 17 JUNI. De Britten zwemmen in het geld. Het brandt ze in de beurs. Zie ze maar op zondag door de winkelcentra jagen om hun stapels ponden ijlings kwijt te raken. Nog een complete garderobe designerkleding? Weer een lang weekend op de Bermuda's? Of toch maar een face-lift voor de rozenperkjes door een gerenommeerde tuinarchitect?

Vijf zogeheten 'building societies' beleven deze maanden hun beursgang. Dat betekent dat ze hun status van coöperatieve spaar- en hypotheekbank verruilen voor de meer eigentijdse rechtsvorm van naamloze vennootschap die minder beperkingen levert. In de vorige eeuw waren ze opgericht om arbeiders en kleine middenstanders tegen aantrekkelijke voorwaarden aan een hypotheek te helpen. Maar in de loop der tijd hadden ze zich ontpopt tot financiële giganten die zich wat balanstotaal betreft konden meten met de grootste banken en verzekeringsmaatschappijen. Alleen genoten ze als coöperatieve instellingen niet dezelfde commerciële vrijheid als die grote firma's. Zakenbankieren was voor hen taboe en ook de mogelijkheden voor buitenlandse expansie waren beperkt. Een groot deel van hun activa moest in hypotheken worden belegd.

Om aan dat korset te ontkomen besloot de coöperatieve Abbey National al enkele jaren geleden om de rigoureuze overstap naar beursgenoteerde bank te maken. Alliance & Leicester en Halifax volgden de afgelopen maanden dat voorbeeld. Gisteren was het de beurt aan Norwich Union. En Woolwich en Northern Rock treden in het voetspoor voor de winter begint.

Die transformatie heeft vergaande gevolgen voor de Britse eigendomsverhoudingen én de economie. De ruim 19 miljoen spaarders en hypotheeknemers van de vijf coöperatieve banken veranderen op slag van leden in aandeelhouders. Daardoor verdriedubbelt dit jaar het aantal effectenbezitters in Groot-Brittannië tot bijna 30 miljoen.

De beursgang van de coöperatieve banken is een soort staatsloterij waarbij vier van de tien Britten boven de 15 jaar met hun neus in de boter vallen. Sommigen hebben zelfs meerdere keren prijs. En de prijzenpot is gigantisch. Begin van dit jaar schatte de Bank of England de totale beurswaarde nog op 21 miljard pond, ruim 66 miljard gulden. Maar analisten hebben die raming inmiddels bijgesteld tot minimaal 88 miljard gulden, 28 miljard pond. De 2,9 miljoen leden van Norwich Union werden gisteren door de beursgang op slag gemiddeld bijna 5.000 gulden rijker. Veel particulieren hebben zo'n grote financiële meevaller nooit eerder in hun leven meegemaakt.

Hoe ingrijpend het proces is, bleek anderhalve maand geleden bij de beursgang van de coöperatieve spaar- en hypotheekbank Halifax. De onderneming werd in één klap de op twee na grootste bank van Groot-Brittannië en de op zeven na grootste onderneming. Worden er op de Londense beurs dagelijks gemiddeld zo'n 900 miljoen effecten verhandeld, daar kwamen op één dag 674 miljoen aandelen Halifax bij. Daarmee betrof het verreweg de grootste beursgang in de Londense geschiedenis.

Voor de Britten hoeft aan deze zomer van overvloed nooit een einde te komen. In mei steeg het consumentenvertrouwen tot het hoogste niveau sinds 1988. Dat was ook zo'n periode waarin de natie een ongekende financiële bloei beleefde. Een laatste opleving voor het lange lijden dat de diepste recessie sinds de crisisjaren bracht.

Pessimisten zeggen dat hetzelfde opnieuw kan gebeuren. Na de euforie de inktzwarte kater. Ze wijzen erop dat de Britse economie zich in een kritieke fase begint. Met een economische groei van drie procent en een vermeerdering van de koopkracht met ruim drie procent is de consumptie toch al sterk stijgend. De forse, extra bestedingsimpuls door de beursgang van de coöperatieve banken zou oververhitting van de Britse economie in de hand kunnen werken. Nog blijft de inflatie met 2,5 procent redelijk binnen de perken. Maar in 1988 daalde eerst ook de inflatie voordat ze gierend uit de klauwen liep.

De Bank of England ziet de toekomst minder somber in. Doordat de koers van de pond sterling sinds de herfst met twee kwartje is gestegen, tot 3,20 gulden, zijn de prijzen van geïmporteerde goederen de laatste maanden sterk teruggelopen. Dat heeft een matigend effect op de inflatie. Daarbij verwacht de Bank dat veel particulieren hun financiële meevallers aan de vakantie zullen besteden. Een groot deel van dat geld komt in het buitenland terecht.

Hoofdvraag blijft wat de consumenten gaan doen met hun pas vergaarde fortuin. Smijten ze met geld? Gaan ze potten? Of wordt het een combinatie van die twee.

De Bank of England had begin van dit jaar nog voorspeld dat niet meer dan vijf tot tien procent van het extra geld dat in circulatie komt, ook daadwerkelijk besteed zou worden. Daarmee zou de extra groei van de consumptie beperkt blijven tot maximaal 0,4 procent. Een prognose die werd gesteund door een onderzoek van Salomon Brothers. De econoom Michael Saunders zei dat de mensen die van de beursgang profiteren, van nature toch al spaarders waren. Overwegend van middelbare leeftijd. Overwegend middenklassers met een meer dan boven-modaal loon. Niet meer dan één op de acht gelukkigen die zomaar een pakketje aandelen in de schoot krijgt geworpen, zou die effecten onmiddellijk weer verkopen. Daar waren Salomon Brothers en de Bank of England het roerend over eens.

Maar de beursintroductie, eerst van Alliance & Leicester, begin deze maand van Halifax, laat een ander beeld zien. Eén op de vier nieuwe aandeelhouders maakte zijn bezit onmiddellijk te gelde. Nog eens één op de vier sprak de intentie uit om mogelijk later dit jaar te verkopen. Als al dat geld ook werkelijk uitgegeven wordt, zou de Britse consumptie dit jaar met twee procent extra groeien. Meer dan voor een gezonde economische ontwikkeling gewenst is. Maar de eventuele weerslag volgt pas later. Dan is wat analisten al 'de midzomergekte van het spenderen' noemen allang en breed voorbij.