Werk en EMU (1)

De laatste dagen zien we in het kader van de voorbereiding van het Verdrag van Amsterdam in de media een tegenstelling gepresenteerd tussen het 'economisch/financiële' en het 'sociale'. EMU-voorstanders met hun verderfelijke monetaristische kijk op de wereld hebben alleen oog voor 'het geld' en 'de markt'.

Hun opponenten, met de nieuwe Franse regering voorop, vragen meer aandacht voor de oplossing van het inderdaad schrijnende Europese werkloosheidsvraagstuk. Zij willen werkgelegenheidsbeleid en ze willen dat dit doorklinkt in het stabiliteitspact. Blijkbaar zijn zij vergeten hoe het de werkgelegenheidsoffensieven van Den Uyl en Mitterrand is vergaan. Als er al ruimte zou zijn voor een bestedingsimpuls, dan wekt deze inflatieverwachtingen en vervolgens looneisen die deze verwachtingen waarmaken. Bepaald geen klimaat waarin particuliere ondernemers hun investeringen opvoeren. En daar komt de echte werkgelegenheid vandaan.

Het investeringsklimaat is juist gebaat bij lage inflatie(verwachtingen) die loonmatiging mogelijk maken. Ja juist, het alom geprezen polderverhaal, waarbij terugdringen van het financieringstekort, loonmatiging en flexibilisering van de arbeidsmarkt voorop staan. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de ministers Kok en Zalm niet krachtiger verkondigen dat op de langere duur de werkgelegenheid juist is gebaat bij deze polderieke aanpak. Ze hoeven maar te wijzen op het Engelse en het Nederlandse werkloosheidspercentage. Beide de helft van het Franse. Het creëren van een tegenstelling tussen het in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en Nederland gevolgde monetaire beleid en een beleid dat goed is voor de werkgelegenheid is vanuit de economie gezien onjuist en bovendien op dit moment politiek schadelijk.