Weerbarstige punten en onwillige leiders

De discussies in Amsterdam over het stabiliteitspact lijken strijdig met de bedoeling van deze Europese topconferentie. Toch doen ze recht aan het karakter van deze top.

ROTTERDAM, 16 JUNI. Veel politieke leiders toonden zich er de afgelopen dagen onaangenaam verrast over, dat een groot deel van de debatten op de Eurotop in Amsterdam over het zogeheten stabiliteitspact zullen gaan. Dit pact, dat duurzame begrotingsdiscipline van de deelnemers moeten garanderen na invoering van de ene Europese munt, was immers bedoeld als hamerstuk omdat er vorig jaar op de Europese top van Dublin al overeenstemming over werd bereikt.

Toch sluiten de discussies aan op de Intergouvernementele Conferentie (IGC) over de toekomst van de Europese Unie, waarvan de Amsterdamse top het sluitstuk moet zijn. Die IGC was immers bedoeld om de 'structuren' van het verdrag van Maastricht tegen het licht te houden om te kijken of verbetering haalbaar is, en de ene munt is het hart van 'Maastricht'.

De Franse eis dat het in Europa niet alleen om begrotingscijfers maar ook om werk moet gaan, is wel een directe aanval op de economische filosofie van 'Maastricht'. Deze ging er van uit dat 'werk' min of meer vanzelf volgt als de begroting maar op orde is. En in die zin staat de geest van 'Maastricht' in Amsterdam zeker ter discussie. De oorspronkelijke agendapunten van 'Amsterdam' liggen meer in lijn van de in Maastricht uitgezette route. Ze zouden de eenheid in het optreden van de EU-landen, die in Maastricht in veel gevallen slechts is aangestipt, moeten versterken. Verder zouden ze de Unie moeten stroomlijnen met het oog op uitbreiding naar het oosten. Maar de vraag is of de Europese leiders nu meer genegen zijn vaker samen op te trekken dan zes jaar geleden. De onderwerpen zijn weerbarstig.

Zeker op het gebied van het buitenlands- en veiligheidsbeleid is weinig vooruitgang geboekt. Frankrijk verklaarde zich tijdens de IGC groot voorstander van de benoeming van een politiek 'zware' functionaris, die zich namens de Unie met dit beleid zou moeten bezighouden, maar in het ontwerp-verdrag dat Nederland aan de top voorlegt, is daar weinig van terug te vinden. In het ontwerp stelt Nederland wel voor de defensieorganisatie West-Europese Unie (WEU) via een stappenplan uiteindelijk in de EU op te nemen, maar het is nog de vraag of de regeringsleiders daar een akkoord over zullen bereiken. Het Verenigd Koninkrijk, dat niet wil dat de NAVO wordt aangetast, en Zweden, Finland en Oostenrijk, die hun neutraliteit niet willen opgeven, spraken zich tijdens de IGC uit tegen fusie. De overgrote meerderheid van de besluiten op het gebied van de buitenlandse- en veiligheidspolitiek blijven in 'Amsterdam', net als in 'Maastricht', unaniem.

Ook aan de zogeheten pijlerstructuur van 'Maastricht' wordt in Amsterdam niet of nauwelijks getornd. Mede op aandrang van het Verenigd Koninkrijk werd in 'Maastricht' een onderscheid gemaakt tussen samenwerking op het gebied van de interne markt, sociaal beleid en milieu (de eerste pijler: veel besluiten worden hier met meerderheidsstemmingen genomen), coördinatie met betrekking tot de buitenlandse- en veiligheidspolitiek (de tweede pijler: besluitvorming voornamelijk unaniem) en samenwerking wat betreft justitie en binnenlandse zaken (de derde pijler: eveneens voornamelijk unanimiteit).

De enige belangrijke aanvulling in de ontwerp-verdragtekst voor 'Amsterdam', die Nederland vorige week in Brussel presenteerde, is dat immigratie- en asielbeleid gemeenschappelijk ('communautair') worden. Als dit voorstel wordt aangenomen (het Verenigd Koninkrijk en Denemarken hebben grote bezwaren!) zou de Europese Commissie voorstellen tot wetgeving kunnen indienen en zou ook het Hof van Justitie in Luxemburg een rol krijgen. Besluiten over het immigratie- en asielbeleid blijven echter voorlopig via eenstemmigheid genomen worden. Nederland wil ook graag het Verdrag van Schengen, dat grenscontroles tussen een aantal lidstaten afschaft, opnemen in 'Amsterdam', maar het is de vraag of dat lukt.

Als de regeringsleiders het in Amsterdam eens worden over de zogeheten flexibiliteit, zou dat wel een belangrijke aanvulling op 'Maastricht' zijn. Als de Nederlandse ontwerp-tekst wordt aangenomen zouden groepen landen in de eerste en derde pijler de mogelijkheid krijgen hun samenwerking te intensiveren, zonder dat buitenstaanders de mogelijkheid krijgen dat met een veto te blokkeren. Tijdens de IGC bleek echter dat het Verenigd Koninkrijk en Denemarken daar bedenkingen over hebben, dus het is nog zeer de vraag of de Nederlandse tekst het haalt.