Waar Kok gaat, leeft Holland mee

Even is Amsterdam wereldhoofdstad met Wim Kok als president, een paar dagen maar. Op een mondiale wolk zweeft hij, ontstegen aan de uitbreiding van het vliegveld, de zieke Brabantse varkens, de premies, de lasten.

We zagen hem afgelopen weekeinde lopen in het NOS-Journaal, een eenzaam leider, op eerbiedige afstand gevolgd door een stoet mannen in donkere pakken. Hij gaat zitten aan de voorzittersplek van de lege onderhandelingstafel in de vergaderzaal van De Nederlandsche Bank en constateert: “Weinig tegenspraak”.

De donkere pakken komen niet bij van het lachen. Wat een geestige man, die Kok.

Dan het Rijksmuseum, waar de staatslieden dineren. Daar controleert hij voor de laatste keer de plaats van de tafel. Met grote stappen telt hij anderhalve meter vanuit de muur. Daar moet de tafel komen, weet hij. Dan de andere muur. Weer anderhalve stap. Juist, daar ja. In een klein wereldland doet de president dat zelf.

Hij steekt over voor een tram, die moet stoppen en verontschuldigend zwaait hij naar de chauffeur en de passagiers. Geen dwepende menigte aan de overkant om een bad in te nemen. Blijft bescheiden. Voor het gebouw van De Nederlandsche Bank verklaart hij welke vorderingen er nog moeten worden gemaakt voor de Eurotop. Er moet nog heel wat gebeuren maar er zit schot in, hij is optimistisch. Journaalcorrespondenten, uit Frankrijk, uit Duitsland vullen aan hoe geweldig de regeringen daar opkijken tegen Kok en het Nederlandse voorzitterschap.

Nederland is geïntimideerd door een half jaartje internationale status en de televisie reageert krampachtig. Kok is koning en omroepjournalisten ontrieven hem niet met gevoelige affaires of zelfs politieke fouten die er gemaakt zouden kunnen zijn. Hij reageert dan kribbig en de ondervrager kiest geschrokken een volgend onderwerp. Kok is niet verantwoordelijk voor wat zijn ministers uithalen. Hij is president zonder oppositie.

Niet bang was Eurocommissaris voor medededinging, Karel van Miert. Hij spaarde in het programma Buitenhof gistermorgen zijn kritiek niet op de Europese nalatigheid van de Nederlandse regering. Naar aanleiding van de uitblijvende aanmelding van 368 regelingen bij Brussel (Securitel) zei hij dat het hem verbaasde “hoe weinig nationale administraties zelf op de hoogte zijn van de spelregels”. De gevolgen zouden niet uitblijven. “De rechter kan behoorlijk vervelend kan zijn”, waarschuwde hij.

Ook over de technolease voor Fokker en Philips had Brussel moeten worden ingelicht. Zelfs bij twijfel moet de regering melden, zodat de Commissie het kan beoordelen. Nu legt hij misschien alsnog een forse boete op. Hij vroeg zich af hoe het mogelijk is dat “de bank een voordeel heeft, Philips een voordeel heeft en het de overheid niks kost. Dat is een interessante formule. Daar zou ik graag een patent op willen nemen”.

Dergelijke prikken storen het Nederlandse voorzitterschap. Het zou onpatriottisch zijn om er te veel op te wijzen. Koks roem straalt op alle Nederlanders af. Dat is fijn voor de vakantie, als we behalve “Emsterdem”, “Kroiff” misschien ook Zijn naam zullen horen. Jammergenoeg is de Eurotop de Europacup niet.

Amsterdammers bleven hun mopperende zelf. Op de onvolprezen lokale zender AT5 was de verontwaardiging van de omwonenden te zien over de ongemakken door de hekken en de verplichte identiteitsbewijzen. Een zuurpruim herinnerde aan de bange jaren veertig vijfenveertig. Politiewoordvoerder Klaas Wilting fungeerde als een soort speciale verslaggever die, in een keck geel jasje, de incidenten voor het volk uitlegde, de politie-acties, de hoeveelheden arrestanten.

Woensdag herneemt de stad haar oude staat van ongedwongen compact cosmopolitisme. Dat oude Amsterdam heeft de waardering van de Amerikaanse fotograaf Leonard Freed van wie AT5 een portretje uitzond. Hij had van 1960 tot 1971 in de hoofdstad gewoond en voor de eerste keer sindsdien keerde hij terug. Sommige buurten herkende hij tot zijn vreugde, andere waren veranderd. Somber keek hij naar het enorme Stoperagebouw. Dat had hij nog niet gezien. “Zoiets vind je overal in de wereld”, zegt hij. De voorkeur geeft hij aan “kleine gebouwen die samen iets groters vormen”.