Stripfiguur komt tot leven in Le Mans

Voor de 65ste keer werd afgelopen weekeinde de 24 Uur van Le Mans verreden, de meest tot de verbeelding sprekende autorace ter wereld. Ook stripheld Michel Vaillant reed mee.

LE MANS, 16 JUNI. Misschien is het liefde. Het kan ook bijgeloof zijn, of een oude gewoonte. Een half uur voordat achtenveertig raceauto's een vliegende start maken voor de hoofdtribunes van het Circuit de la Sarthe, lopen verschillende coureurs in de pits aan de hand van echtgenote of vriendin naar hun auto. Een zoen bezegelt het afscheid. Tot over vierentwintig uur. Dat hopen ze tenminste. De geschiedenis leert dat de meeste wagens niet in staat zijn om een etmaal op de 13,6 kilometer lange baan rond te rijden.

De vrouwen van de coureurs houden zich in Le Mans op de achtergrond. De meest in het oog springende bijdrage van vrouwen aan de 24 Uur van Le Mans bestaat uit entertainment in de uren voor de start. Zo zijn er de twee handen vol blanke meisjes van het Hawaiian Tropic team. In hun strakke rode badpakken zijn zij de enigen die de naam van pitspoes met recht dragen. Met een gemaakte glimlach vleien ze zich in verschillende poses tegen het glimmende koetswerk van auto's die meer dan een miljoen gulden per stuk kosten. In de betere souvenirwinkels niet ver van de pits zijn de dames verkrijgbaar als miniatuurmodellen, een paar centimeter groot, in verschillende uitvoeringen. Leuk voor naast de speelgoedautootjes.

Op Le Mans zijn ook vrouwen die zich niet in het keurslijf van het cliché laten persen. Zoals Lilian Bryner, de enige vrouw in het bijna 150 mannen tellende race-gezelschap in Le Mans. De 38-jarige Zwitserse, gescheiden en moeder van twee kinderen, is een van de weinige coureurs die ooit meededen aan de Olympische Spelen. In 1980 maakte ze in Moskou als ruiter deel uit van de Zwitserse équipe. Voordat Bryner haar internationale racecarrière begon, verdiende ze in de Verenigde Staten haar brood als piloot. Bryner reed Le Mans voor de vierde keer, maar niet één keer de volle 24 uur. Net als in 1995 ging de jongste editie voor haar als gevolg van een kapotte motor de boeken in als de 9 Uur van Le Mans. De andere vrouw in de race, Claudia Hürtgen uit Duitsland, maakte bij haar debuut in Le Mans de 24 uur wel vol, op 74 ronden van de winnaars, net als Bryner in een Porsche 911.

De wereld van Michel Vaillant bestaat niet alleen in stripverhalen. In Le Mans reed afgelopen weekeinde een team van twee Franse en een Belgische coureur in een auto met de naam Vaillante. Op gewijde racegrond bliezen zij met hun Courage C41, aangedreven door een Porsche-motor, de chocoladeletters VROOOAAW! uit de vermaarde strip tot leven. Binnen een etmaal vochten Didier Cottaz, Jérôme Policand en Marc Goossens voor een plaats in de schaduw van Vaillant, die Le Mans vier keer won.

De 74-jarige Jean Graton, de geestelijke vader van de sympathieke stripcoureur die in 1957 voor het eerst op papier werd gezet, had zo'n eerbetoon aan het einde van zijn carrière niet meer verwacht. De Vaillante - met een e als toevoeging omdat voiture vrouwelijk is - was voorzien van een witte V op een blauw-rode ondergrond, handelsmerk van Michel Vaillant.

Graton kreeg de liefde voor de autosport met de paplepel ingegoten. In juni 1937 zag de toen 14-jarige Graton de 24 Uur voor het eerst, met zijn vader. Eén van de zestig stripboeken die Graton later maakte, kreeg de titel Nummer 13 aan de start. Ook de Vaillante ging zaterdag met 13 van start.

Ronduit bizar waren de twee auto's die gesponsord werden door Sir John Hall, eigenaar van Newcastle United. De naam van de club en de zwart-witte clubkleuren hadden een prominente plaats op de wagens. Fans van beide teams waren gemakkelijk te herkennen. Ze droegen tenues van Newcastle United. En zoals zoveel van de ongeveer 70.000 Engelse toeschouwers lieten ze zich het bier goed smaken. Bij herhaald bezoek aan de supermarkten van Le Mans reden ze winkelwagentjes vol Kronenbourg-bier naar buiten, als brandstof voor een weekeinde gezelligheid.

Zoals de traditie wil was Le Mans een weekeinde lang één grote camping. Overal langs het circuit stonden campers, grote en kleine tenten, met en zonder barbecue, niet zelden direct grenzend aan de vangrails. Wie niet over een tent of over een hotelkamer beschikte, zette de autostoel in de slaapstand en doezelde in bij het vertrouwde geluid van jankende motoren.

Er waren ook volhouders, zoals bij de bocht aan het einde van de Mulsanne. Lantaarnpalen stonden er genoeg, maar direct langs de baan brandde er niet één. Dat maakte het nog spectaculairder. Zo was in de nachtelijke uren goed te zien hoe bij het afremmen voor de bocht de remschijven witheet werden van de extreem hoge temperaturen, die opliepen tot zo'n 700 graden celsius. Het witte licht doofde wanneer het gaspedaal weer diep werd ingetrapt en de bolides voortraasden richting legendarische bochten als de Indianapolis en de Arnage, met vlammen en harde klappen uit de uitlaat.

Onder de bijna 2.000 journalisten bevonden zich honderd Japanners, om de verrichtingen van een Mazda en drie Nissans te volgen. Net als de Formule I geniet de 24 Uur van Le Mans grote populariteit in Japan. “In Japan hebben we Le Mans ontdekt toen de gelijknamige film uitkwam, in 1971”, zegt directeur Kunihiko Kakimoto, directeur van Mismo, de race-afdeling van Nissan. “In Tokio draait de film al meer dan 25 jaar.”

Sinds de eerste 24 Uur in 1923 was Porsche het succesvolst. Gisteren boekte de Duitse autofabrikant de vijftiende overwinning. Voor 180.000 toeschouwers gingen Michele Alboreto (wereldkampioen Formule I in 1985), Stefan Johansson en Tom Kristensen in een TWR Porsche als eersten over de streep. De eerste van de twee keer dat Gijs van Lennep Le Mans won, in 1971, deed hij dat ook in een Porsche. Beste Nederlander was nu Peter Kox, die met een McLaren BMW derde werd.

Ook de naam van de inmiddels overleden acteur Steve McQueen is nauw verbonden met Porsche. Hij schitterde in de film Le Mans in een wagen van de Duitse fabrikant. In de perszaal van het circuit hangt een foto waarop McQueen en striptekenaar Graton samen poseren. De Amerikaan houdt een aflevering van Vaillant in zijn handen: 'Le Fantome des 24 Heurs'.

Een andere Amerikaanse acteur, McQueens generatiegenoot Paul Newman, leverde een echte bijdrage aan de 24 Uur van Le Mans. Niet als rijder, zoals in 1979 toen hij met een Porsche tweede werd, maar als testrijder. Hij beproefde een Panoz, de opvallendste auto die dit jaar aan de start verscheen. In de heuvels bij Atlanta liet de 72-jarige Newman in het voorjaar het kenmerkende geluid van de 5.9-liter Ford V8 klinken. Ook nu ronkte geen motor zo heftig als de Panoz, waarvan er drie speciaal werden gebouwd om in Le Mans de competitie aan te gaan met Porsche en McLaren.

In Frankrijk zag de Engelse televisiemaker Noel Edmonds een droom werkelijkheid worden. De miljonair kocht zich vorig jaar bij Panoz in, voor een plaatsje in de geschiedenis van Le Mans. Hij wilde dit jaar meer zijn dan een toeschouwer. Twintig minuten voor de start, zaterdag om 16.00 uur, stond Edmonds er in de pits nog ontspannen bij. “Maar dat is schijn”, zei de Engelsman, die in gedachten al bezig was met het bijtanken van Panoz-auto nummer 54, de taak die hij bij de eerste tussenstop voor zijn rekening zou nemen. “Ik kan de hele boel verpesten. We hebben alleen geoefend met een stilstaande wagen.”

Een zwarte Panoz van een ander team, die door kleur en vorm deed denken aan de Batmobile van Batman, dreigde als eerste het strijdtoneel te moeten verlaten. Direct na de start raakte een spatbord los, maar met een nieuw bord hield het zwarte sieraad nog elf uur en elf minuten stand. De droom van tv-maker Edmonds duurde precies achttien uur, zes minuten en 44 seconden. Op dat moment viel de laatste Panoz met motorpech uit.

Dramatischer was het uitvallen van de Porsche die op de overwinning afstevende, ruim twee uur voor het einde. De auto met de Duitser Ralf Kelleners achter het stuur vloog na urenlange koelingsproblemen in brand. Op dezelfde plaats vatte een kwartier later een McLaren BMW vlam. Toen Kelleners uit zijn hevig brandende Porsche stapte, verrichtte hij in de haast nog een overbodige handeling: hij sloeg zijn portier dicht. “Geweldig” was het eerste wat de Zweedse coureur Stefan Johansson dacht toen hij de auto van de koploper zag branden. “Ik zeg het maar eerlijk. Daarna maakte ik me zorgen over de coureur.” Het team Alboreto-Kristensen-Johansson kreeg de overwinning door dat ongeluk in de schoot geworpen.

Striptekenaar Graton zag de Vaillante als vierde finishen. Voor pitbox nummer 13 was hij er getuige van, zijn handen diep in zijn broekzakken, zijn dikke buik recht vooruit. “C'est formidable!”, zei de vader van Michel Vaillant.