Spijbelen bij Europese les

De avond van de 11de juni duurde menig Tweede-Kamerlid te lang. Het kostte vorige week woensdagavond veel parlementariërs moeite om het Securitel-debat over de paar honderd niet aangemelde regels en wetten bij de Europese Commissie uit te zitten. Omdat er aan het einde van het debat gestemd zou worden over ingediende moties, hadden alle aanwezige afgevaardigen voor die avond parlementair huisarrest gekregen.

In de loop van de avond dook een opmerkelijk ordevoorstel op. Misschien konden de Kamerleden eerst stemmen over de te verwachten moties, waarna de specialisten hun debat gewoon konden voortzetten, zo viel op een parlementair notitieblaadje te lezen dat aanwezige parlementariërs aan elkaar doorgaven. Toen Nicky van 't Riet van de D66-fractie haar steun betuigde aan het voorstel, in de hoop aan verder “rondlummelen” te kunnen ontsnappen, “stonden er al dertig streepjes op het papiertje van collega's die het ermee eens waren”.

Desondanks behaalde het informele ordevoorstel, dat beleefdheidshalve achter de rug van de Securitel-specialisten om ging, geen meerderheid. De voorzitter sloot de vergadering om 2.17 uur.

Het spijbelvoorstel van die avond was niet de enige aanwijzing dat Europese regelgeving niet de parlementaire passie en aandacht opwekt die alle euroretoriek van deze dagen suggereert. Een kind kan de was doen, sprak Hella Voûte, VVD-woordvoerster inzake Securitel, losjes over de Europese richtlijn inzake het aanmelden van wetten en regels. “Ik kan u zeggen dat je in een paar dagen bijna specialist kan worden op zulk soort onderwerpen.” Daarmee wekte de voormalige lerares en tolk in de Franse taal op sommige afgevaardigden de indruk Europese kwesties nogal licht op te vatten.

D66-woordvoerder Thom de Graaf nam daarom Voûte in een vilein dialoogje een test af. “Mevrouw Voûte heeft gezegd dat zij in enkele dagen is uitgegroeid tot een specialiste...” Voûte, zich bliksemsnel haar fout realiserend, “...op het politieke vlak, laat ik bescheiden zijn....” De Graaf, onverstoorbaar verder interrumperend: “Ze heeft bovendien gezegd dat een kind de was kan doen. Kan zij uit de voorschriften (welke producten wel of niet mogen worden aangemeld bij de Europese commissie, KV) die zij net heeft voorgelezen, afleiden of margarine daar wel of niet onder valt?” Voûte meende te weten van wel, “al ben ik geen jurist”. Daar zou ik toch maar niet zo zeker van zijn, antwoordde De Graaf, een conclusie waarbij Voûte zich nolens volens aansloot. Schouderophalend: “Als de hooggeleerden het niet kunnen weten, kunnen eenvoudige politici het ook niet.”