Penelope was toch loyale echtgenote

Hermeneus, Tijdschrift voor antieke cultuur, 69ste jrg. nr. 2. Gewone nrs. ƒ 10,- extra dikke themanrs. ƒ17,50. Inl. Ter Burg Offset 072-5152222

“Ach Zeus, waarom hebt u de mensen zoiets onbetrouwbaars en boosaardigs als de vrouwen gegeven en hen het levenslicht doen zien? Als u het menselijk geslacht wilde voortplanten had u dat niet met behulp van vrouwen tot stand moeten brengen.” Het is maar een van de vele hartelijke uitspraken - deze afkomstig uit Euripides' tragedie Hippolytes - van mannen uit de oudheid over vrouwen. Hij wordt geciteerd door W. Kassies in een stuk met de titel 'Waar komt de vrouw vandaan?', een vraag die, zo laat Kassies zien, nogal eens gesteld is. Euripides laat zijn hoofdpersoon hier iets verzuchten dat in zijn tijd niet nieuw was. De schrijver Hesiodus droomde uitvoerig van een wereld zonder vrouwen die hem aanzienlijk aantrekkelijker voorkwam dan een wereld met. En hij was niet de enige. Kassies stelt de terechte vraag naar het waarom van deze negatieve oordelen over vrouwen, en of ze wel serieus genomen moeten worden.

Het tijdschrift Hermeneus, waarin Kassies' bijdrage is opgenomen, wijdt een heel nummer aan 'Visies op vrouwen' in de Grieks-Romeinse oudheid. Die visies zijn bijna allemaal afkomstig van mannen, want vrouwen schreven niet en kwamen niet aan het woord. Behalve dan natuurlijk Sappho, aan wie ook een stuk is gewijd. Het nummer is een grappige grabbelton van ditjes en datjes over vrouwen en vrouwelijke personages geworden, waarin onder meer een verhandeling over Romeinse kapsels (veel ingewikkeld vlechtwerk), over wat we kunnen weten over Penelope en haar gedragingen, over de oude vrouw in Rome en over Griekse hoeren en escort-girls.

Hermeneus wordt gevuld door classici die met hun stukken in dit blad de bedoeling hebben om een groter publiek dan uitsluitend dat van vakgenoten te bereiken, al willen ze zich ook weer niet tegenover collega's hoeven schamen voor wat ze hier schrijven. Verantwoord en toch toegankelijk, of andersom. Classici, lijkt wel, hebben een bepaalde manier van over hun tijdvak en hun materiaal schrijven en praten. Een heel voorzichtige manier, een manier met veel afstand en slagen om de arm, want veel valt niet met zekerheid te zeggen, terwijl er tegelijkertijd ontzaglijk veel gezegd en onderzocht is. Dus verwijzingen en voorbehouden zijn verplicht. Het is de toon van de tentatieve reconstructie, van wie liever niet te veel maar ook weer niet al te weinig wil zeggen. Dat wekt bewondering, voor de voorzichtigheid, de precisie, de noodzakelijke belezenheid - maar soms ook wel eens lichte ergernis. Je snakt wel eens naar engagement, naar krachtige meningen, naar uitgesproken visies, in plaats van naar het voorzichtig een centimetertje verschuiven van een interpretatie.

Nemen we het stuk over Penelope van Heleen Sancisi-Weerdenburg. Een onmiskenbaar interessant onderwerp, zeker als iemand begint met te zeggen dat het Penelope-beeld door de eeuwen heen heel constant is geweest: zij is altijd beschouwd als de trouwe en loyale echtgenote van Odysseus. Juist, en als wat zou ze dan anders moeten gelden? Dus stort men zich nieuwsgierig in het stuk waarin lichtelijk lachwekkend wordt beweerd dat “recent onderzoek nieuw licht heeft kunnen werpen op haar persoonlijkheid en gedragingen”. Hoe nu? Is ze opgegraven, zijn brieven van haar ontdekt, een hartsvriendin die uit de school heeft geklapt? Wat mag dat voor onderzoek zijn, naar een fictief personage? Enfin, dit is een onhandige manier om te zeggen dat analyse van de narratieve structuur van de Odyssee in staat stelt onderscheid te maken tussen wat de verteller de lezer wil laten denken, en wat er verteld wordt, tussen de vorm van het verhaal en het verhaal zelf. En dan blijkt - ja wat eigenlijk? Dan blijkt toch opnieuw dat Penelope een loyale en goede echtgenote was. “Voor mijn gevoel is Penelope's weerzin om tot een nieuwe keuze [voor een tweede huwelijk] te komen niet alleen gemotiveerd door de zorg van haar zoon, maar ook door de verbondenheid met Odysseus.”

Wél interessant is de analyse van de positie die Penelope inneemt in haar eigen huis, waarin ze tegelijkertijd vrouw des huizes is, degene die het huis en de bezittingen bestiert, en mogelijke huwelijkskandidate om wier hand wordt geworven. Deze beide posities vragen om verschillend, zelfs strijdig gedrag - dat laat Sancisi-Weerdenburg mooi zien. Maar was ze maar iets losser van toon.

Dat zijn wel de in dit nummer voor het eerst vertaalde fragmentjes van de onbekende schrijver Alkifron, briefjes van concubines onder elkaar: “als ze ooit een glimp opvangt van haar eigen bietenkop zal ze niet meer schelden dat ik me niet goed opmaak”. Ze sluiten een stuk van Hein van Doolen af 'Hetairen: vrouwen voor het plezier' waaruit veel te leren valt over vrouwentaken in het oude Athene.