Islamitische landen vormen samenwerkingsverband D-8

ISTANBUL, 16 JUNI. In de Turkse stad Istanbul is gisteren de D-8 (Developing-8) opgericht, een economisch samenwerkingsverband van acht islamitische landen: Bangladesh, Egypte, Indonesië, Iran, Maleisië, Nigeria, Pakistan en Turkije.

De D-8, een initiatief van de Turkse moslim-fundamentalistische premier, Necmettin Erbakan, is het meest concrete voorbeeld van de wens van diens Welvaartspartij de banden met de islamitische wereld aan te halen en de eenzijdige oriëntatie van Turkije op het Westen te verbreden.

Het belangrijkste doel van de D-8, die sarcastisch ook wel Desperate-8 wordt genoemd, is de bestrijding van armoede door middel van economische samenwerking.

Erbakan, die onder zware druk staat van het leger en waarschijnlijk woensdag zijn premierschap zal overdragen aan vice-premier Tansu Çiller, ontkent dat de D-8 in feite is bedoeld als islamitisch alternatief voor de Europese Unie (EU). Turkije heeft het lidmaatschap daarvan in 1987 aangevraagd, maar de EU houdt Ankara voorlopig op afstand.

Een Turkse diplomaat zei gisteren desgevraagd dat op het ministerie van Buitenlandse Zaken aanvankelijk met argwaan naar het idee van economische samenwerking tussen de acht islamitische landen was gekeken, maar dat in de afgelopen zes maanden het vertrouwen is gegroeid dat de D-8 meer is dan een droom van Erbakan om Turkijes historische rol in de islamitische wereld nieuw leven in te blazen. “Het zal een wisseling van de regering in Turkije overleven”, aldus de diplomaat.

Anderen, onder wie commentatoren van de Turkse populaire kranten, betwijfelen dit. De indruk in die hoek is dat als Erbakan het premierschap aan zijn conservatieve coalitiepartner Çiller overdraagt, het enthousiasme in Turkije voor de D-8 zal verdwijnen, omdat de organisatie vooral zal worden geassocieerd met de islamitische identiteit die de lidstaten gemeen hebben.

De oprichting van de organisatie, gisteren in Istanbul in aanwezigheid van staatshoofden en regeringsleiders van de acht lidstaten, onder wie president Suleyman Demirel van Turkije en president Rafsanjani van Iran, werd overschaduwd door de binnenlandse politieke situatie in Turkije. Daar dreigde het leger vorig week zelfs “desnoods gewapend in te grijpen als het seculiere karakter van Turkije wordt aangetast”. Met name het buurland Iran wordt door de legertop aangemerkt als een gevaarlijk land dat zijn islamitische revolutie naar Turkije exporteert. Volgens Erbakan “is de D-8 niet het forum om dat soort problemen te bespreken”, maar president Demirel verwoordde de bezorgdheid hierover na afloop van de D-8 tegenover Rafsanjani.