Het terras

Op het stille terras aan de huizenkant van de gracht staan alle bezette stoelen naar de zon gekeerd. Ze zijn bevolkt met zwijgende eenlingen die een snelle lunch naar binnen werken en met een lezende jonge vrouw die een kinderwagen naast zich heeft. Van de iepen langs het water dwarrelen gevleugelde zaden op haren, de tafeltjes, de straat. Waar de wind de zaden ophoopt, ritselen die zacht.

De stilte wordt verbroken door drie jongens van een leeftijd waarop men reeds een scheerapparaat bezit zonder het al echt nodig te hebben. Eén is donker, één is blond, de derde heeft vurig rood haar dat als een borstel is geknipt. Met veel lawaai nemen ze plaats en bestellen bier. De donkere legt zijn geschoeide voeten op de zitting van een lege stoel en kijkt brutaal rond of daar iemand op reageert. De blonde houdt zijn shagje vast zoals een cowboy dat doet: in bovenhandse greep. De roodharige draagt een kostbare fotocamera die hij plagend nu eens op de ene, dan op de andere terrasbezoeker richt, maar bij gebrek aan aandacht ten slotte neerlegt. Alledrie praten druk door elkaar met schreeuwerige stemmen.

Vanuit de kinderwagen klinkt huilen op. De jonge vrouw beweegt de wagen als een schommelwieg, maar de baby zet een grotere keel op. De vrouw legt haar boek neer, tilt de zuigeling uit de wagen, knoopt haar bloes los en legt het kind aan de borst.

Aan het tafeltje van de jongens valt prompt het gesprek stil. Ze durven elkaar niet meer aan te kijken. De donkere haalt zijn voeten van de stoel. Die van het shagje ontvouwt een stadsplattegrond en houdt de kaart zo voor zijn gezicht, dat hij langs de zijkant ongemerkt de naakte borst met zuigeling bekijken kan. De roodharige heeft zijn camera gepakt en staat geruisloos op. Hij steekt de rijweg over, verschanst zich half achter een boom en richt het toestel op het terras.

De andere twee jongens doen alsof ze zijn verdwijnen met de camera niet hebben gemerkt. Wel werpen ze elkaar een blik van verstandhouding toe en slaan direct daarop, verlegen lachend, hun ogen neer.

De fotograaf focust op zijn vrienden. Dan draait hij het toestel langzaam en zo onopvallend mogelijk naar de vrouw met het kind tot hij die vol in beeld heeft en drukt af. Op het geluid van de zoem bloost hij zo diep, dat zijn haar aan kleur lijkt in te boeten.