'Het lijkt hier Checkpoint Charlie wel'

“Wat mij opvalt is dat Amsterdammers niet gewend zijn dat de politie tegen ze praat”, zegt een in Amsterdam ingezette Rotterdamse agent. Deel drie van een aantal Eurotop-observaties.

AMSTERDAM, 16 JUNI. “Merde!” Een Franse journaliste, net gearriveerd in het persdorp aan het Frederiksplein, mag er niet uit. Althans niet waar het plein de Utrechtsestraat kruist, ze moet omlopen. Een paar uur later zijn de regels weer veranderd en mag men bij de kruising het terrein verlaten.

Om twaalf uur gistermiddag ging het persdorp open dat onderdak biedt aan drieduizend buitenlandse correspondenten. Een uur later posteren de eerste klanten zich op het terras van café Oosterling. “Amsterdam heeft zijn zin, er is voldoende blauw op straat”, zegt een man. Inderdaad wemelt het binnen maar ook buiten dit gebied van politie. Een agent trekt de plakkaten ('Voederen verboden') van het hek dat het café van het persdorp scheidt. “Waarom doet u dat?” “Dat zijn de regels”, klinkt het enigszins nors. De uitbater tikt tegen zijn voorhoofd: “Zeker een Rotterdammer.” Er lopen inderdaad veel agenten van het Rotterdamse korps rond om hun Amsterdamse collega's te assisteren tijdens de EU-top die vandaag is begonnen.

“Wat mij zo opvalt is dat mensen in Amsterdam niet gewend zijn dat de politie tegen ze praat”, zegt een agent uit de Maasstad terwijl hij in het café zijn sigaretten afrekent. “Ze praten wel, maar wij trekken ons er niets van aan”, merkt iemand snedig op. De agent loopt lachend naar buiten.

“Deze al gezien?” vraagt de uitbater en hij houdt een zakje 'Euro-pinda's' omhoog. 'Officieel aanbevolen bijvoeding voor politici en media', aldus het etiket. Alpha Graphics in Amsterdam heeft er een fleurig affiche bij geleverd, het zakje gaat van hand tot hand.

Cameraploegen storten zich gretig op de clientèle achter het hek. Een fotograaf probeert zijn lens ver door het traliewerk te wringen, zonder succes. Om drie uur begint op het terras zowaar een heuse persconferentie, georganiseerd door Duitse tegenstanders van de top. Op een grote doos zijn plakkaten geplakt met de namen van bedrijven erop en het aantal werknemers dat gedwongen is afgevloeid. “Ik zal nu de doos openmaken”, zegt een vrouw voor het oog van een aantal camera's van de Duitse televisie. Even later laat ze de inhoud zien: de doos is leeg. “Zo ziet de Europese werkgelegenheidspolitiek eruit.”

Bij de kruising met de Utrechtsedwarsstraat liggen grote betonblokken om te voorkomen dat actievoerders dicht bij het Frederiksplein komen. “Het lijkt hier wel Checkpoint Charlie”, mompelt een voorbijganger doelend op de fameuze grensovergang die tot november 1989 de scheiding tussen West- en Oost-Berlijn markeerde.

In een poging klanten te trekken heeft de eigenaar van boekhandel Zwart op Wit, pal tegenover Oosterling, een groot stuk papier op zijn gevel geplakt met daarop de tekst: “Aan deze kant is het veel leuker.” Het baat niet echt, voetgangers lopen snel voorbij.

De vele agenten maken lange uren. Het terrein en de omgeving worden dag en nacht bewaakt. Veel tijd om elders in de stad een dief op heterdaad te betrappen is er niet. Een klant: “Ik zag een paar jongens met een stapel telefoonkaarten die ze echt niet bij de PTT hadden gekocht. Ik kom een agent tegen en zeg waar die jongens naar toe zijn gerend. Zegt die agent: 'Dat zijn bekenden, gaan we later in de week wel achteraan'.”

Op het nabijgelegen Amstelveld klinkt vrijwel de hele dag muziek. Buurtbewoners lopen af en aan om geen optreden te missen. Op verschillende plaatsen in de stad wordt de burgerij muzikale programma's aangeboden in het kader van de EU-top. “Dit heeft de gemeente goed gedaan”, zegt een toeschouwer.