Een zomerse Avercamp in de 'Gouden Bocht'

AMSTERDAM, 16 JUNI. De 'Gouden Bocht' van de Amsterdamse Herengracht is geheel dichtgetimmerd. Met zo'n 'houten ijsvloer' biedt de gracht aan het eind van de 20ste eeuw het complement op de 17de eeuwse schilderijen met wintervermaak van Avercamp. De zomerse openluchtconcertzaal met een capaciteit van vijftien- tot twintigduizend toeschouwers is verreweg het aardigste bijverschijnsel van de Eurotop.

Met de rug naar de Vijzelstraat staat er een groot overdekt podium waarop dezer dagen een grote variatie aan muziek wordt geproduceerd: van Beethoven tot Bernstein, van de Senegalese pop van Youssou N'Dour tot de Nederlandse pop van Henk van der Lubbe van De Dijk.

De door de gemeente Amsterdam aangerichte muziekfeesten hebben ook plaats op het Beursplein, het Amstelveld en bij de Stopera. Ze compenseren de hinder die de gewone Amsterdammer op straat ondervindt, zei burgemeester Patijn vrijdagavond bij de opening van het festijn op de Herengracht. Patijn, die vlak achter het podium woont, bleek een buurtbewoner zoals alle andere Amsterdammers, maar met wat meer gezag. Toen vrijdagavond bij het begin van het operaconcert van het Noordhollands Philharmonisch Orkest wat helikopters hinderlijk overvlogen, belde hij de politie. Terwijl er elders relletjes waren, konden we dankzij Patijn op de Herengracht toch rustig genieten van de muziek. De versterking leverde een acceptabele, maar wisselende geluidskwaliteit.

Nederlandse zangers als Henk Poort, Ellen van Haaren en Arnold Bezuijen zongen muziek uit opera, operette en muscical, met het oog op de Europese verbroedering uiteraard besloten met Johann Strauss' Brüderlein und Schwesterlein uit Die Fledermaus. Sopraan Miranda van Kralingen maakte de meeste indruk - zingend in een duet uit Puccini's La bohème en temperamentvol met haar rokje zwaaiend in Klänge der Heimat uit Die Fledermaus. Vanavond is er - rechtstreeks uitgezonden door Ned. 3 en ook te zien in een groot aantal Eurovisielanden - een 'Europese Top van Operasterren' met Charlotte Margiono, Nelly Miricioiu, Peter Seiffert, José van Dam en John Bröcheler.

Het Koninklijk Concertgebouworkest trad onder leiding van Wolfgang Sawallisch zondagmorgen al om 12 uur op met een Beethovenconcert: de ouverture Leonore I en de Zevende symfonie. Die muziek klinkt ook tijdens concerten die het orkest de komende dagen geeft in Athene en Istanboel, net als het programma dat zaterdagavond in het Amsterdamse Concertgebouw klonk: de Derde symfonie van Brahms en Don Quixote van Richard Strauss.

Nog geen drie weken geleden had Sawallisch Brahms' Derde nog weinig opwindend in het Concertgebouw gedirigeerd bij het Philadelphia Orchestra. Wat interpretatie betreft was er weinig verschil, maar vooral in de prachtig gespeelde langzame delen twee en drie bleek de warme, donkerrood-pluchen klank van het Concertgebouworkest in de eigen zaal beter te passen en rijker dan die van de Philadelphians, die geheel zijn ingesteld op hun eigen zaal.

Die uitbundige en expressieve klankrijkdom kwam nog veel sterker tot uiting in een fenomenaal gespeelde uitvoering van Strauss' Don Quixote - met prachtige en geïnspireerde soli van cellist Godfried Hoogeveen, altviolist Ken Hakii, basklarinettist Geert van Keulen en tenortubaïst Arjen Bos.