Een reiziger onder de reizigers

Op de openingsavond van de 28ste editie van Poetry International kreeg Pem Sluijter de C. Buddingh'-prijs, onder andere vanwege haar 'rijpe toon'. Maar het was vooral een 12-jarige dichteres uit Nieuw Zeeland die gisteren de aandacht trok.

Poetry International: t/m 20 juni. Inl (010) 404 41 25, res. (010) 411 81 10. ROTTERDAM, 16 JUNI. De C. Buddingh'-prijs voor Nieuwe Nederlandse Poëzie, die eerder onder anderen naar Michaël Zeeman en Anna Enquist ging, is dit jaar toegekend aan Pem Sluijter. Sluijter (1939), de oudste van de zes genomineerde debutanten, kreeg de prijs gisteravond, tijdens het Rotterdamse festival Poetry International, voor haar bundel Roos is een bloem.

Vooral de 'rijpe toon' van Sluijters gedichten werd door de jury, waarin een coryfee als Judith Herzberg, geroemd. Pem Sluijter is journaliste geweest en ambtenaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Haar werk bracht haar naar alle uithoeken van de aarde, ook naar de allerarmste. Tijdens haar reizen zag en ziet zij, aldus het juryrapport, overal 'tekenen van onrecht', die zij 'met een bijna fotografische precisie poëtisch weet vast te leggen'. Zo opent het gedicht 'Ontwaken in Sri Lanka' met de volgende terzine: 'In Sri Lanka hoor je Singalezen / op zachte voeten door hun meesters / huizen gaan / met zachte vegers.'

“Een dichter”, zei Sluijter in haar dankwoord, “is mijns inziens een reiziger onder de reizigers. Stukjes van het traject mag hij in beeld brengen.” Sluijter, die jarenlang in stilte dichtte, beleefde gisteren haar coming-out: dankzij de prijs durft zij zichzelf nu eindelijk zonder schuld- en schaamtegevoelens poëet te noemen.

Rien van den Berg, Piet Gerbrandy, Astrid Lampe, Hilbrand Rozema en Jos Versteegen, de genomineerden die als verliezers de zaal verlieten, kunnen één ding beter dan de winnares: en dat is reciteren. Luid applaus kreeg niet alleen Lampe voor de koene woordenstroom uit Rib, maar ook Jos Versteegen, die de dood bezweert met naar hij hoopt onsterfelijke sonnetten.

Waagt men zich in Nederland pas op rijpere leeftijd aan zijn poëziedebuut, in Nieuw Zeeland is de twaalfjarige Laura Ranger reeds nu, op haar twaalfde, een bestseller-dichteres. Twintigduizend exemplaren werden daar verkocht van haar bundel Laura's Poems, waarvan nu ook een Nederlandse vertaling bestaat. De komende dagen zal Laura vaker in Rotterdam te zien en te horen zijn, maar in het Poetry-programmaonderdeel 'De jonge dichters' konden wij ons alvast ongegeneerd aan haar jeugd vergapen.

Lang, golvend haar heeft, ze, niet rossig en niet blond. Op haar neus zitten sproeten en van podiumangst lijkt Laura weinig last te hebben. Haar grappige, frise, hier en daar rijmende gedichten - over God, de poes, het strand en boeven - leest ze eerst in het Engels en dan in een gebroken Nederlands voor. Sommige van haar verzen ontstonden zo te horen toen ze zes of zeven was: 'Rode bladeren / gouden bladeren / ze zitten los / net als mijn voortanden / dan vallen ze uit.'

De 33-jarige Raoul Schrott uit Oostenrijk gaat eveneens door voor een jonge dichter. Dit is dan wel een jonge dichter met een ontzagwekkende eruditie: astronomische en cartografische, etnologische en archeologische kennis is in zijn gedichten, en in zijn zojuist vertaalde romandebuut Finis Terrae, verwerkt, en de talen buitelen over mekaar heen: Frans, Grieks, you name it. Schrott werd geboren op een schip naar São Paulo en nog steeds houdt hij van de zee, van onbekende verten. Ook de tijd bereist hij: woensdag en donderdag zal Schrott lezingen houden over 'De uitvinding van de poëzie', en vast staat dat hij zal uitkomen bij een Soemerische priesteres.

Deze achtentwintigste aflevering van Poetry International biedt ook nu weer die informele sfeer die buitenlanders steeds weer naar Rotterdam doet terugkeren. Toch is er het een en ander veranderd. De locatie is verplaatst van De Doelen naar de Rotterdamse Schouwburg: een licht en open gebouw en voor de gelegenheid versierd met metershoge balen oud papier (brandbaar, u mag er dus niet roken!). Tatjana Daan heeft de leiding van Martin Mooij overgenomen; zij zorgde ervoor dat er minder dichters per avond optreden, opdat de individuele kunstenaars beter uit de verf komen en de toeschouwers zich niet aan woorden overeten.