De hooggeschoolde oermensen verdwijnen

ROERMOND, 16 JUNI. De triathlon is van oudsher een uitputtingsslag voor de ervaren en veelzijdige sportman. Een interessante krachtmeting tussen potige kerels en dames die vele uren kunnen zwemmen, fietsen en hardlopen. Geroutineerde atleten als Rob Barel, Axel Koenders en Thea Sybesma oogsten vooral lof bij hun collega's. Voor het gemiddelde sportpubliek bleven ze onbekende grootheden. Triathlon was en bleef een duursport die geassocieerd werd met oermensen of broodmagere doordouwers die na afloop van een race in de berm hun speeksel deponeerden.

De 20-jarige Ralph Zeetsen uit het Limburgse Urmond is een exponent van de verkorte triathlon, de moderne lichting. Hij richt zich op de olympische discipline, ongeveer een kwart van de gebruikelijke afstand. Zeetsen moest afgelopen zaterdag 1500 meter zwemmen, 40 kilometer fietsen en 10 kilometer hardlopen. Langs de oevers van de Maas was de beste junior sneller dan alle senioren. Zeetsen behaalde de nationale titel en gaat zich de komende drie jaar richten op de Olympische Spelen van Sydney. “Daar moet alles voor wijken. Ik ben gestopt met mijn studie gezondheidswetenschappen. Ik heb een sponsor gevonden die mij tot 2000 een redelijk inkomen garandeert. Rijk worden kan ik altijd nog.”

Sinds triathlon de olympische status heeft verworven, is het heroïsche element een beetje naar de achtergrond verdrongen. De zware krachtsinspanning moest worden ingekort, volgens de strenge normen van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Behalve op uithoudingsvermogen komt het bij de olympische afstand ook op snelheid aan. Het IOC wil flitsende, telegenieke beelden op de Spelen, geen langdradige uitzendingen met voorspelbare winnaars.

Om dezelfde reden is het stayeren toegestaan bij de olympische triathlon. De atleten mogen op de fiets voortaan een peloton vormen, de verschillende individuen hoeven sinds vorig jaar geen tien meter afstand meer van elkaar te bewaren. Door de regelwijziging hoopt het IOC diskwalificaties achteraf te vermijden. De oude regel met een minimale afstand van tien meter leidde in de praktijk tot veel onenigheid en onduidelijkheid. Had hij of zij nu wel of niet voldoende afstand bewaard? Een andere beweegreden voor het IOC om het stayeren toe te staan, is van praktische aard. Hoe meer wielrenners in een groep rijden, hoe minder camera's nodig zijn om de wedstrijd te registreren.

De 39-jarige Barel heeft in de loop der jaren alle nieuwe regels aan den lijve ondervonden. Hij heeft gemengde gevoelens over het stayeren. “Ik vind het wel grappig om net als in het wielrennen geflikt te kunnen worden”, vertelde hij zaterdag in een vraaggesprek met de Volkskrant. Volgens Barel is door de nieuwe regel niet alleen de vorm van de dag belangrijk, ook het koersinzicht gaat meespelen. Het individuele element, van oudsher de basis van de triathlon, wordt enigszins aangetast.

Door het stayeren op de fiets komt de nadruk nog meer te liggen op de laatste en beslissende discipline, het hardlopen. De kans dat meerdere sporters gelijktijdig van de fiets stappen, is door het stayeren aanmerkelijk toegenomen. De eenling is op twee wielen nu eenmaal minder snel dan een groepje achtervolgers. “Ik ben bang dat de meesten een beetje gaan lopen klooien met zwemmen en fietsen”, zegt Alexander Maasdijk, chef d'équipe van de Nederlandse Triathlon Bond (NTB). “Het kan nooit de bedoeling zijn dat triatleten veredelde hardlopers worden”, aldus Maasdijk.

Nederlands kampioen Zeetsen heeft eveneens zijn bedenkingen bij het stayeren. “Voor het publiek is het misschien spectaculair, voor de deelnemers is het gevaarlijker en minder spannend. Ik ben vrij goed op de fiets en beschouw het als een nadeel.” Zeetsen beseft dat hij geen keus heeft met het oog op de Spelen van Sydney. “Ik moet me richten op de kwart-triathlon. Voor de hele triathlon ben ik nog niet sterk genoeg.”

Zeetsen studeerde één jaar gezondheidswetenschappen aan de universiteit van Maastricht, voordat hij zich fulltime aan zijn favoriete bezigheid ging wijden. De meesten van zijn collega's hebben minimaal een HBO-opleiding, waarmee triathlon zich (onbedoeld) een elitair karakter heeft verschaft. De allround-sporters hebben meer dan een gemiddelde belangstelling voor hun lichaam en hun materiaal. Het ossenkopstuur, de dichte wielen, de vijfspaakswielen, de drinkbidon met rietje: allemaal hulpmiddelen die zijn bedacht door triatleten of hun begeleiders. In vergelijking met wielrenners, nog altijd een toonbeeld van conservatisme, zijn zij geïnteresseerd in de achtergronden van hun sportbeoefening.

Het is dan ook geen toeval dat de beste Nederlandse triatleten hun krachten bundelen met onderzoekers van de universiteit van Maastricht. Sport en wetenschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, weet inspanningsfysioloog Cees Vervoorn van sportkoepel NOC*NSF. Hij zal tot 2000 nauwgezet samenwerken met een assistent in opleiding (AIO) van de Maastrichtse universiteit en een team van talentvolle, kansrijke triatleten. Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door de financiële steun van NOC*NSF, die steeds vaker subsidies verstrekt aan de kleinere sportbonden.

De triatleten worden regelmatig medisch getest, de AIO schrijft een lijvig proefschrift en de inspanningsfysioloog is de controlerende factor. Vervoorn benadrukt dat de atleten geen proefkonijnen zijn. “Er is zoveel kennis over het lichaam en de inspanning. Waarom zou je die kennis niet verspreiden?” De nieuwe kampioen Zeetsen is nieuwsgierig naar de effecten van de wetenschappelijke begeleiding. “Het medische aspect is heel belangrijk. Als mijn kans op een medaille hierdoor groter wordt, ben ik gek om niet mee te werken.”