Dankzij titel werd m'n hobby m'n werk

In 1981 werd het Europees kampioenschap in Apeldoorn gehouden. Als tweede van Nederland mocht ik daar ook aan deelnemen. Het was mijn eerste EK, ik ging er zonder aspiraties naar toe. Natuurlijk wilde ik goed spelen, maar aan een toppositie dacht ik niet.

Het ging vanaf het begin goed met mij. Zo goed zelfs, dat ik voor het begin van de laatste dag op de eerste plaats stond en opeens één van de favorieten voor de titel was. De grote favoriet was natuurlijk de Belg Steylaerts. Hij was al jaren wereldtop. Velen dachten dat ik op die laatste dag in zou storten, maar dat gebeurde niet. Ik bleef enorm goed spelen. Ik was ook helemaal niet zenuwachtig. Zaterdagavond had ik voor het slapen gaan nog een lekker pilsje gedronken en een potje getafeltennist.

Ik speelde het hele kampioenschap onbevangen, ook die laatste dag. Het waren gewoon een paar dagen waarop alles lukte. Als sporter heb je dat soms, denk maar aan Krajicek vorig jaar op Wimbledon of die Kuerten laatst op Roland Garros.

Van die titel ging ik niet uit m'n dak. Ik wist heel goed dat ik dat weekend de beste was, maar dat de rollen een week later weer omgedraaid zouden zijn. Zo ging het ook: ik heb die prestatie in Apeldoorn nooit meer kunnen evenaren. Een teleurstelling is dat niet. Terugkijkend kan ik alleen maar tevreden zijn over mijn carrière. Door die titel heb ik van m'n hobby - de biljartsport - m'n beroep kunnen maken.

Ik heb nu een eigen bedrijfje en ben ook regelmatig arbiter bij grote wedstrijden. Daar kom ik veel oude bekenden tegen die nog altijd spelen. Dat is heel leuk. Alleen heb ik geen last meer van wedstrijddruk. Dat is heerlijk.