CPB raamt groei in '98 op 3,75 procent

DEN HAAG, 16 JUNI. De economische groei bedraagt volgend jaar 3,75 procent, het hoogste percentage in deze kabinetsperiode. Dat heeft het Centraal Planbureau (CPB) het kabinet laten weten. Het kabinet gebruikt deze voorlopige ramingen voor het opstellen van de rijksbegroting-1998.

De prognose van de economische groei ligt een half procentpunt hoger dan de voorspelling die het CPB een half jaar geleden in het Centraal Econonomisch Plan 1997 publiceerde.

De aantrekkende economie heeft gunstige gevolgen voor de groei van de werkgelegenheid. Dit jaar worden er 108.000 nieuwe banen gecreëerd.

Het planbureau voorspelde in het voorjaar een banengroei van 118.000 in 1998; naar verwachting wordt deze prognose met 10.000 à 20.000 naar boven bijgesteld. Het aantal mensen met een werkloosheidsuitkering daalt van 785.000 in 1996 naar 770.000.

Voor volgend jaar houdt het CPB rekening met een verdere daling naar 715.000 à 725.000. De prognoses worden officeel op de derde dinsdag in september in de Macro Economische Verkenningen gepubliceerd.

De hogere economische groei heeft ook tot gevolg dat de belastinginkomsten voor de overheid hoger uitvallen. De schatkist krijgt twee miljard gulden meer binnen dan eerder was berekend. De uitgaven voor de sociale zekerheid vallen twee miljard gulden lager uit als gevolg van de economische groei.

In totaal heeft het kabinet volgend jaar vier miljard gulden meer te besteden. In het voorjaar is bij de eerste ronde van het opstellen van de begroting voor volgend jaar al een verdeelsleutel afgesproken, waarbij de helft wordt gebruikt voor het zogenoemde AOW-fonds (een spaarpot voor de oudedagsvoorziening met het oog op de vergrijzing) en extra verlaging van het financieringstekort.

De andere helft wordt gebruikt voor een verdere verlichting van de lasten van burgers en het bedrijfsleven.

Het tekort van de overheid daalt van 2,25 naar 1,75 procent volgend jaar. De staatsschuld, uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands produkt, daalt van 73,8 naar 71,5.

Ook de prognoses voor de koopkracht heeft het CPB aangepast. In het voorjaar verwachtte het planbureau nog dat mensen met een sociale uitkering gelijk zouden blijven in koopkracht, nu voorspelt het CPB een kleine stijging. De koopkracht van mensen met een modaal inkomen stijgt ongeveer een half procent.