Bolkestein: goed werk van Nederland

DEN HAAG, 16 JUNI. Wat morgenavond ook de inhoud van het Verdrag van Amsterdam over de hervorming van de Europese Unie mag zijn, de fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, Bolkestein, is heel tevreden over de bijdrage die de regering daaraan als EU-voorzitter heeft geleverd.

Bolkestein waarschuwt echter wel dat op de EU-top geen extra geld voor een Europees werkgelegenheidsbeleid mag worden afgesproken en dat volgend voorjaar streng de hand moet worden gehouden aan de toetredingseisen voor de Europese muntunie.

Premier Kok, minister Van Mierlo en staatssecretaris Patijn (Buitenlandse Zaken) hebben “erg veel werk verzet” en dit half jaar het EU-voorzitterschap “erg goed uitgeoefend”, zei Bolkestein gisteren in een vraaggesprek met de NOS. Drie dagen voordat, woensdag, de Tweede Kamer over het Verdrag van Amsterdam debatteert sprak hij daarvoor alvast “een groot compliment” uit.

De VVD-leider maakte er geen geheim van dat zijn tevredenheid mede te maken heeft met het feit dat het Nederlandse EU-voorzitterschap er niet in is geslaagd om de EU-partners te winnen voor opvattingen die de VVD niet deelt. Meer nog, waar door andere Kamerfracties al geklaagd is over een “magere verdragstekst”, is Bolkestein juist positief. Hij noemde het bijvoorbeeld “een duidelijk pluspunt” dat de EU op het terrein van het buitenlands beleid in feite slechts per consensus moet blijven beslissen. Daardoor blijft het door de VVD gewenste behoud van het nationale vetorecht verzekerd.

Over een andere eis van de VVD (en de regering en een meerderheid van de Kamer), namelijk het behoud van (ten minste) één lid van de Europese Commissie per land, vindt Bolkestein dat de besluitvorming slechts naar de toekomst (als nieuwe landen tot de EU toetreden) is verschoven, “evenals het daarmee samenhangende probleem van het stemgewicht in de Raad van Ministers”. Aan zijn compliment aan de regering voegt hij hier toe: “Wat betekent dat de eigenlijke doelstelling van het Verdrag van Amsterdam, namelijk de Unie klaar maken voor die binnenkomers, een beetje achter de horizon is verdwenen”.

“Onverstandig” noemt de VVD-fractieleider het dat president Duisenberg van De Nederlandsche Bank vorige week een financieringstekort van 3,2 procent in bepaalde gevallen nog aanvaardbaar acht voor toetreding tot de muntunie, al is de preciese eis maximaal 3 procent. Bolkestein is het eens met Duisenberg en Kok dat de EU-partners straks, vlak na de Tweede-Kamerverkiezingen van 6 mei, niet alleen de cijfers over één jaar (1997) bekijken. Zonder de namen van Duitsland en Frankrijk, respectievelijk Italië, te noemen achtte ook hij “de langere termijn” interessanter, want “één jaar kan een uitschieter zijn”. Maar “veel belangrijker” vindt hij wat premier Kok vorig jaar december op vragen van de VVD in de Kamer heeft gezegd, namelijk dat “drie procent gelijk is aan drie procent”. Bolkestein: “Ik houd hem daaraan.”