Bij Pakistan rommelt het als vanouds

De nationale hockeyploeg heeft op overtuigende wijze het vierlandentoernooi in eigen land gewonnen. Na de zege op Zuid-Afrika van donderdag won Nederland zaterdag met 5-0 van Engeland en gisteren met 4-0 van Pakistan. Bram Lomans benutte in twee dagen vier strafcorners. Tegen Engeland scoorde Jaap Derk Buma, gekozen tot beste speler van het toernooi, drie keer.

AMSTERDAM, 16 JUNI. Minder dan een jaar voor het wereldkampioenschap hockey gaat het niet goed met de titelverdediger. Pakistan werd gisteren met 4-0 weggespeeld door Nederland en veteraan Jacques Brinkman, die tientallen keren tegen de Aziaten speelde, kon zich na afloop niet herinneren ooit zo makkelijk van de eeuwige rivaal te hebben gewonnen.

“Vroeger was je bij elke tegenaanval op je hoede, want bam, daar kwamen de Pakistanen. Zo was het nu niet. Ze waren onherkenbaar.”

Technisch zijn er geen betere hockeyers op de wereld dan Pakistanen. Het is voor de liefhebber een lust voor het oog om ze met stick en bal bezig te zien. “Zij spelen het echte hockey”, zegt Brinkman. Op tactisch gebied lijkt het echter nergens op. Pakistan speelt een ouderwets, veel te aanvallend systeem. Maar al te vaak breekt dat de ploeg op, omdat de tegenpartij alle ruimte krijgt.

Hans Jorritsma moest daar in 1994 verandering in brengen. De Amsterdammer, in 1990 wereldkampioen met Nederland, werd door de Pakistaanse hockeybond als trainer binnengehaald. Hij was de eerste buitenlander die een contract kreeg. Lang niet iedereen was het daarmee eens. Maar dat Jorritsma goed werk verrichtte, bleek op het WK van 1994: Pakistan versloeg in de finale Nederland. De groene brigade beschikte in Sydney voor het eerst over een goede strafcorner en speelde een meer behoudende tactiek.

Ondanks zijn grote aandeel mocht Jorritsma tijdens de wedstrijden niet op de bank zitten. Daar had manager Rashid het voor het zeggen. “Maar op de trainingen liet hij me mijn gang gaan. Soms was hij er zelfs helemaal niet”, aldus Jorritsma. Na het gewonnen WK werd de Nederlander bedankt voor de bewezen diensten. Nu kunnen we het zelf wel weer, dachten ze. Dat bleek een misvatting.

Anderhalf jaar later eindigde Pakistan op de Spelen van Atlanta als zesde. Het gebeurt wel vaker dat een groot succes bij de Pakistanen wordt gevolgd door een teleurstelling. Zo werden ze als regerend wereldkampioen bij het WK van 1986 elfde, één na laatste. Het was het grootste debacle uit de geschiedenis van het Pakistaanse hockey.

Momenteel is doktor Tariq Aziz de manager. Hij was in 1968 aanvoerder van de gouden olympische ploeg en is de zoveelste voormalige tophockeyer die de leiding in handen heeft gekregen. Een fraaie erelijst als speler is in Pakistan de beste referentie voor een coach. Of hij de moderne kneepjes van het spel kent, is niet belangrijk. Aziz, pas gepensioneerd als docent op de universiteit, komt over als een prettig mens. Maar hij is net zo conservatief als de meesten van zijn voorgangers. Minzaam lachend slaat hij de suggestie af om, zoals in '94 met Jorritsma, hulp uit het buitenland in te roepen. “Dat is niet nodig. We zijn zelf echt wel in staat om de spelers te vertellen wat ze wel en niet moeten doen.”

De selectie komt in Pakistan voort uit de zogenaamde trials. Een grote groep kandidaten, vaak zo'n zestig, wordt uitgenodigd voor het trainingskamp. Na de afsluitende wedstrijd wijst de keuzecommissie de definitieve ploeg aan. De manager heeft als lid van de commissie slechts één stem. Jorritsma: “Zo'n laatste dag is een hele ceremonie. De keuzeheren zitten met thee en koekjes onder een baldakijn en bekijken de spelers. Het kan dan voorkomen dat een speler die in de dagen ervoor niet is opgevallen per ongeluk een paar goals maakt en de selectie binnenzeilt.”

En als de manager er met die selectie niet in slaagt succes te boeken, dan kan hij ook weer snel vertrekken. Daar zijn de bond én de regering - hockey is in Pakistan landsbelang - makkelijk in. De coaches komen en gaan. Jorritsma ziet het als “de grootste vijand” van het Pakistaanse hockey dat er van hogerhand wordt ingegrepen zodra het even niet naar behoren gaat.

Zo werd vedette Shahbaz Ahmed, die dit seizoen een paar maanden voor Oranje Zwart in de hoofdklasse hockeyde, een dag voor de start van de Olympische Spelen gebeld door de minister van Sport. Of hij binnen een half uur klaar kon zijn voor vertrek naar Atlanta om zich daar bij de nationale ploeg te voegen. Een verzoek van de minister kon hij niet weigeren, maar Shahbaz was ongetraind. Geen wonder dat hij ter plekke matig presteerde en snel geblesseerd raakte.

Bondsvoorzitter Nawaz Tiwana heeft ook nog problemen van andere aard. Hij wordt er in zijn functie van directeur van luchtvaartmaatschappij PIA van beschuldigd de huisraad van oud-president Bhutto gratis naar Engeland te hebben overgevlogen. Tiwana is op borgtocht vrij.

En zo rommelt het altijd in het Pakistaanse hockey. Toch mogen de Pakistanen nooit worden onderschat, zeggen de tegenstanders. Hans Jorritsma kon gisteren met eigen ogen zien dat de ploeg weer dezelfde tactische fouten maakt als voor zijn tijd en dat de strafcorner waardeloos is. Maar hij was ook onder de indruk van het vele nieuwe talent bij Pakistan. Net als de Nederlandse bondscoach Roelant Oltmans. “De Pakistanen worden voor het WK echt wel weer sterker. In wezen hebben ze een prachtig team.”

Doktor Aziz maakt zich ook geen zorgen. Na de gevoelige 0-4 tegen Nederland stond hij al snel te lachen met een groep toeschouwers uit eigen land. Aziz zal na de nederlagen van vorige week (ook tegen Engeland) nog wel niet worden ontslagen, maar thuis is er ongetwijfeld de nodige kritiek op hem. Hij haalde er zijn schouders over op. “Dat zijn we in Pakistan gewend. De mensen willen dat onze hockeyploeg altijd nummer één is. Maar je kan niet altijd winnen.”