Zucht van de topmanager naar rustiger bestaan

De top van het Nederlandse bedrijfsleven lijkt de laatste weken wel een duiventil. Alsof de bestuurders van grote bedrijven zelf aan het experimenteren zijn geslagen met de door de vakbeweging zo verfoeide demotie.

Begin mei stapte directievoorzitter ir. R. Kingma (52) van Delft Instruments onverwacht op, zelfs zonder dat een opvolger voor handen was. Twee weken later kondigde topman drs. P. Bouw (55) van de KLM als een donderslag bij heldere hemel zijn vertrek aan, maar hij heeft wel een kroonprins. Vorige week meldde GTI met het vertrek van ir. G. Kolff de derde wisseling van bestuursvoorzitter in evenzoveel jaar. En afgelopen week kondigde bestuursvoorzitter drs. P Snoep (58) van Grolsch zijn vertrek aan, zonder dat hij al de naam van een nieuwe eerste man kan noemen.

Toeval, dat zoveel topmanagers opeens hun baan opgeven? “Voor iedere onderneming geldt een apart verhaal, maar het is onmiskenbaar zo dat de druk van aandeelhouders op managers toeneemt om te presteren”, zegt F. van Schaik, hoofd beleggingsresearch bij zakenbank ABN Amro Hoare Govett. “Er lopen niet voor niets op dit moment twee splitsingen van grote concerns. Vendex is bezig, KPN heeft aangekondigd met mededelingen te zullen komen. Corporate restructuring is een thema dat speelt.”

Al lopen de activiteiten van de vier bedrijven met toptransfers uiteen van bier tot luchtvaart en van medische instrumenten tot technische installatie, wat zij gemeen hebben is een stagnatie in hun winstontwikkeling, weifeling in het maken van strategische keuzes en - bij drie van de vier - het nodige geld in kas dat naarstig zoekt naar rendabele investeringen.

Opmerkelijk bij drie van de vier opstappers (Kingma, Bouw en Snoep) is de boodschap: het is nu wel mooi geweest. “Ik maakte tropenjaren”, legde Kingma in deze krant uit. Tijdens de 'nachtkijkeraffaire' die het bedrijf en de topman in aanvaring bracht met de Amerikaanse jusitie was hij “achttien uur per dag in touw om ervoor te zorgen dat dit probleem werd opgelost”.

Na tien jaar aan de top is het mooi geweest, vindt Kingma en Bouw en Snoep zeiden hem dat vrijwel letterlijk na. Snoep was bij Grolsch naar eigen zeggen zowel verantwoordelijk voor de bestuurlijke kant van het management (beurs, strategie) als voor het operationele werk. “Als je dat tien jaar hebt gedaan is het in het belang van de onderneming dat een jonge generatie het werk overneemt. Daarbij speelt niet mijn leeftijd de hoofdrol, maar hoe lang ik al in functie ben.”

De maatschappelijke trend om eerder te stoppen met werken en meer tijd voor gezin, lezen en nieuwe bijbanen te besteden raakt zodoende ook in de top van het bedrijfsleven ingeburgerd. Kingma blijft twee dagen in de week als adviseur voor Delft Instruments werken, Bouw ambieert een rol als “praatpaal” voor andere ondernemers, Snoep krijgt meer tijd voor commissariaten, waaronder een groot ziekenhuis.

Nog even vlak voor het pensioen die laatste grote deal doen, en afscheid nemen met een gewaagde fusie als standbeeld is niet de keuze van de 'vertrekkende vijftigers'. Elsevier-topman dr. P. Vinken ging door tot zijn 68-ste voordat hij zijn kroonprins had gevonden en ingewerkt. Hij lijkt, met Randstad-oprichter dr. F. Goldschmeding, die onlangs erop zinspeelde dat hij na zijn 65ste misschien nog wel even doorgaat als hij nog geen opvolger heeft, de laatste der eigenzinnige machtshebbers. “Topmanagement zou minder met leeftijd te maken mogen hebben”, zegt Van Schaik van ABN Amro Hoare Govett. “Op dat niveau moet je altijd ready for change zijn.”

De zucht naar een rustiger bestaan laat onverlet dat hun opvolgers moeilijke knopen moeten gaan doorhakken. “Iedereen moet zijn plekje weten te vinden in Europa”, zo schetst van Schaik de keuzes die nu in de top van grote en middelgrote bedrijven gemaakt moeten worden.

Wat moet Grolsch na zijn mislukte avontuur op de Duitse biermarkt en zonder de kapitaalkracht die een concurrent als Heineken heeft om buitenlandse overnames te doen? Hoe gaat Delf Instruments na de moeizame omschakeling van defensietoeleverancier naar nieuwe markten om de beloofde buitenlandse groei en winstverbetering te realiseren? Krijgt de installatiemarkt van GTI dezelfde heftige concentratieverschijnselen als zich nu afspelen onder de opdrachtgevers, de grote bouwbedrijven? En hoelang duurt het nog voordat KLM na twee mislukkingen en afkalvende winstgevendheid de alliantie van de 21ste eeuw afsluit?

“Het is duidelijk dat beslissingen genomen moeten worden wat men wil met hun onderneming”, zegt Van Schaik van ABN Amro Hoare Govett. Hij noemt een voorbeeld van twee bedrijven in dezelfde branche: de technische groothandels Econosto en Eriks. Econosto is, met financiële steun van onder meer ABN Amro, het Europese overnamepad opgegaan om een partij van formaat te worden, Eriks moet nu, zij het verlaat en min of meer noodgedwongen, dezelfde strategie volgen. “Er wordt altijd gedanst, maar je moet snel op de dansvloer verschijnen, anders zijn de leuke kandidaten weg.”

Een nieuw gezicht (m/v) aan de top kan daarvoor de geesten rijp maken of een ingesleten patstelling tussen verschillende facties (zoals: de techneuten versus de commercie) doorbreken. “Philips is een goed voorbeeld van een bedrijf dat een buitenstaander binnenhaalt, die het roer omgooit.”

Weifeling over de weg die hun onderneming moet inslaan gaat dankzij de hoge winsten van de afgelopen jaren hand in hand met een ruime kaspositie, waarmee nauwelijks geld wordt verdiend omdat de rente zo laag is. De combinatie van veel geld en geen doel brengt steeds vaker beleggers in het geweer. KLM en Grolsch besteedden vorig jaar al een deel van hun overtollig kasgeld door eigen aandelen in te kopen en door de reductie van het aantal aandelen in elk geval de winst per aandeel op te krikken. Dat is een cijfer waar beleggers op de effectenbeurs scherp naar kijken als meetlat voor de financiële prestaties van managers.

Ook GTI zit ruim bij kas. De eerste vraag die de GTI-top enkele weken geleden kreeg bij een presentatie aan beleggers toen de aandelen van het personeel werden herplaatst: waarom koopt GTI niet zelf een deel van de aandelen in. Een bevredigend antwoord bleef volgens een aanwezige uit.

Dat aandeelhouders toenemende druk op topondernemers zetten en daarmee een rol spelen in het vertrek van topmanagers is in het Nederlandse bedrijven een van de laatste taboes. In Nederland vertrekt men graag “in goed overleg”, of, als dat niet mogelijk is, “om persoonlijke redenen”. Even leek het erop alsof het bedrijfsleven wat opener zou worden over het heikele onderwerp van machtsstrijd aan de top (het vertrek “wegens een verschil van mening over het te voeren beleid”), maar dit inkijkje in boardroom politics heeft niet lang stand gehouden.

Wie de kenmerken van stagnerende resultaten, weifelend leiderschap en pressie van aandeelhouders optelt, vraagt zich af: wie volgt? Dan vallen in financiële kringen de namen van splitsingskandidaten als KNP BT, maar ook die van een bouwbedrijf als BAM, dat een fusie met Wilma om onduidelijke redenen zag afketsten.