Zonder diploma ben ik nergens; De jonge volwassenheid van het eindexamenfeest

WAT SAID (17) GAAT doen nu zijn schooltijd voorbij is? Hij probeert zijn lachen in te houden: “Dealen”. Wat hij vindt van het eindexamenfeest? Razendsnel: “Klote, te weinig meisjes.

Te weinig blanke meisjes.” Zijn vrienden leunen over zijn schouder, lachen zich krom en prijzen hem om zijn moedige antwoorden. Ook zij zijn uitgeweken naar het schoolplein om te roken. “Hij zit vol pillen”, weet Arman. “Welnee, ik heb alleen geblowd. Ik moest wel om hier iets van te maken”, zucht Said. Hij is blij dat hij ervan af is, van die rotschool. Eindelijk gaan werken, eindelijk verdienen. Langzaam, met gevoel voor dramatiek, trapt hij een sigaret in de grond.

Op acht kinderen na hebben Said en alle 166 eindexamenkandidaten van het Amsterdams Huygenscollege (MAVO/VBO) hun diploma gehaald. Geen gering resultaat voor een school met 95 procent allochtone leerlingen, in een stad waar 43 procent van de Turkse en Marokkaanse jongeren het voorbereidend beroepsonderwijs niet afmaakt, laat staan de MAVO of HAVO. Tachtig procent van de leerlingen hier gaat eén examen herkansen, om zijn eindlijst op te vijzelen van het C-niveau tot het hogere D-niveau. “Als iemand dan strandt tijdens zijn middelbare beroepsopleiding (MBO), heeft hij in elk geval nog een diploma van het hoogst mogelijke VBO- of MAVO-niveau op zak”, legt examencoördinator Bart van de Graaf uit, bij wie iedereen zich pal voor het feest voor een herexamen inschrijft. Meer dan de helft van de allochtone leerlingen in Amsterdam haakt af tijdens zijn MBO-opleiding.

Dezelfde avond viert ook het Anna van Rijn College (VBO tot VWO) in Nieuwegein examenfeest. Op deze brede scholengemeenschap met in totaal 1.600 leerlingen is 87 procent van de kandidaten geslaagd. In een gehuurde danszaal draait op de dansvloer een groepje Surinaamse leerlingen om elkaar heen. Wiegende heupen en uitdagende blikken: een opvallende enclave tussen de honderden blanke leerlingen. Allochtonen leerlingen zijn op het Anna van Rijn College verreweg in de minderheid.

Jeroen Hoving (17) is geslaagd voor zijn VWO-examen en wil zo snel mogelijk het huis uit. “Het eerste dat ik doe als ik straks op kamers woon, is een tepel-piercing nemen. Ik weet niet waarom; het lijkt me gewoon stoer.” Jeroen hoeft nu niet met een tepelring thuis te komen. “Mijn ouders zouden me het huis uit gooien.” Hij heeft gisteren gehoord dat hij is geslaagd. Hij had een bèta-pakket en gaat studeren in Delft, maar hij is vooral van plan te gaan genieten van zijn vrijheid. “Ik ben een feestbeest.”

Leerlingen zoals Hoving zijn tegenwoordig een minderheid, vertelt Robert Boonstra, leraar Engels aan het Anna van Rijn College. Steeds meer scholieren blijven na het eindexamen een tijd bij hun ouders wonen. Boonstra: “Ze kunnen het niet betalen; dat is het punt.” Maar ook de behoefte aan “vastigheid” speelt een rol, denkt Boonstra. “Ze kiezen voor praktijkgerichte studies die iets opleveren. Vakken als bedrijfskunde.” Het materialisme is toegenomen, vindt hij. “Goed voor jezelf zorgen. Dat is tegenwoordig belangrijk.”

Rond half twaalf zit de eerste vader in Nieuwegein al in zijn auto voor het danscentrum op zijn dochter te wachten, als de leerlingen massaal de dansvloer opstromen om te dansen op de muziek uit de film Grease, gevolgd door Paradise by the dashboard light van Meatloaf. De zaal zingt luidkeels mee. “Wat een lol”, zegt een leraar. Hij loopt naar de bar. De meeste van zijn collega's staan in de gang van het danscentrum met elkaar te praten. “Dit is een doodgewone school.”

Op het feest van het Huygens College in Amsterdam blijven ouders ver uit de buurt. Iedereen komt en gaat zelfstandig, per tram, brommer of auto - van oudere vrienden. De enigen die zich iets aantrekken van hun ouders, zijn de meisjes die van vader niet mochten komen, zegt Mehmet Ali. Om hem heen stromen rond half negen volwassen mannen en vrouwen binnen, van zestien jaar. Ze maken een wereldwijze indruk. Stralende meisjes in doorzichtige blouses, hoge laarzen en strakke broeken of rokken die amper korter kunnen. Met opgestoken haar, gouden ringen en oorbellen. Een enkele jongen is casual gekleed, in zwarte spijkerbroek met t-shirt, de meesten dragen donkere colbertjes, strakke hemden en kettinkjes. De heren gaan hoffelijk, gemoedelijk met de dames om - bij binnenkomst worden ze begroet in het Nederlands, Turks of Surinaams: “Wat zie je er mooi uit!”

De danszaal oogt onschuldig - onder felgekleurde slingers en ballonnen serveren leraren alcoholvrije cocktails. De DJ gaat van olijke Hollandse liedjes over op een Karaoke-ronde met Marco Borsato. Daar zitten de zojuist geslaagden niet op te wachten. “Straks gaan ze nog Vader Jacob draaien”, moppert Mangal Ökkes. Ze willen rap, house, Rythym and Blues, maar ze durven er niet om te vragen. Als tegen half elf eindelijk hùn muziek wordt gedraaid, stroomt de dansvloer vol. In golfbewegingen wisselen ze rustige danspassen af met opstootjes, die bijna tot vechtpartijen leiden, maar kundig worden gesust door leraren en medeleerlingen die uit alle hoeken tevoorschijn schieten. De ongeveer dertig leerkrachten die surveilleren, vinden het wel best. Zolang niemand binnen rookt of gaat vechten, bemoeien zij zich nergens mee. Hun voornaamste taak is voorkomen dat oudere jongens, die buiten over het hek proberen te klimmen, niet binnendringen. “We moeten zicht houden op wie hier rondloopt, voor het geval er iets misgaat”, zegt een lerares.

Vlekkeloos is het examenjaar op het Huygenscollege niet verlopen. Twee zestienjarige meisjes haakten plotseling af, wegens zwangerschap, zegt docent Van de Graaf. “Als ze terug willen komen, ontvangen we ze met open armen, mits ze kinderopvang hebben geregeld.” Hij vertelt over ouders die zich nauwelijks bemoeien met de scholing van hun kind. “Op ouderdagen zeggen ze: 'Meester, u moet streng zijn voor hem'. Maar zelf zijn ze dat niet, althans niet op onderwijskundig terrein.” Toen een leraar dinsdag opbelde om te melden dat een leerling was geslaagd, zei diens moeder: “O, ik wist niet eens dat hij examen deed.” Van de Graaf: “Dat zegt genoeg.”

“De eindexamenstunt was een puinhoop”, zegt inmiddels ex-MAVO-leerling Brian Hellings (17) met fonkelende oogjes. “Daar hoef je niet trots op te zijn”, reageert de leraar aardrijkskunde. “Ze hebben met tafels en stoelen gegooid, ze trokken stoppen uit de muur en draaiden alle kranen open. Op een normale school bedenken de leerlingen iets ludieks, maar hier sloopt iedereen de boel.” “Voor iets ludieks hadden we geen tijd, meester”, zegt Brian verontschuldigend.

Brian gaat nu naar de MEAO, hij heeft zijn toekomst uitgestippeld. Zijn puberteit - “de jaren dat ik door het RIAGG werd bestempeld als 'buitengewoon agressief' ” - is voorbij. Net als alle feestgangers, praat hij op analytische toon over zichzelf en zijn klasgenoten. Alsof hij zich al jaren heeft gebogen over zijn sociale positie. “Zonder diploma ben ik nergens in deze samenleving. Ik ben nu volwassen, ik moet verstandig zijn.” Als hij achttien wordt, gaat hij op kamers, zegt hij. Said, Arman en het 'Marokkaanse groepje', zoals Brian ze noemt, ook. Ze willen er wat van maken, zich bewijzen in “deze maatschappij”. Verhalen over meisjes en drugs spelen even geen rol.