Vergeefs speuren in Venezuela

Sinds 24 mei wordt in het oerwoud van Venezuela een vliegtuigje vermist met vier inzittenden, onder wie Mike Mulder en zijn vriendin Karin Kortlang, beiden 29 jaar. Een Nederlands team van vier mensen assisteerde bij de zoekactie. “Samen hebben we gevloekt, gebeden, gejankt.”

AMSTERDAM, 14 JUNI. Eens zullen ze waarschijnlijk worden gevonden, zegt Erik Jan van Lieshout, lid van het Nederlandse team dat assistentie verleende bij de zoektocht in Venezuela. Vrijwel alle vliegtuigwrakken in de ontoegankelijke jungle van de deelstaat Bolivar worden ontdekt, heeft hij van de Venezolaanse autoriteiten gehoord. Maar wanneer? Het kan weken, maanden, jaren duren.

Van Lieshout keerde afgelopen zaterdag terug uit Venezuela. Een week eerder was hij er samen met drie anderen geland, in de wetenschap dat de kans “uiterst klein” was dat Mike Mulder en Karin Kortlang nog in leven waren. Ze werden immers al zeven dagen vermist. “Bij ons vertrek op Schiphol was de informatie zo beperkt, dat we gingen speculeren. Dat gaf ons zo veel energie dat het sprankje hoop dat we hadden, groter werd. Daar moet je heel erg voor oppassen. Maar je reist er niet heen met het idee twee stoffelijke overschotten op te halen. Je gaat voor een wonder.”

Het vierkoppige Nederlandse onderzoeksteam bestond uit twee professionals: directeur Maarten Brekelmans van de alarmcentrale Omnicare, mede namens de ANWB, en medisch coördinator Joost Clijsen. Erik Mulder (broer van Mike) en Van Lieshout (collega van Karin Kortlang in het Amsterdams Academisch Medisch Centrum) vertegenwoordigden de twee families. Het kwartet had als belangrijkste taak te controleren of de Venezolanen hun zoektocht behoorlijk uitvoerden. “En om te kijken of ze misschien extra apparatuur nodig hadden”, vult Van Lieshout aan. Bij aankomst konden de Nederlanders gerust zijn: de Zuid-Amerikanen hadden de eerste week na de vermissing goed werk geleverd. Met beperkte middelen.

De Defensa Civil die de operatie in Venezuela uitvoerde meldde geen behoefte te hebben aan infra-roodapparatuur of aan andere hulpmiddelen, maar wilde wel extra vliegmaterieel. Volgens de Amsterdamse internist-in-opleiding vormde geld “geen probleem” bij de speurtocht naar Mulder en Kortlang, omdat het tweetal uitstekend was verzekerd. “De redding mocht in redelijkheid àlles kosten en had de steun van de ING en het AMC, de werkgevers van het paar en van Buitenlandse Zaken. Er is vanuit Nederland kerosine en voedsel plus een extra vliegtuig en twee helikopters betaald om de hulpverlening zou goed mogelijk te laten verlopen. Op Curaçao stonden vliegtuigen van de Koninklijke Luchtmacht klaar.”

De komst van de vier Nederlanders bracht de gouverneur van de deelstaat Bolivar ertoe de zoekactie met tien dagen te verlengen. Dit was een stimulans voor de vrijwilligers en de verpleegsters van de Defensa Civil. Alle hulpverleners hadden hun basis in Canaima, bij het vliegveld dat het gezochte toestel (een tweemotorige Cessna, type 737 pushpull) als bestemming had.

De Venezolaanse piloot van de Cessna had het laatste radiocontact met een indiaan, die in een afgelegen nederzetting op een lading goederen wachtte en het vliegtuigje zag overvliegen. “De piloot heeft hem geantwoord dat hij alleen toeristen vervoerde”, weet Van Lieshout. “Hij was vijf minuten eerder in Kavac opgestegen voor een vlucht van hooguit een half uur. Daarna is er niks meer vernomen. Als een kist door een technische storing naar beneden gaat, meldt de cockpit dat toch nog even snel? De grootste kans is dat het vliegtuig - het weer was slecht - in donkere wolken tegen een tepui (tafelberg) is gevlogen en is neergestort.”

De hulpploegen vlogen met helikopters langs de randen van de tafelbergen, in het bijzonder in de risicogebieden. Van Lieshout ging twee keer mee. “Onbegonnen werk, het ging om een oppervlakte van bijna 4.000 vierkante kilometer”, weet hij. “Pijn in mijn ogen kreeg ik van het zoeken naar afgebroken takken.” In de eerste week na de vermissing zagen de Venezolanen een nog niet eerder gesignaleerd wrak, vertelt Van Lieshout. “Dit veroorzaakte veel emoties bij de families van Mike en Karin. Maar het bleek een ander toestel te zijn.”

Van Lieshout vergeet nooit de avond van dinsdag 3 juni. De indiaan die het laatst radiocontact met de Cessna had, gaf bij een simulatievlucht aan in welke richting het vermiste vliegtuig was gevlogen. Hij wees naar het zuiden. “Er was bij ons echt een stemming van: waarschijnlijk gaan we ze morgen vinden. De euforie sloeg om in een grote teleurstelling. We vonden niks. Een indianenverhaal? Misschien. Die mensen praten je nogal eens naar de mond, ze willen je van dienst zijn. Afgelopen weekeinde waren er roofvogels gezien in een gebied waar die nooit voorkomen. Dat zou op iets kunnen wijzen, maar ik hoorde dat er niets is uitgekomen.”

Het Nederlands team groeide volgens Van Lieshout in Venezuela uit tot een “heel hecht gezelschap”. “Samen hebben we gevloekt, gebeden, gejankt. Achteraf hebben we het gevoel dat er alles aan gedaan is. Daar hebben we vrede mee, omdanks het feit dat we ze niet hebben gevonden. Naast hun professionele doortastendheid was de enorme emotionele betrokkenheid van Brekelmans en Clijsen hartverwarmend.”

Voor ze in Amsterdam weggingen namen ze zich voor dat ze desnoods een stuk oerwoud zouden uitkammen, als er een aanwijzing was dat dat tot iets kon leiden. “We waren nauwelijks op de hoogte van die jungle. Als je er over heen vliegt, zie je dat het uitkammen van de gekke is. Onmogelijk, je raakt elkaar zo kwijt en het zou ongelukken kunnen geven.”

Kan het vermiste vliegtuigje in het oerwoud zijn gestort en is er dan een kans dat de inzittenden nog leven? Het is speculeren, meent Van Lieshout, “maar je moet reëel zijn. Hoe langer het duurt, hoe kleiner de kans dat ze nog leven. Hun laatste rustplaats ligt vermoedelijk op een van de mooiste plekken ter wereld. Maar pas als ze worden gevonden, komt er berusting. Ik hoop dat dat snel gebeurt, want dan kan men het rouwproces beginnen.”