Trekken en duwen

EEN NIEUW TOVERWOORD zingt rond in Internetkringen: 'Pushmedia'. Marketingmannen verwachten er gouden bergen van, terwijl ouderwetse Internetters lamenteren over de aanstaande teloorgang van het Net als gevolg van deze nieuwe verwildering der elektronische zeden.

Toch zegt dat niet zoveel. Marketingmannen zien nu eenmaal altijd aan de horizon gouden bergen gloren, en rechtgesnaarde Internetters van het eerste uur dragen steevast inktzwarte kousen als het om hun lieveling gaat. We zullen dus zelf moeten uitmaken of die duwmedia echt zo belangrijk worden, en wat dat betekent.

'Pull-' en 'pushmedia', ofwel trekkers en duwers, zijn zo oud als hoeren en marskramers. Trekkers zijn dragers van boodschappen die verleidelijk staan te draaien in de hoop dat u binnenstapt. Ramen op de wallen, uithangborden, reclamezuilen, boekomslagen, de bedrukking van frisdrankblikjes en hyperlinks op het Internet zijn allemaal van diezelfde soort. Ze bieden een beetje, in de hoop dat u meer komt halen.

Duwers werken volgens het marskramer-model. Een marskramer deponeerde ongevraagd zijn hele hebben en houden bij u op de stoep. Had hij voldoende in zijn mars, dan mocht hij nog eens terugkomen - dat was de oervorm van het abonnement. Boeken, kranten en tijdschriften, leesmappen, radio en televisie werken volgens dit model.

Beide vormen hebben hun specifieke voor- en nadelen. Het wallen-model biedt de mogelijkheid tot anoniem rondneuzen, tot rondkijken zonder druk of verplichting om op welk aanbod dan ook in te gaan. Er zijn ook geen grenzen aan het aanbod. Je kunt kiezen uit alles wat er is, en je hoeft niks te kiezen. Daar staat tegenover dat je het wel zelf moet opzoeken. Hoe groter en gevarieerder het aanbod, hoe lastiger dat wordt.

Het marskramer-model ondervangt dat laatste probleem. Alles wordt vanzelf aangeleverd, en de collectie is beperkt zodat het kiezen niet al te lastig is. Bovendien behoort een goede marskramer de ergste zeperds al uit zijn collectie geweerd te hebben, wat de kans op teleurstellingen en miskopen vermindert. De marskramer biedt dus gemak en kennis van de markt. Aan de andere kant wordt de klant afhankelijk van de fijne neus en de integriteit van de marskramer.

Het Internet had tot nu toe een typisch wallen-achtige structuur: wie wat te bieden had huurde een raam langs de elektronische snelweg, hing her en der bij zoekmachines een lokkende advertentie, en wachtte af wie er op basis daarvan of bij toeval binnenstapte. Of natuurlijk via hyperlinks op andere sites, de elektronische vorm van mond-tot-mondreclame. Dat werkte wel, zolang het Net nog enigszins overzichtelijk van omvang was. Maar het primitieve wallen-model is allang in een Poolse Landdag van ongekende omvang ontaard. Dat zou fascinerend zijn als de meeste kramers op de markt iets behoorlijks te bieden hadden, maar zo is het niet. Een groot deel van het aanbod bestaat inmiddels uit platte reclame, een snel groeiende horde particulieren meent de wereld kond te moeten doen van hun puistjes, kinderen, huisdieren en idolen, van God tot Jantje Smit. En vind je al serieus ogende informatie over een onderwerp dat je interesseert, dan is het nog maar de vraag hoe betrouwbaar en up-to-date die informatie is. Vind je een spel, dan moet je maar afwachten of het betrouwbaar werkt. Vind je een dienst waarvoor betaald moet worden, dan is de vraag hoe betrouwbaar de aanbieder is. Garanties bestaan niet op het Net, mensen die uit hun nek kletsen, mensen die maar wat experimenteren, luchtverkopers en waarschijnlijk ook gauwdieven des te meer.

Pushmedia kunnen daarom, net als ze dat in de gewone wereld doen, op het Internet een belangrijke rol gaan spelen. Ze kunnen de broodnodige voorselectie plegen, en zo in principe de kwaliteit van het aanbod in cyberspace bewaken en verhogen. De eerste serieuze partijen bieden zich nu al aan, onder namen als Backnet, Pointcast en Marimba. Het concept ligt dicht bij de ouderwetse leesmap, al werkt het beduidend minder simpel. Eerst moet je al flink wat software downloaden en installeren, daarnaar kun je je via een altijd weer drukke, onoverzichtelijke interface abonneren op verschillende pakketten, kanalen genoemd. Daar kunnen kranten of andere nieuwsdiensten inzitten, maar ook amusement. Andere kanalen bevatten sites op het gebied van auto's, software, of reizen en vakantie. Weer andere (vooral bij Marimba) bevatten een computerprogramma.

De pusher zorgt dat de pakketten met een zekere regelmaat worden ververst, zodat de informatie altijd up-to-date is. Pakketten waarop u geabonneerd bent worden na verversing, zodra de verbinding met het Net openstaat, automatisch naar uw machine gedownload, waarna u ze kunt bekijken. Een extra voordeel is dat na het downloaden de verbinding niet open hoeft te blijven, al kunt u dan natuurlijk niet veel aanvangen met sites die een open verbinding vereisen, zoals babbelboxen en on-line beurstikkers.

Wie roept dat het een oud concept is dat zo het Net gaat beheersen, heeft grotendeels gelijk. Wie beweert dat pushmedia om die reden alleen al niet deugen, niet. Immers, wat is er mis met een beproefd concept? Bovendien, wie zelf op het Net zijn informatie wil vergaren wordt niets in de weg gelegd. Dat is in de echte wereld soms wel anders.

Natuurlijk zijn er wel gevaren. Pushmedia (maar delen van de inhoud niet!) zijn nu gratis, omdat ze hun geld verdienen aan advertenties op het scherm, en omdat u wat persoonlijke gegevens gevraagd worden. Reclamemensen denken uit die gegevens plus de inhoud van uw abonnement goud te kunnen maken: heel precieze doelgroepen bereiken. De kans bestaat dat we zo van de regen in de drup raken. Als pushmedia door reclamegeld geregeerd worden, komen ze het niveau van RTL4 niet te boven, waarmee ze hun functie verliezen. Immers, RTL4 is er al. Bovendien worden we dan bedolven onder een vloedgolf van gerichte elektronische direct-marketing producten. Fout gerichte mail, want wie garandeert dat de gegevens die u opgeeft kloppen? Goede pushmedia zullen dat op termijn inzien, een evenwicht zoeken tussen reclame-inkomsten en het niveau van wat ze leveren, en abonnementsgeld gaan vragen.