Stay Tuned

Stay Tuned (Peter Hyams, 1992, VS). Veronica, 21.00-22.30u.

Televisie deugt niet, zo laten speelfilms ons geregeld weten. Recentelijk onderstreepte Quiz Show (Robert Redford, 1994) weer eens de onbetrouwbaarheid van het medium. En dat de strijd om de hoogste kijkcijfers een volstrekt gewetenloze is, weten we dankzij films als Network (Sidney Lumet, 1976) en Death Watch (Bertrand Tavernier, 1979). In die laatste, lyrische thriller werd, ten behoeve van een 'ultiem' tv-programma, een ongeneeslijk zieke Romy Schneider heimelijk gadegeslagen door een in de ogen van Harvey Keitel verborgen camera. De opvatting dat televisie een verderfelijke uitwerking heeft behoort ook tot de standaard-riedels van de maatschappijbewuste speelfilm. Televisie zou leiden tot moreel verval, apathie en/of instincten van het destructieve soort. Een van de meest memorabele films over de macht van televisie is nog altijd Speaking Parts (Atom Egoyan, 1988). Voor de karakters in die film heeft het televisiebeeld de tastbare werkelijkheid nagenoeg verdrongen. Een luchtiger, ronduit melige uitwerking van diezelfde thematiek vinden we in Stay Tuned, een lachfilm die tv-verslaving hekelt en het beeldbuis-idioom persifleert volgens het stramien van The Kentucky Fried Movie (John Landis, 1977). De hoofdpersoon is een tv-junk. Hij kijkt zóveel, dat er minstens twee mensen nooit moeten kijken, gelet op het Amerikaanse gemiddelde van zevenëneenhalf uur tv per dag, zo rekent zijn zoontje ons voor. Zijn pact met het toestel neemt in de film Faustiaanse vormen aan. Op een dag wordt hij letterlijk opgezogen door een schotelantenne waarachter 666 kanalen schuilgaan. De man moet zijn vege lijf zien te redden terwijl hij heen en weer wordt gezapt tussen een western, een tekenfilm, een auto-veiligheidstest, een partijtje vrij worstelen en de quiz You Can't Win, waarbij een fout antwoord tot de dood kan leiden. Tot het duivelse programmapakket behoort ook Sadistic Hidden Videos. Daarin krijgt een huisvrouw, voor de grap, van een politie-agent te horen dat haar man is overleden. Wie af en toe naar de Nederlandse televisie kijkt, weet het: dergelijke scènes kun je nauwelijks meer een persiflage noemen. Nog even, en televisie valt in het geheel niet meer te parodiëren.