Sociaal Europa net op tijd ontdekt; Drie scenario's en De Paragraaf

De toekomst van de Europese monetaire unie is samen te vatten in drie scenario's. Een sterke kopgroep begint alvast, iedereen mag meedoen, of er komt uitstel. Voor de inhoud van de gewenste sociale paragraaf zijn op de Europese top in Amsterdam minder ingrijpende keuze's noodzakelijk: harde cijfers en sancties komen er niet in te staan.

DEN HAAG, 14 JUNI. Op de valreep bleken ze de weg naar Amsterdam gevonden te hebben. De wetenschappers, werklozen en wereldleiders die hadden ontdekt dat het bij de Eurotop maandag en dinsdag in Amsterdam over meer gaat dan een interne markt met een gemeenschappelijke munt. Ze zeiden een opzienbarende ontdekking te hebben gedaan: in Europa blijken ook nog mensen te wonen, waarvan 18 miljoen werkloos en 50 miljoen armlastig. Het monetaire Europa heeft het sociale Europa overschaduwd.

“Helemaal niet”, zegt oud-FNV voorzitter Wim Kok, thans EU-voorzitter. “We gaan over een Europa onderhandelen met een hoogwaardig, gecoördineerd sociaal-economisch én werkgelegenheidsbeleid.” In het ontwerpverdrag van Amsterdam staan daartoe de nog wat schuchtere voorzetten. Het zijn de hoofdstukken drie en vier: 'werkgelegenheid' en 'sociaal beleid'.

Het laatste is een uitgebreide versie van het sociale protocol dat in 1991 nog aan het verdrag van Maastricht bungelde. Nu is het opgenomen in de verdragstekst en erin worden zaken afgesproken als de gelijke behandeling van mannen, vrouwen, ouderen en gehandicapten, wat redelijke arbeidstijden zijn en dat elk land een minimumloon moet kennen. Cijfers worden daarbij uitdrukkelijk vermeden. De EU-lidstaten verschillen nog teveel om bijvoorbeeld vast te leggen dat het minimumloon voortaan 1.000 euro bedraagt.

In Maastricht was het sociale handvest buiten het verdrag gehouden, omdat Groot-Brittanië het als enige lidstaat weigerde te ondertekenen. Met een Labour-premier aan de onderhandelingstafel leek het een zacht eitje om de Britse handtekening dit keer wel te krijgen. Totdat premier Blair deze week natte voeten kreeg. Europese regelingen over ouderschapsverlof en ondernemingsraden, allemaal prima, maar een voorstel omtrent het tegengaan van discriminatie van vrouwen op de arbeidsmarkt bleek teveel van het sociale. De Britten overwegen nu een overgangsperiode van twee jaar, waarna het sociale deel van het Verdrag van Amsterdam alsnog getekend kan worden. Het Nederlandse voorzitterschap moet proberen Groot-Brittanië van dit voornemen af te houden door voor te stellen de 'heikele kwesties' over de top 'heen te tillen'.

Hoewel iets minder uitgebreid dan het sociale hoofdstuk is in de aanloop naar 'Amsterdam' de meeste aandacht uitgegaan naar het werkgelegenheidshoofdstuk. Inmiddels in verschillende Europese landen aangeduid als De Paragraaf. Die bestaat uit een paar A4-tjes waarin de woorden 'coördinatie' en 'stimulering' om voorrang strijden. De woorden duiden op niet meer dan de intentie van de ondertekenaars om, al onderling met elkaar afstemmend, heel erg hun best te doen om nationale werkgelegenheid te bevorderen en werkloosheid te bestrijden.

“Een weergaloze doorbraak”, zegt de doorgewinterde Europa-kenner. “Want tot nu toe is er alleen over werkgelegenheid gepráát. Dit keer wordt het in een verdrag vastgelegd zodat erop voort kan worden gebouwd.” En dat is precies wat de werkgelegenheidsparagraaf - minimaal - beoogt: een basis bieden om in de 21ste eeuw te kunnen onderhandelen over een gemeenschappelijk werkgelegenheidsbeleid. Met aan de wijkende horizon: sociale harmonisatie.

Over het begrippenpaar in de veelbesproken paragraaf bereiken de onderhandelaars waarschijnlijk snel overeenstemming. Maar de ontwerptekst bevat een mogelijkheid om een stap verder te gaan dan het vrijblijvende coördineren en stimuleren. Het zit hem in het woord 'richtlijn' dat hier en daar in de paragraaf opduikt. Het gaat om richtlijnen voor optimaal werkgelegenheidsbeleid die door de Europese Commissie worden opgesteld èn getoest. Maar voor de werkgelegenheidsparagraaf geldt hetzelfde als voor het hoofdstuk over sociaal Europees beleid: geen cijfers, geen sancties. Geen maximaal werkloosheidspercentage van bijvoorbeeld 10 procent met een boete van 10 miljard euro bij elke procent meer.

Hoewel de werkgelegenheidsparagraaf voor velen niet meer is dan een symbolische bevestiging dat het sociale Europa niet mag worden vergeten, gaat hier en daar de vlag in top als de vijftien EU-lidstaten er aanstaande dinsdag hun handtekening onder zetten. In ieder geval wappert het blauw met gele sterren op het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken, want Melkert heeft maandenlang op het opnemen van de paragraaf gehamerd. Weerstand heeft hij genoeg gekregen, vooral van zijn collega's in het kabinet. Die meenden dat de meest succesvolle weg naar het Verdrag van Amsterdam, de route door het donker was. De afgang bij de vorige keer dat Nederland de navel van het universum was, lag immers nog vers in het geheugen.

Nu de top vlakbij is, moet de minister van Sociale Zaken zich regelmatig in de arm knijpen. Want zijn boodschap, blijkt opeens door hele volksstammen te zijn begrepen en overgenomen. Het is de beeldspraak van het Europa dat naar de 21ste eeuw loopt. “Alleen op het 'monetaire been' hinken, dat gaat niet. Lopen kan alleen met het 'sociale been erbij.” Melkert bedoelt hetzelfde als de wetenschappers en werklozen die de afgelopen dagen Amsterdam binnen druppelden: de monetaire unie met de gemeenschappelijke munt is verworden tot een doel op zich, terwijl het slechts de haarlemmerolie zou moeten zijn om de Europese eenwording voor elkaar te krijgen.

Nog maar koud premier in Frankrijk, kwam Jospin tot dezelfde conclusie. Tot afgrijzen van het Nederlandse voorzitterschap bepleitte de socialist een “sociale aanvulling” op het pact. Dit pact, dat los staat van het Verdrag van Amsterdam, behelst louter monetaire en economische criteria, maar het leek Jospin wel een goed idee om toelating tot de monetaire unie ook afhankelijk te laten zijn van, zeg, werkloosheidspercentages. Om de Fransen hiervan af te houden zal in Amsterdam stevig op ze worden ingepraat.

De aanvankelijk rimpelloze rit naar de economische en monetaire eenwording die in Amsterdam zijn finale paukenslag zou krijgen, dreigt met acties zoals in Frankrijk op het laatste moment een bergetappe te worden. Tegelijkertijd krijgt het sociale Europa steeds meer weerklank. Bij gebrek aan beter dreigt 'Amsterdam' succes te boeken op het terrein dat aanvankelijk als minst kansrijk werd beschouwd, namelijk het sociale. Zo blijken wetenschappers en werklozen laat, maar net op tijd de weg naar Amsterdam gevonden te hebben.