Rotterdam roept Peper ter verantwoording

ROTTERDAM, 14 JUNI. De fractieleiders van de vijf coalitiepartijen PvdA, VVD, CDA, D66 en GroenLinks in de Rotterdamse gemeenteraad blijven bij hun opvatting dat burgemeester Peper in de raad verantwoording moet afleggen over zijn rol in het conflict met korpschef Brinkman van de Rotterdamse politie. Peper reageerde afwijzend op de brief waarin de vijf fractieleiders op een dat in de raad aandrongen.

Volgens Els Kuijper, voorzitter van de PvdA-raadsfractie, zal Pepers beleid waarschijnlijk op 3 juli in de raad worden besproken. Hoe het onderwerp op de agenda komt, is afhankelijk van de opstelling van Peper en van de fracties die zich maandag beraden. “Het zou in de vorm van een interpellatie kunnen gebeuren”, aldus Kuijper die meent “dat er in ieder geval een openbaar debat moet komen.” Van belang is ook welke beslissingen minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) neemt, aldus de PvdA-fractievoorzitter. Dijkstal zal waarschijnlijk volgende week een waarnemend korpschef aanwijzen ter vervanging van Brinkman die tot 1 augustus met buitengewoon verlof is.

Het regionaal college, bestaande uit de burgemeester van de 22 Rijnmondgemeenten, stelde op 5 juni vast dat de korpschef het vertrouwen ersntig had ondermijnd. In hun brief van 10 juni zeggen de Rotterdamse fractieleiders “niet te kunnen begrijpen hoe de omslag van een gedegen oplossingsgerichte lijn naar een vertrouwencrisis” zich heeft voltrokken. De brief is bedoeld om Peper de gelegenheid te bieden de ongerustheid weg te nemen die bij de raad en de bevolking over het politiebeleid is ontstaan, aldus Ter Kuile (VVD).

Volgens Els Kuijper zal het raadsdebat zich moeten richten op de structurele problemen zoals de door Peper gesignaleerde 'vergruizing van verantwoordelijkheden bij de politie' en niet 'op de karakters van twee mijnheren'. Ze is verbaasd over het besluit van korpsbeheerder Peper, neergelegd in zijn rapport Beleid in balans, dat burgemeester M. Jansen van Krimpen aan den IJssel zou worden belast met het overleg met de ondernemingsraad van het korps zolang de korpsleiding niet zou zijn uitgebreid. Omdat Jansen plaatsvervangend korpsbeheerder is, ontstaat een vermenging van verantwoordelijkheden “en dat kan niet”, aldus Kuijper.

De uitbreiding van de korpsleiding met een vijfde man - het besluit waar Brinkman lang bezwaar tegen maakte - was volgens Peper in zijn rapport gewenst omdat deze dan het overleg met de ondernemingsraad zou kunnen voeren, zij het onder eindverantwoordelijkheid van Brinkman. Volgens Kuijper is deze conctructie in zekere mate strijdig met de Wet op de Ondernemingraad.

C. van Leeuwen, de advocaat van Brinkman die een specialist is op het gebied van de medezeggenschapswetgeving, wijst erop dat in artikel 1 van de wet wordt bepaalt dat het overleg met de OR moet worden gevoerd met de “bestuurder die de hoogste zeggenschap over de verdeling van de arbeid heeft”. In het geval van het politiekorps is dat de korpschef, aldus Van Leeuwen. De hoogste bestuurder mag zich alleen tijdelijk of in bezondere gevallen laten vervangen.

De ondernemingsraad van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond heeft zich uitgesproken voor de benoeming van plaatsvervangend korpschef C. Ottevanger tot waarnemend korpschef. Ottevanger is populair bij het korps, maar ligt op zijn beurt eveneens overhoop met korpsbeheerder Peper nadat hij vorig jaar herfst aangaf naar een andere functie elders om te zien. De OR wil de gelegenheid krijgen advies uit te brengen over de persoon van de waarnemend korpschef.