Ongewenst gewenst

“Iedereen zou eens naar Spoorloos moeten kijken. Dan lieten mensen het wel uit hun hoofd om in verre landen kinderen te gaan kopen”, zei een vriend laatst.

En hij vertelde hoe hartverscheurend de taferelen waren die je te zien kreeg als de Spoorloos-ploeg op zoek ging naar verdwenen of nooit-gekende vaders en moeders, hoe ontdaan en verlangend kinderen waren die voor het eerst iets van hun 'echte' vader of moeder te zien of te horen kregen.

Gekeken. En ja, het is waar, hartbrekend.

Het allerliefste achttienjarige meisje, geboren in Zuid-Amerika, opgegroeid in Nederland, dat nu zo vreselijk graag zou willen weten wie haar moeder was. Het Spoorloos-team filmt de eigen inspanningen om toch sporen te vinden. Eerst wordt een grootmoeder gevonden, dan een oom en tenslotte de moeder zelf, in een tamelijk armoedig achterafstraatje van een grote stad. Haar eerste kind had ze gehouden, het tweede had ze afgestaan voor adoptie omdat ze niet anders kon, geen geld, geen hulp. Maar ze dacht nog elke dag aan dat afgestane kind, zei ze. Het was een leegte in haar leven.

Nu weer het gezicht van het meisje in de Nederlandse studio, met tranen over de wangen kijkend naar haar moeder die zo'n aardig en leuk gezicht heeft en die nog altijd aan haar denkt. En daar is moeder ineens in de studio. Omhelzing. Einde.

Sommige gevallen lopen minder goed af. Maar wat ze gemeen hebben, is het hartstochtelijke verlangen van de kinderen om te weten wie hun ouders zijn. Het is, althans voor degenen die aan Spoorloos meedoen, een ontwrichtend gevoel, dat gemakkelijk allesoverheersend wordt, en dat anders in ieder geval een zwakke plek in het bestaan vormt.

Maar wat als die lieve moeder haar kind nu gehouden had, het noodgedwongen te weinig te eten had gegeven en het al op piepjonge leeftijd uit werken had gestuurd - als het al had overleefd? Of als een kind bij ouders was gebleven die helemaal niet in staat waren het op te voeden, of die zich er geen mallemoer voor interesseerden? Dan zouden we andere gezichtjes te zien krijgen. Veel ongelukkiger, veel geslagener. Weliswaar zouden deze kinderen een onstilbaar verlangen hebben, maar ze waren toch vaak beter af dan wanneer ze ongeadopteerd geweest zouden zijn.

Of niet? In het toneelstuk Leedvermaak van Judith Herzberg komt een aangrijpend gesprek voor tussen een joodse vader die, net als zijn vrouw, het kamp heeft overleefd en zijn inmiddels allang volwassen dochter die tijdens de oorlog ondergedoken heeft gezeten. Haar vader legt uit dat ze niet anders konden dan haar af te staan, zowel om haar als om henzelf de kans te geven te overleven. Overleven, zegt de dochter vol minachting, wie wil er nu overleven? “Als ik een kind had dan nam ik het mee, dan hield ik het bij me, dan nam ik het altijd overal mee heen. Dan stelde ik het gerust, gewoon door het tegen me aan te houden. Ik kan me dat niet voorstellen: zullen we het kind maar aan iemand anders geven?”

Ze zegt iets dat minstens even waar is als wat haar vader zegt - tegelijkertijd heeft wat ze zegt het onzinnige van verwijten achteraf, verwijten die alleen maar te maken zijn omdàt haar ouders in hun wanhoop anders beslist hebben, in de hoop dat zij zou leven, gelukkig zou zijn. Nu zegt ze bitter: “Doodgaan is niet erg - losgelaten worden dat is erg.”

Er zijn ook kinderen van wie geen vader of moeder bekend is. Meestal geen vader - omdat die meteen de benen heeft genomen, omdat hun moeder niet goed weet van wie ze ooit zwanger is geworden, of omdat de vader wel zijn sperma maar niet zijn naam, zijn zorg, zijn leven ter beschikking heeft gesteld. Die kinderen hebben geen adres om hun verwijten aan te richten. Ze zijn soms ongewenst, soms, zoals in het geval van de spermadonor, juist erg gewenst door hun moeder, maar ze hebben gemeen dat ze (een van) hun ouders niet kennen. Er zijn, zo bleek uit een reportage in deze krant (31 mei), mensen die zich daar niet bij neer kunnen leggen, ook niet als ze zelf al van middelbare leeftijd zijn: “Ik eis mijn vader, desnoods met een DNA-test om het te bewijzen”, zei een vrouw van 51.

Waarschijnlijk krijgt iedereen binnenkort het recht om te weten wie zijn of haar ouders zijn, en dat lijkt niet meer dan redelijk, maar wat dan nog. Een onwillige man die via rechterlijke dwang wel wil toegeven, of wil laten vaststellen dat hij je verwekker is - een magerder soort vader kun je bijna niet vinden.

Je kind altijd bij je houden, geen kinderen bij hun ouders weghalen - dat zou natuurlijk het mooiste en het beste zijn, als iedereen de wil en de mogelijkheid had om een kind een behoorlijk leven te bezorgen. Het verlangen om te weten waar men vandaan komt is begrijpelijkerwijs sterk - maar dat kan toch niet betekenen dat er niet geadopteerd zou moeten worden.

Met donorinseminaties of draagmoederschap is het anders, dan wordt er bewust en expres een kind gemaakt dat zal moeten leven zonder de biologische vader of moeder. Hooguit zal er op een gegeven moment een naam en een adres bekend gemaakt worden, een foto vertoond. Weegt het verlangen van een kinderloos stel op tegen het gemis van een 'echte', biologische vader? Biedt het zo hevig gewenst-zijn compensatie voor het niet hebben van aanwijsbare ouders?

Er valt natuurlijk altijd wel wat te verwijten aan vaders en moeders. Dat je hebt overleefd, dat je leeft, dat je niet gelukkig bent of niet gelukkig genoeg, dat ze er niet waren of juist te veel. De emotionele taferelen in Spoorloos laten daar wat van zien, van hoe moeilijk het allemaal is. Maar ze laten niet zien dat het niet had gemoeten, dat dit verkeerde, mislukte levens zijn, dat deze kinderen niet geboren hadden mogen worden, niet opgevoed hadden mogen worden door wie ze opgevoed zijn.

Ongewenst zijn is verschrikkelijk en nu eenmaal niet terug te draaien. Gewenst zijn, al is het door mensen die zelf niet in staat waren een kind voort te brengen, kan geen ondraaglijk lot zijn.