Invuloefeningen van Longo

Tentoonstelling: Robert Longo, Het Magellan-project. T/m 3 aug. Kunsthal, Westzeedijk 341, Rotterdam. Di t/m za 10-17u. zon- en feestdagen 11-17u. Catalogus: ƒ 59,-

Robert Longo (New York, 1953) was een ster begin jaren tachtig. Op het toppunt van zijn roem (Documenta 7, Rudi Fuchs) toonde hij levensgrote, fotorealistische houtskooltekeningen van keurig geklede mensen in alle mogelijke standen. Een vallende man met zijn stropdas recht omhoog, een man die getroffen lijkt door een hernia-aanval of een vrouw die van haar stokje gaat. Men in the Cities betitelde hij dat werk. Die grote tekeningen maakte Longo op basis van foto's. Hij fotografeerde zelf de modellen terwijl die werden bekogeld met tennisballen.

Onlangs maakte Longo de speelfilm Johnny Mnemonic met Keanu Reeves en Dolph Lundgren over een ruimtekoerier die overvoerd is met gegevens uit de 21ste eeuw. De 366 zwart-wit tekeningen (uit het schrikkeljaar 1996) die nu onder de titel Magellan (naar de Portugese ontdekkingsreiziger Fernao de Magelhaes) in de Kunsthal Rotterdam getoond worden, hebben ook alles te maken met een overdaad, een overdaad aan beelden namelijk.

Het gaat om plaatjes uit kranten en tijdschriften, die hij heeft vergroot tot ongeveer A3-formaat en op transparantpapier overgetrokken, waarna hij ze heeft ingevuld met krijt, inkt en potlood; de afdrukken van stroken plakband en vlekken buiten het kader zitten er nog op. Hier en daar heeft hij bij wijze van finishing touch een wit accentje of glimmertje aangebracht. Wereldnieuws, pop, sport, kunst, kortom ieder beeld 'that's fit to print'.

De tekeningen hangen overzichtelijk in één ruimte, in drie rijen onder elkaar in stevige zwarte lijsten. In samenwerking met de Kunsthalle Tübingen en die van Bielefeld is er een imposante catalogus - uitgebracht door Dumont - waar ze allemaal titelloos in zijn afgedrukt.

De verzorging is professioneel en degelijk. De wanden vol liggende en staande formaten maken indruk. Maar als je de tekeningen van dichtbij bekijkt - en daar nodigen tekeningen doorgaans toch toe uit - vallen ze bar tegen. Anders dan bij Men in the Cities is de keuze van de beelden willekeurig. Of we nu kijken naar een Campbell's blikje soep, een baseballspeler of KKK-leden rond een brandend kruis; elk verband ontbreekt en dan ontstaat al gauw een soort beeldruis.

Afgedrukt in de catalogus ogen de tekeningen virtuoos, maar in werkelijkheid komt een onoverkomelijk bezwaar van het natekenen van foto's aan het licht. Waar iemand als Warhol nog de nadelen wist om te buigen tot een stijl, gebruikt Longo zijn middelen alsof hij zelf zijn onderwerp heeft begrepen en vanuit het kijken heeft verwerkt tot een artistieke visie. Maar Longo gaat uit van een gefotografeerde werkelijkheid die al waargenomen is, en dus is zijn ambachtelijke tekenarbeid platte schijn. Bij Men in the Cities gebruikte Longo de foto nog als hulpmiddel, nu is het plaatje zichtbaar niet begrepen en vaak nog krakkemikkig ingevuld ook; bij een invuloefening bestaat er geen verschil tussen een lantarenpaal of een vrouwenbeen. Voor deze Magellan-tekeningen in de Kunsthal zouden hekjes moeten staan, op minstens drie meter afstand.