Impressies aan de vooravond

Vrijdag, 13 juni 1997, om vijf over acht in de ochtend, het Rembrandtplein in Amsterdam, het terras van café Le Monde aan de rand van de veiligheidszone, met het topje van De Nederlandsche Bank nog juist in zicht, als je gaat staan.

Nog drie dagen vóór daar de Europese leiders gaan vergaderen over de toekomst van ons steeds groter wordend werelddeel. De gedachten van uw chroniqueur gaan 183 jaar terug, naar Wenen, het congres waar zo krachtig over Europa werd beslist dat België en Nederland bij elkaar werden gevoegd. Dat congres heeft bijna vijf maanden geduurd; nu doen ze het in twee dagen. Wie zal zich nu als de Metternich ontpoppen, wie de Talleyrand zijn? Hoe was de sfeer toen in Wenen? Hoe is nu de sfeer in Amsterdam?

Op het terras van Le Monde, twee tafeltjes verder, zit een jongen een meisje koeien met gouden horens te beloven. Ja, hij weet een appartementje met alles d'r op en d'r aan, bijna in het centrum, voor een ongelofelijke vriendenprijs. Het meisje, larf-achtig type, zit paf. Ze had nooit gedacht dat er in Amsterdam zulke aardige jongens waren die zo vroeg al zulke aardige appartementjes wisten. In Meppel is alles veel duurder. Als ze hun koffie op hebben wil ze graag even met hem gaan kijken. De jongen raakt er zo opgetogen van dat hij steeds harder gaat praten. Zo schrijft dit stukje zich vanzelf.

Een paar tafeltjes verder zit een man van in de dertig. Of man? Zijn gemillimeterde hoofd, het bewijsje van zijn hoofd is opgenomen in de schouderpartij en daaruit groeien zijn ongelofelijke armen. Hij drinkt af en toe van zijn dubbele sinaasappelsap, af en toe van zijn bronwater. Een uitsmijter, denk ik, die bijkomt van een hele nacht uitsmijten. Nog verder weg zit een jongmens te telefoneren, en ter hoogte van Rembrandt zelf haasten de eerste consultants, advisors, termijnmakelaars zich naar de kantoren. Blauwe overhemden, jasje over de ene arm, koffertje in de andere hand. Uw chroniqueur denkt aan Lucebert, een gedicht dat hij hem eens heeft horen voordragen: 'De gladde aap die 's nachts zijn muis streelt, gaat overdag weer aan zijn belangrijk werk.' Minzaam glimlachte de dichter met de zachte stem erbij. Hoe vredig is Amsterdam, op de ochtend van vrijdag de dertiende vóór de Eurotop.

Intussen is het kwart voor negen, tijd om verder te gaan, langs de Amstel, naar de Munt, dan linksaf even kijken hoe de Herengracht erbij ligt, weer terug, en door de Kalverstraat naar het dagelijks werk. Aan de Amstel zijn alle rolluiken nog dicht, verderop in de Vijzelstraat en de Kalverstraat ook. Het valt de mensen allang niet meer op, maar iedere avond, tussen ongeveer zeven en tien uur, verandert het hele centrum in een veiligheidszone - met gepantserde en getraliede straten, videocamera's, alarminstallaties en bewakingsdiensten - die dan de volgende ochtend tussen negen en elf weer geleidelijk wordt ontmanteld. Het is jammer dat daar nooit een optocht tegen wordt gehouden.

Maar laten we niet mopperen. De bocht van de Herengracht is van oever tot oever afgedekt met een plankier waarop nu met bekwame spoed een grote feesttent wordt gebouwd. Degenen die ondragelijke hinder van de Eurotop zullen ondervinden, worden daar gecompenseerd, althans in de gelegenheid gesteld, ondragelijke hinder te veroorzaken aan degenen die in de bocht van de Herengracht wonen. Maar denk aan het Congres van Wenen en stel je voor dat de top hier ook zo lang zou duren. Twee dagen! Waar klagen we over.

Hoe begint het eerste deel van Sartre's Wegen der vrijheid ook weer? De sfeer van München hangt in de lucht. De staatslieden van de toenmalige wereld zijn nog met hun meest alledaagse zaken bezig. Ribbentrop staat zich te scheren, Daladier heeft een teen tegen de poot van zijn bed bezeerd, de veters van Chamberlain zitten in de knoop, een Spanjaard zit in een hittegolf in zijn New-Yorkse hotelkamer en denkt: 'Dit is een ziekte van de dampkring'. Dat weet ik zeker. De rest is ook wel mooi proza, maar er ligt een beproefde truc aan ten grondslag. Het is de constructie van de gelijktijdigheid. Wim Kok staat zich te scheren, Jacques Chirac merkt te laat dat de koffie te heet is, de gedachten van Hans van Mierlo gaan even terug naar Scheltema, Tony Blair loopt voor de achtste keer met uitgestrekte hand naar de staande spiegel toe, op de Dam ontwaken de eerste zwervers, in het Amstel Hotel wordt een Nederlandse mug door een Italiaanse diplomaat doodgeslagen, een meisje uit Meppel bereikt het beloofde appartement.

Amsterdam s'éveille! Nog drie dagen, en dan de twee dagen van de top. Eén ding lijkt me zeker. Ze zullen ons minder heugen dan de twee dagen van München.