Het Bureau (3)

Het is, vrees ik, onbegonnen werk de heer Werdmölder het verschil tussen literatuur en notulen, tussen een roman en een jaarverslag uit te leggen.

Wie, als J.J. Voskuil, over een benijdenswaardige 'propension à voir' (Julien Green, Journal 13 september 1958) beschikt en wat hij (niet: een ander) ziet in sterke, prachtig geschreven, dialogen kan neerleggen, is een kunstenaar. Zijn werk torent boven morele bezwaren (“...dat Voskuil een morele grens heeft overschreden”) uit, zoals bijvoorbeeld het ezelsproces tegen Gerard (van 't) Reve de heer Werdmölder had kunnen leren. Betweterige raadgevingen achteraf (“Voskuil had beter zijn vermogen tot precieze observaties kunnen aanwenden tot het schrijven van interessante boeken over oude gewoonten”) verraden een behoefte aan nuttige dingen, die ook een universitair docent niet siert. Gelukkig heeft Bordewijk in plaats van 'Karakter' niet een handleiding voor de deurwaarder geschreven.