Het Bureau (1)

Dr. Hans Werdmölder vindt dat J.J. Voskuil de wetenschappelijke wereld, zijn instituut, zijn vakgebied en zijn voormalige medewerkers geen dienst heeft bewezen met zijn romancyclus 'Het Bureau' (NRC Handelsblad, 10 juni).

Dat lijkt mij ook helemaal niet nodig. Er zijn zoveel schrijvers die hun ouders, hun (ex-)echtgenoot, hun broer, zuster, beste vriend etcetera geen dienst hebben bewezen met het schrijven van hun mooie boeken. Ook hebben zij misschien het 'klimaat van vertrouwen' dat bij schrijver thuis, op school en op de padvinderij heerste, geschonden. Bij mijn weten heeft Werdmölder nooit eerder bezorgde stukjes geschreven over deze literaire praktijk. Waarom dan nu wel, nu het een wetenschappelijk instituut betreft?

Hij geeft zelf het antwoord: Voskuil heeft een bom gelegd onder het Meertens-Instituut, welks directeur, J. van Marle, nu overweegt de afdeling Volkskunde op te heffen. Als dit zo is, zal Van Marle wel blij zijn dat Voskuil hem een excuus verschaft heeft om iets te doen wat hij toch al van plan was. Want niemand zal het toch in zijn hoofd halen om een instituut te reorganiseren alleen omdat een medewerker zijn ervaringen met dat instituut van twintig, dertig jaar geleden op schrift gesteld heeft.

Werdmölder is trouwens niet erg duidelijk over de geldigheid van Voskuils beschrijving. Ze geeft hem “vandaag de dag ook wel te denken”. Het tijdsbeeld is “funest voor de huidige beeldvorming”. Waarom? Zijn sinds Voskuils vertrek, tien jaar geleden, 'de deuren' niet 'wijd open gezet'? Er heeft een 'heroriëntatie plaats gehad', er zijn nieuwe mensen benoemd en gepromoveerd. Waarom zo angstig reageren op beschrijvingen van meer dan tien jaar geleden?

De plaats van Voskuil in het vak staat Werdmölder ook niet scherp voor ogen: “Wie neemt nog überhaupt het wetenschappelijk werk van Voskuil serieus?” oreert hij. Eerder in het stuk echter heet Voskuil “de verpersoonlijking van de volkskunde in Nederland” en lijkt het erop dat hij door Werdmölder serieus genomen zou kunnen worden. Ware het niet dat “een persoon die zegt zijn eigen vak, zichzelf en zijn medewerkers niet serieus te willen nemen” het niet verdient, door anderen serieus genomen te worden. Deze opmerking verdient wel een ereplaats tussen de reacties op 'Het Bureau'.