EMU schaduw boven 'Amsterdam'

AMSTERDAM, 14 JUNI. De Economische en Monetaire Unie (EMU) staat formeel niet op de agenda van de top van Amsterdam. Economische tegenwind en vooral de hoge werkloosheid in veel EU-landen hebben er toch voor gezorgd dat de muntunie als een schaduw boven Amsterdam hangt. Met name het zogeheten stabiliteitspact, dat budgettaire discipline moet garanderen nadat de muntunie is ingevoerd, heeft zich op de agenda gedrongen.

Ook voordat de discussie over het pact opnieuw losbarstte door toedoen van Frankrijk, kwam de muntunie al in zwaar vaarwater. Een tegenvallend economisch herstel leidde ertoe dat zowel Frankrijk als Duitsland niet strikt aan de toetredingseisen voor de EMU dreigt te voldoen.

De twee voornaamste eisen voor toetreding die in het Verdrag van Maastricht (1992) zijn neergelegd, zijn een begrotingstekort van niet hoger dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 1997, en een staatsschuld die niet hoger is dan 60 procent van het bbp. Zo strikt als met name de politieke discussie in Duitsland doet schijnen, zijn deze criteria niet. Het begrotingstekort mag hoger zijn dan 3 procent, mits het percentage tijdelijk boven de 3 procent is uitgekomen, of als het door de tijd een dalende lijn vertoont en dichtbij de 3 procent komt. Zo bezien is het geen probleem dat volgens de jongste projecties van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zowel Frankrijk als Duitsland op 3,2 procent uitkomt. In kringen van De Nederlandsche Bank geldt een percentage van 3,2 procent als afdoende, zoals bankpresident Duisenberg afgelopen donderdag nog eens onderstreepte. Sterker nog, een EU-lidstaat die bij de beoordeling van anderen koste wat kost vasthoudt aan een getal van exact 3 procent zou wel eens 'verdragsschennis' kunnen plegen. Ook de staatsschuldquote mag hoger zijn dan 60 procent om toch te voldoen, mits deze daalt in een bevredigend tempo.

Met name Duitsland heeft hier een probleem: de staatsschuldquote kwam vorig jaar net boven 60 procent uit, en stijgt dit jaar naar 62 procent. De mislukte poging van de Duitse regering om de goudvoorraad van de Bundesbank te herwaarderen, was dan ook vooral gericht om met de vrijkomende middelen de staatsschuldquote naar beneden te krijgen.

Dat een aantal lidstaten alle zeilen bijzet om exact in 1997 aan de criteria te voldoen heeft gezorgd voor het nodige onderlinge wantrouwen. Wat als de begroting in 1998 weer uit de hand loopt? Vandaar dat de laatste maanden meer de nadruk is komen te liggen op de 'houdbaarheid' van de begrotingen, waardoor ook de cijfers voor de staatshuishouding in 1998 zullen worden meegenomen bij het antwoord op de vraag welke landen zich voor de muntunie zullen kwalificeren.

Het wantrouwen, vooral van Duitse zijde, heeft ook geleid tot het stabiliteitspact. Daarin wordt afgesproken dat lidstaten die vanaf 1999 aan de muntunie deelnemen, voor eeuwig hun tekorten onder 3 procent zullen houden. Stijgt een lidstaat boven 3 procent dan moet deze een bedrag storten van 0,2 procent van het bbp. Voor elk procentpunt aan begrotingstekort boven 3 procent volgt een extra storting van 0,1 procent bbp, tot een maximum van 0,5 procent bbp. Is er na twee jaar niets aan het tekort gedaan, dan wordt het gestorte bedrag omgezet in een boete.

Alleen bij natuurrampen, of een zeer zware recessie met een economische krimp van meer dan 2 procent, is er automatisch dispensatie te krijgen. Bij een economische krimp van tussen 0,5 procent en 2 procent is het aan de ministers van Financiën van de EU om te bepalen of een lidstaat sancties krijgt opgelegd.

Hoewel het stabiliteitspact afgelopen maandag had moeten worden aangenomen door de ministers van Financiën, om op de top van Amsterdam te kunnen worden gefiatteerd, heeft de nieuwe Franse regering onder Jospin te elfder ure bezwaar gemaakt. Deze regering wil een grotere nadruk op werkgelegenheid en sociaal beleid als tegenwicht tegen de zeer financiële benadering van het stabiliteitspact. In Dublin, waar een halfjaar geleden een principe-overeenkomst werd bereikt over het 'pact', werd ook bepaald dat het vóór 1 juli moet zijn ondertekend.