Doodgewaand Real Madrid gered door televisiekijkers

Vanavond speelt Real Madrid tegen stadgenoot Atlético. Real heeft aan een gelijkspel genoeg om de Spaanse voetbalcompetitie te winnen. De terugkeer van een doodgewaande club.

MADRID, 14 JUNI. Als alles goed gaat is het vanavond feest in Madrid. Met een paniek die zich enigszins laat vergelijken met die van woonboot-eigenaren in Amsterdam bij een nakende Oranje-huldiging door de grachten, bereiden omwonenden van de Madrileense Plaza de la Cibeles zich voor op een slapeloze nacht. Hier zal de ploeg van Real Madrid na het veroveren van de landstitel het zwaar bewaakte fontijnstandbeeld beklimmen met de door leeuwen voortgetrokken praalwagen van Cibeles. Bij de vorige gelegenheid, drie jaar geleden, verloor de Moedergodin haar onderarm in de feestvreugde. Een leger van bijna 1.500 politie-agenten moet dit jaar de uitzinnige schare supporters op een afstand houden.

Real Madrid is weer helemaal terug van weggeweest. Weinig had het gescheeld of de Koninklijke was twee jaar geleden ten onder gegaan. Een monsterlijke schuldenlast van 170 miljoen gulden (volgens sommige calculaties zelfs een veelvoud van dit bedrag) dreigde de legendarische voetbalclub de kop te kosten. Een vooruitzicht waar vriend noch vijand op zat te wachten. Een Spaanse Liga zonder Real Madrid zou niet alleen tegen het surrealistische aan grenzen, maar bovendien de competitie en daarmee de verwachte inkomsten in een provinciaalse afgrond storten.

Over de hoofdverantwoordelijke van de bijna-ramp bestaat weinig twijfel: voormalig bestuursvoorzitter Ramón Mendoza. Met zijn uitzinnige spilzucht, financieel wanbeheer en ondoorzichtige transacties wist deze witgekuifde potentaat in zijn tienjarig bewind de club op de rand van de afgrond te brengen. Autoritair, arrogant, maar bij de spelers reuze populair vanwege de extreem hoge salarissen die hij uitbetaalde. Ook het Spaanse publiek kent vanouds een zwak voor sterke mannen: Mendoza werd weliswaar eind 1995 afgezet, maar nooit vervolgd voor zijn evidente knoeipartijen.

Met de zelfverzekerdheid van een gepensioneerde staatsman presenteerde de ex-voorzitter uitgerekend afgelopen week zijn memoires. Uit het boekje met de ondeugend bedoelde titel Dos pelotas y un balón (Twee ballen en een voetbal) valt weinig schuldbesef op te tekenen. Groot daarentegen is Mendoza's teleurstelling over zijn opvolger Lorenzo Sanz. “Sanz was lang een trouw dienaar van mijn project, een stille uitvoerder, die altijd in mijn schaduw opereerde”, zo schrijft Mendoza in het hoofdstuk met de veelzeggende titel 'Lorenzo Sanz, vriend en beul'.

“Aan mijn hand heeft hij leren lopen”, aldus Mendoza. Sanz leerde meer dan alleen lopen. Op de ledenvergadering eind november 1995 liet hij zijn heer en meester ijskoud vallen om zelf op het voorzitterspluche plaats te nemen.

Lorenzo Sanz, de 'Brutus van Real Madrid', heeft niet de dwingende aanwezigheid van zijn voorganger. Vanuit zijn Mercedes-sportwagen wil deze enigszins grofbesnaarde grondspeculant de pers nog wel eens inlichten over een voorgenomen aankoop of transfer. Bij tijd en wijle, zoals van een voorzitter van Real Madrid verwacht mag worden, spuit Sanz wat pesterijen aan het adres van collega Núñez van aartsvijand Barcelona. Zo bood hij de afgelopen week bij herhaling aan om Ronaldo van Barcelona over te nemen, mocht diens transfer naar Italië een probleem vormen.

Maar bij de buitenwacht bestaat niet de indruk dat Sanz het betrouwbare financiële genie is die de sanering van Real Madrid goed kan uitvoeren. Toch trok de Madrileense topclub ondanks de grote schuldenlast aan het begin van het seizoen voor een recordbedrag spelers aan. Voor 4,5 miljard peseta (60 miljoen gulden), meer dan de drie voorgaande seizoenen bij elkaar, werden Mijatovic, Suker, Carlos, Seedorf en de Italiaanse trainer Capello naar Madrid gehaald.

De oplossing van dit raadsel ligt niet zozeer in een grondige aanpak van de financiële noodsituatie, alswel in de spectaculaire stroom geld die loskomt via de uitzendrechten van de wedstrijden. De pay-per-view-systemen, waarbij de televisiekijker op bepaalde zenders via zijn decoder slechts betaald toegang krijgt tot een wedstrijd, gecombineerd met de algehele voetbalgekte die in het land heerst, heeft in Spanje tot een ongekende financiële revolutie geleid.

De nieuwe televisierechten leidde ertoe dat aan het begin van het seizoen een geldstroom van 32 miljard peseta (430 miljoen gulden) naar de Spaanse clubs vloeide. Dat was bijna vijfmaal zoveel als het vorige seizoen. De clubs kochten voor 350 miljoen gulden aan nieuwe spelers: een bedrag dat anderhalf maal zo hoog lag als in Italië of Groot-Brittannië.

Met de nieuwe televisiecontracten in de achterzak kon Real Madrid opgelucht ademhalen. Voor de komende vijf jaar lijkt een jaarlijkse liquiditeitsstroom van tegen de 50 miljoen gulden gegarandeerd. Daarvan kunnen de lopende rekeningen en de rente van de schuldenlast betaald worden en er blijft nog genoeg over. Een schuldsanering door middel van de verkoop van een deel van de grond van het trainingscomplex - specialiteit van de voorzitter - moet verdere verlichting brengen.

Aldus gered door de bel vocht Real Madrid zich met nieuwe energie door de competitie. Hoewel het Spaanse voetbal op een of andere manier altijd goed is voor vele bloedstollende momenten heerst bij het publiek enige teleurstelling. Alle investeringen ten spijt is het spelniveau in de Primera Division dit jaar onder de maat en Real Madrid vormt daarop geen uitzondering.

Opvallend is de waardering in Madrid voor het spel van Seedorf en de Braziliaan Carlos, twee spelers met een donkere huidskleur in de redelijk ongekleurde Spaanse samenleving. Zelfs de radicale Real Madrid-aanhang - de met runen-tekens behangen skinheads van Ultrasur - dragen de twee op handen.

De laatste week wordt het nieuws in Madrid beheerst door de confrontatie tussen Real Madrid op Atlético Madrid. Uitgebreid kwam het gezamenlijke etentje in beeld dat de trainers Fabio Capello en Radomir Antic afgelopen maandag hadden in het Madrileense restaurant Txistu. Het was zo te oordelen een gezellige onderonsje. “Waar zijn ook weer de koffers? Of zit het geld in deze zak”, zo wisten verslaggevers uit de mond van trainer Capello op te tekenen. Een grapje, zo werd erbij gezegd.

Dat Atlético in dit Madrileense onderonsje toch niets meer te verliezen heeft en dus in ruil voor wat financiële compensatie best bereid is iets minder zijn best te doen, behoort volgens deskundigen niet tot het gebruikelijke patroon van zaken. Barcelona zal de spelers van Atlético bij winst op Real Madrid een premie uitbetalen.

Maar in een afgeladen Santiago Barnabéu ligt een overwinning voor Real Madrid meer voor de hand. Al was het alleen maar door de toewijding van de fans. In de sjieke buurt rond het stadion werd de afgelopen dagen regelmatig geklaagd over Real-aanhangers die dagenlang voor het stadion bivakkeerden om een kaartje te bemachtigen. Wie in Madrid de stand wil weten, hoeft vanavond alleen maar zijn raam open te zetten.