'De trein is vertrokken en stopt niet meer'

Voor het eerst bestaat het Nederlands volleybalteam voor het merendeel uit speelsters die niet meer aan een club gebonden zijn. De vrouwen willen hun fulltime-programma in 2000 in Sydney bekronen met een olympische medaille.

ROTTERDAM, 14 JUNI. Het Nederlands vrouwenvolleybalteam heeft de weg ingeslagen naar olympisch succes. Met lange vrouwen, waar het bij de Spelen in Atlanta aan ontbrak. “Als je fysiek tekortkomt, is dat frustrerend”, zegt bondscoach Bert Goedkoop na afloop van de eerste van vier oefenwedstrijden tegen Japan.

Steeds meer vrouwen hebben hun club vaarwel gezegd en ingeruild voor een fulltime bestaan in het nationale team. Enkele geroutineerde internationals, zoals Erna Brinkman en Cintha Boersma, blijven aan clubs verbonden. Volgend jaar spelen ze in Braziliaanse dienst.

Twee vrouwen twijfelen nog over deelname aan het fulltime-programma: Jerine Fleurke, die afgelopen seizoen net als Brinkman in de Japanse competitie uitkwam, en Irena Machovcak. Elles Leferink dient komend seizoen haar contract uit bij Volco in Ommen en rondt haar MGDO-opleiding in Nijverdal af, waarna ze zich volgend jaar fulltime bij de spelersgroep zal voegen.

Het uiteindelijke doel van de missie is een plaats bij de eerste drie op de Olympische Spelen in Sydney. Vorig jaar werd het team van Goedkoop vijfde op de Spelen in Atlanta. Dat er niet meer in zat, was volgens de bondscoach een gevolg van “fysieke tekortkomingen. We hebben er nu lange meisjes bij en daar verwachten we veel van. We hebben nu een team dat in potentie verder kan komen dan de ploeg op de Olympische Spelen. In het verleden zijn we puur afgetroefd op lengte”, aldus Goedkoop.

Na het afscheid van speelsters als Henriëtte Weersing en Marjolein de Jong werd aan het arsenaal internationals een stel lange meiden toegevoegd. Drie nieuwkomers in de selectie zijn de enigen die 1.90 meter of langer zijn: Suzanne Luttikhuis (1.90 m), Mascha Timmer (1.91 m) en Francien Huurman (1.92 m).

In Amstelveen wonen al acht meisjes samen en binnenkort komt er volgens manager Johan van der Haar een negende bij. Timmer, Luttikhuis, Huurman, Claudia van Thiel, Chaine Staelens, Riëtte Fledderus, Jettie Fokkens en Kitty Sanders betrokken twee weken geleden twee flats in Amstelveen, niet ver van de Sporthallen Zuid in Amsterdam, waar de selectie traint. Daarmee is voor hen een einde gekomen aan lange reistijden. Bij het Katholiek Gelders Lyceum in Arnhem en de LOI volgen de meisjes onderwijs: de lesprogramma's gaan per fax naar de flats in Amstelveen.

Officieel begint het fulltime-programma in oktober, in een periode dat de meisjes normaal gesproken zouden terugkeren naar hun clubs, zegt directeur Jos Smulders van Top Volleybal Nederland (TVN), de autonome profsectie van de Nederlandse Volleybal Bond (NeVoBo). In werkelijkheid is de nieuwe weg al ingeslagen.

“De trein is vertrokken en stopt niet meer”, zegt Goedkoop. Aan boord is ook atletiektrainer Henk Kraaijenhof. Hij levert sinds enkele weken een bijdrage met adviezen over krachttraining en voeding, ook als onderdeel van het fulltime-programma, aldus manager Van der Haar.

Het vrouwenteam begon een paar weken geleden aan het eind van een survivaltocht in Noorwegen aan een lange reeks internationale toernooien. De eerste sparringpartner was het Noorse team. Deze week volgden in Gorinchem, Venray, Heino en Neede vier oefeninterlands tegen Japan. Het kwalificatietoernooi in september in Amsterdam voor de wereldkampioenschappen van 1998 en de EK een week later in Tsjechië, gelden voor Oranje als de twee belangrijkste evenementen. “Voor de opbouw van het team is vooral de kwalificatie voor het WK van belang”, zegt Goedkoop. “Zonder Brinkman en Boersma moeten we de nieuwe meisjes zo snel mogelijk op niveau krijgen.” Brinkman en Boersma zullen zich in september weer bij de selectie voegen.

“We hebben grenzen verlegd in de natuur”, zegt Goedkoop over het Noorse avontuur. “We hebben elkaar daar dondersgoed leren kennen, vooral mentaal. Met name Timmer en Luttikhuis hebben me positief verrast. Over twee jaar moeten die internationaal goed mee kunnen komen.”

Irena Machovcak, de van oorsprong Tsjechische volleybalster die gisteren haar 214de interland speelde: “Tijdens die survival hebben we elkaar in hele zware omstandigheden geholpen. We hebben nooit opgegeven. We zeiden bijvoorbeeld, 'we gaan de top van die 1.500 of 2.000 meter hoge berg halen', en dat hebben we gedaan.” Diezelfde vastberadenheid willen de vrouwen in hun spel tot uiting brengen, maakt Machovcak duidelijk.

Van der Haar is niet bang dat de groep op weg naar Sydney uit elkaar zal vallen. “Ze hebben er zelf voor gekozen om ervoor te gaan.” Het idee om het clubvolleybal de rug toe te keren en uitsluitend als international te trainen en te spelen, werd geboren op de Olympische Spelen in Atlanta. “Zij keken met een jaloerse blik naar het goud van de Nederlandse mannen”, zegt TVN-directeur Jos Smulders. De routiniers kwamen tot de slotsom dat de ploeg het niveau van dat moment niet zou overstijgen als alle vrouwen in clubverband zouden blijven spelen.

Van een 'Bankrasmodel' is geen sprake, zegt Smulders. Het Bankrasmodel is genoemd naar de Bankrashal in Amstelveen waar het mannenvolleybalteam zich vanaf 1988 als een hechte groep voorbereidde op grote toernooien, met als uiteindelijk doel olympisch goud. Om dat te bereiken hadden de mannen het clubvolleybal de rug toegekeerd.

Smulders: “Die jongens waren toen zo gedreven, dat er wel eens werd gezegd dat het een sekte was. Bij de vrouwen is het nu niet zo dat ze zich willens en wetens van de buitenwereld hebben afgesloten. Ze mogen allemaal doen en laten wat ze willen, er wordt nu alleen meer aan het volleybal gedacht. De mannen moesten het destijds zonder een aantal faciliteiten doen, terwijl voor de vrouwen alles is geregeld.” TVN zorgt naast studiemogelijkheden voor een maandelijks inkomen. “Daar kunnen ze redelijk van rondkomen”, weet Smulders.

Aanvankelijk was TVN niet blij met het initiatief van de vrouwelijke internationals. “Wij hadden de vrouwen onder contract en verhuurd aan topclubs. Dat doe je natuurlijk vanuit een visie, maar gebleken is dat deze werkwijze de speelsters niet naar het gewenste niveau heeft gebracht. Bij de clubs lag de nadruk namelijk meer op spelen dan trainen, en dat is logisch. Een fulltime-programma maakt die meiden alleen maar beter.”