DE OPWINDING VAN EEN BROKKENPILOOT

Jos Verstappen, Nederlands meest succesvolle Formule I-coureur, is nu al op zoek naar een nieuwe renstal voor volgend jaar. Dit voorjaar wist hij voor het eerst drie races achter elkaar uit te rijden. Morgen start de 25-jarige Limburger in de Grote Prijs van Canada.

Toen Jos Verstappen in 1994 bij Benetton zijn eerste race in de Formule I reed, voorspelde de Limburger dat hij binnen drie jaar wereldkampioen zou worden. Was de debutant naïef? “Ja. Toen wist ik nog niet hoe Formule I in elkaar zat. Het was m'n eerste jaar en het is heel anders gelopen. Maar het komt nog wel goed. Ik heb de kwaliteiten, nu de goeie auto nog.”

Tijdens de Grote Prijs van Spanje, eind mei in Barcelona, kwam Verstappen een stapje dichter bij zijn droom. Zijn roomwitte Tyrrell-Ford werd uitgerust met een krachtiger motor, een achtcylinder Ford Cosworth. Niet zelden weet Verstappen teleurstellende resultaten aan het feit dat hij kracht tekortkwam. Dat argument zou hij met zijn V8 ED5 niet gemakkelijk meer kunnen aanvoeren.

In Barcelona ging Verstappen per ronde bijna een halve seconde sneller over de baan, een aanzienlijke tijdwinst in een sport waar honderdsten van een seconde tellen. Hij deed niet mee in de strijd om de punten voor de wereldtitel, wel slaagde hij er in een Ferrari achter zich te houden. Hoewel de Italiaanse bolides over aanzienlijk meer pk's beschikken, zag de Ier Irvine geen kans Verstappen in te halen. Vooral tot verbazing van Ferrari-teambaas Jean Todt.

Barcelona 1997 was om een andere reden een memorabele race voor Verstappen. Op het Circuit de Catalunya waar hij vorig jaar door eigen schuld een vijfde plaats verspeelde en uitviel, reed hij voor de derde achtereenvolgde keer een Grand Prix uit. In zijn Formule 1-carrière, die aan de zijde van Michael Schumacher bij Benetton begon, was hij nooit vaker achtereen gefinisht dan twee keer, door mechanische problemen of door eigen fouten.

Verstappens liefde voor de auto werd geboren op een plek waar auto's werden gesloopt. Als kind bracht hij meer tijd door in de autosloperij van grootvader Verstappen in Montfort dan in het café van zijn ouders. Opa volgt de verrichtingen van zijn kleinzoon nauwlettend, maar niet meer van dichtbij. “Hij is één keer komen kijken, op de Nürburgring. Maar daar is hij zo van geschrokken, dat hij niet meer mee wil. Het gaat natuurlijk behoorlijk hard, zeker voor ouwe mensen.” Opa is 74 jaar, een jaar ouder dan de teambaas van de coureur, Ken Tyrrell. Sinds deze Brit eind jaren zestig zijn intrede deed in de Formule 1, heeft hij niet één race gemist.

Luxe en glamour zijn onlosmakelijk verbonden met het leven van een Formule I-coureur. Vorig jaar verhuisde Verstappen naar Monaco, waar hij met zijn vrouw Sophie een riant appartement bewoont. Hij rijdt in een Porsche of op zijn Italiaanse motorfiets, meer extravagantie is aan hem niet besteed. “Ik hou van autoracen, dat is mijn leven. Van alle glamour die er bij komt kijken trek ik me niet veel aan.”

Verstappen beantwoordt eerder aan het clichébeeld van de zuinige Hollander. Als hij zich per vliegtuig naar een Grand Prix verplaatst, reist hij economy class, niet zelden tussen fans. “Ik kan zo business class vliegen als ik dat wil, maar ik vind het onzin om daar het dubbele aan uit te geven. Je moet toch op een stoeltje zitten. Bovendien slaap ik de meeste tijd.”

Verstappen vliegt eenvoudig waar andere coureurs zich per privéjet verplaatsen. “Dat interesseert me niet. Ik laat me daar niet door gek maken. Ik probeer het op deze manier zolang mogelijk vol te houden.” Lachend: “Of er moet een sponsor komen die dat wil betalen. Maar op dit moment doen de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen helemaal niks. En als je dan bedenkt dat de mensen die er werken voor vijf procent of zo kunnen vliegen. Dan vind ik dat ze ook wel iets voor mij kunnen doen. We hebben wel eens een steentje opgegooid. Maar zonder resultaat.”

Grote bedrijven staan in Nederland niet in de rij om hun naam te verbinden aan Jos Verstappen en Formule I. “Nou moet ik ook eerlijk zeggen dat de prestaties op dit moment niet gigantisch zijn. Maar ze zullen er ook niet zo makkelijk komen als je geen sponsors vindt. Als je een goeie sponsor hebt en je komt bij een goed team, dan weet ik zeker dat de sponsors geïnteresseerd zijn. Normaal geproken heb je als Formule I-coureur sponsors nodig. Behalve dit jaar. Hier ben ik aangetrokken door m'n rijkwaliteiten. De sponsors die ik bij me had hebben apart met het team een deal gemaakt.”

Verstappen heeft enerzijds een fanclub met 10.000 leden, anderzijds is hij bij een deel van de bevolking het onderwerp van spot. Zijn dat de mensen die er geen kijk op hebben? “Ja, of mensen die minder geïnteresseerd zijn. Als mensen horen, hij is alweer uitgevallen, ja natuurlijk ben ik dan uitgevallen. Maar waardoor? Dat is niet altijd aan mij te wijten. Misschien moeten ze het team bekritiseren, in plaats van de rijder. Maar ja, de rijder heeft het altijd gedaan, want hij bestuurt die auto.”

Wie in Nederland de naam Verstappen noemt, doet dat als inleiding van een grap. Youp van 't Hek schreef dat hij met zijn zoontje op de snelweg reed en op de vluchttstrook een auto met knipperlichten zag staan. “Kijk, daar heb je Jos Verstappen”, zei de kleine Van 't Hek.

In hoeverre gaat Verstappen gebukt onder het imago van brokkenpiloot of pechvogel? “Dat steekt me niet. Ik weet wel beter. De mensen die zo denken, ach, daar heb ik m'n eigen mening over. Het hoort erbij als je in de picture staat. Maar ik moet zeggen dat het nu allemaal wel meevalt.”

De veel gehoorde vaststelling dat Verstappen de meeste races niet uitrijdt, is achterhaald en stemt niet meer overeen met de werkelijkheid. “Dat heb ik gewoon van vorig jaar overgehouden. Het blijft een mechanische sport. Het risico dat je uitvalt, is gigantisch hoog in de Formule I. Dat is niet alleen bij ons, dat is bij elk team. Het is mechanisch, dus alles kan kapot gaan, maar dit seizoen gaat het redelijk. Vier wedstrijden van de zes ben ik gefinisht en dat is best goed. Ik heb er dit seizoen al meer uitgereden dan het hele vorige seizoen. Maar vorig jaar, en dat bewijs ik nu ook weer, hadden we gewoon veel meer technische problemen. Vorig jaar zijn we tien keer uitgevallen door een technisch probleem. Vier keer ben ik gefinisht en twee keer heb ik zelf een fout gemaakt. En dit jaar is dat bepaalde team waar ik vorig jaar voor reed één keer aangekomen, met twee auto's.”

Verstappen wil dit seizoen meer races dan ooit uitrijden. Doet hij dat door zuiniger met zijn materiaal om te springen? “Nee, je moet gewoon hard blijven rijden en goeie rondetijden neerzetten. Anders kan je 'm beter in z'n vierde versnelling zetten en heel rustig over het circuit gaan. Dat is geen racen. Je moet er voor gaan en er tegelijkertijd voor zorgen dat je op de baan blijft.”

Hoewel het seizoen nog niet eens halverwege is, houdt Verstappen zich al bezig met volgend jaar. Hij wil weg bij Tyrrell en verkeert in het stadium van “contacten leggen”. Hoe dat werkt? “Je kent iedereen op het circuit. Je loopt de mensen zo tegen het lijf. Dan begin je te praten en van het één komt het ander. En ze houden je toch wel in de gaten. Ze weten best wel wie ik ben. En ik weet ook wel waar ik zou willen gaan rijden, dus eh... En daar probeer je toch wat vaker mee in contact te komen.”

Namen noemt Verstappen niet. “Dat ga je natuurlijk nooit verraden. Dat hou je zolang mogelijk voor jezelf.” Het is geen eenrichtingsverkeer, onderstreept hij. De belangstelling komt ook van de andere kant. “Jij kan wel iedere keer daar naartoe gaan, maar als de andere partij geen interesse heeft, laten ze je dat heel gauw merken.”

Hoewel bij Tyrrell Verstappen en teamgenoot Mika Salo gelijk behandeld zouden worden, blijkt de Fin in de praktijk de eerste rijder te zijn. “Zo voel ik het ook”, zegt Verstappen. “Dat is dit jaar al een paar keer gebleken. Ik ben best tevreden over het team en hoe het allemaal werkt, maar ze moeten iets meer voor mij doen. Zeker als je zoals ik nieuw bij een team komt, moet je er ietsje harder tegenaan gaan. Maar ze laten me een beetje rondfladderen en dat is niet goed.”

Gooien en smijten, dat doet Verstappen het liefst. “Daar wil ik mee zeggen dat je je lekker in je auto voelt. Dat je het uiterste uit die auto kan halen.” Maar soms is racen ronduit saai, bekent hij. Na de GP van Monaco was hij bijna in slaap gevallen op het stratencircuit, waar inhalen en hard rijden vrijwel onmogelijk is. “Af en toe rijd je maar rondjes totdat alle ronden op zijn. En dan ben je klaar.” Ook al was het saai, in Monaco werd Verstappen achtste: zijn beste prestatie dit seizoen.

Na een half uur komt Ken Tyrrell langs. “Dit is het langste interview dat ik een Formule 1-coureur ooit heb zien geven”, zegt zijn teambaas. Met een grap illustreert de Brit het gezegde dat tijd geld is. “Ik hoop dat hij je een aardige som geld betaalt.” De coureur speelt het spel mee: “Zal ik dan maar stoppen?”

Jos Verstappen kent geen angst. “Op het moment dat je angst krijgt, moet je de handdoek in de ring gooien.” De pasjes die toegang geven tot het rennerskwartier bevatten een regel die doet denken aan de waarschuwing op een pakje sigaretten: 'Motorsport is dangerous'. Staat hij er ook wel eens bij stil dat het elk moment afgelopen kan zijn? “Nee, dat moet je niet doen.” Over de dood heeft hij nog nooit met zijn vrouw gesproken, die hem bij de races vaak vergezelt. “Nee. Tuurlijk, je weet dat er gevaren bij komen, maar eh.. zo gauw je daar aan gaat denken, ben je verloren. Dat komt niet bij me op.” Ook niet na een ongeluk? “Misschien ben je effe voorzichtiger als je weer voor het eerst in een auto stapt, maar verder, nee.”

Als de head protector in Formule I-wagens vorig jaar niet verplicht was gesteld, bleek uit onderzoek, dan zou Verstappen zijn crash op 25 augustus vorig jaar op Francorchamps niet hebben overleefd. “Dat klopt. Daar was ik zelf al achter gekomen. Ik wist hoe hard de klap was, ik heb het zelf gevoeld.” Zijn liefde voor het circuit heeft er niet onder geleden. “De bochten, de snelheid, het hoogteverschil: het mooiste circuit wat er is.”

Terugkijkend op zijn carrière in de Formule 1 beseft Jos Verstappen dat het ook anders had kunnen lopen. “Je moet leren van de beslissingen die je genomen hebt en je moet je niet je hoofd gek laten maken door te denken: als ik dat gedaan had, was dat misschien gebeurd. We hebben in totaal elf WK-punten gescoord en die heeft nog nooit een Nederlander bij elkaar gereden. Dat vind ik best goed, maar er zit zoveel meer in.”