Dansen met veel lilling en trilling op World Roots

Concerten: World Roots Festival met o.a. Te Vaka en Habib Koite

Gehoord: 13/6 Melkweg Amsterdam. Het festival wordt vanavond vervolgd met Youssou N'Dour op de Herengracht en zondag besloten in het Concertgebouw met o.a. Khaled.

Er bestaan twee soorten wereldmuziek: de soort die het wel is maar niet zo heet en de soort waarbij het precies andersom is.

De eerste betreft muziek die de wereld al heeft veroverd, men denke bijvoorbeeld aan Bach en Beatles, de tweede moet die verovering nog maken en schuilt daarom voorlopig onder de veilige paraplu van de wereldmuziek.

Neem de groep Te Vaka, gecentreerd rond de familie Foa'i, daar heeft toch niemand ooit van gehoord? Behalve misschien in Nieuw Zeeland dan, want daar komen ze vandaan. Of beter gezegd daar 'zijn ze aangeland' want de ouders van leadzanger Opetaia kwamen van de eilanden Tokelau en Tuvala en zelf werd hij geboren op Samoa. Dat klinkt allemaal behoorlijk exotisch, en zo zag het er op het podium ook uit: de danseressen met de (piercingloze) navels bloot, en alle leden - ook de mannen - in een rokje, zij het vaak over een spijkerbroek. De muziek van deze band klonk minder exotisch en leek verrassend veel op die van de Lapse zangeres Mari Boine die donderdag optrad, folk met een forse dosis rock er in. Lapland - Nieuw Zeeland, het lijkt nauwelijks een afstand, tenzij men die aflegt met een kano, wat 'Te Vaka' schijnt te betekenen.

De in Senegal geboren zanger/gitarist Habib heeft in Nederland enige naam gemaakt door zijn cd Muso Ko en een flinke toernee vorig jaar juni. Zijn band met als ster 'talking-drum' speler Baba Sissoko draaide gisteren voortreffelijk, zowel in het traditionele repertoire met balofon en kora als in de moderne drie gitaren-bezetting. Het door een opmerkelijke modulatie gekenmerkte 'Fatma' kreeg een hallucinerende vertolking. Helaas werd later een kniebuiging richting (dans)zaal gemaakt waardoor de muziek te voorspelbaar werd.

Hetzelfde gebeurde bij de in Guinee geboren maar in Genève gevestigde Maciré Sylla. Tot middernacht werd haar wat snibbige stemgeluid gecompenseerd door een prettig funky en gevarieerd spelende band o.l.v. fluitspeler Cédric Asséo, daarna leek het motto 'alles voor het volk'. Sylla's prachtige gewaad verdween in de coulissen en wat eronder zat leek toegesneden op wat de volksmond 'droogneuken' noemt; dansen met veel trilling en lilling.

Bij het bruiloftsorkest van de Nubiër Ali Hassan is van vleselijkheid geen sprake, er wordt hoogstens op gepreludeerd. De heren zijn allen heel kuis gekleed en dragen, waarschijnlijk als bescherming tegen de spotjes, allemaal een vrolijke muts. De leider draagt echter een halve tulband en zingt met een gruizige stem die voor driekwart door de neus gaat over dingen die niemand verstaat behalve misschien Maria-Maria aan wie zijn lijflied is opgedragen. De muziek is bij dit alles recht op en neer, zelfs een opgedrongen echtgenoot van 65+ zou er een dansje op kunnen wagen. De bassist lijkt soms iets anders te willen, er slipt soms een stevige funklick doorheen, maar de toetsenman is volledig in zijn element. Een werelds huwelijk? Daar horen slingers en slagroom bij.