CDA vraagt advies aan zijn achterban

Het CDA is op onorthodoxe wijze bezig met de opstelling van zijn verkiezingsprogramma. De achterban heeft het voor het zeggen. 'Onze instelling is: zegt u het maar.'

ALKMAAR, 14 JUNI. Opeens schiet de thrill in het zaaltje. De overwegend middelbare CDA'ers veren op en rumoeren. De aanleiding voor hun opwinding telt slechts drie letters en heet AOW.

'Handen af van de oudedagsvoorziening', betogen de christen-democraten in cultureel centrum De Vest in Alkmaar. Fermheid en ongeloof gaan hand in hand. 'Het CDA gaat toch niet opnieuw de fout in door aan de oudedagsvoorziening te morrelen?', zo klinkt het. En: 'Heeft de partij nog niet genoeg geleerd van het echec van de vorige verkiezingen', krijgen leden van de programmacommissie te horen.

Veroorzaker van de opwinding is prof. H. Verbon, hoogleraar openbare financiën in Tilburg en lid van de programmacommissie. Hij heeft eerder in een krantenartikel betoogd dat ouderen mee moeten betalen aan de oudedagsvoorziening en nu wil een vertegenwoordigster van het Ouderenplatform wel eens precies weten wat 'de professor' daar mee bedoelt. Het gaat hier alleen om 'rijke bejaarden', om ouderen met een inkomen boven de 60.000 gulden, betoogt Verbon. “Om de oudedagsvoorziening betaalbaar te houden is draagvlak nodig”, legt hij uit. De nuanceringen zijn niet besteed aan het gehoor. Spreken over veranderingen in de AOW is in CDA-kringen nog altijd zoiets als het raken van een open zenuw.

De commissie die het verkiezingsprogramma opstelt, maakt een tournee door het land: om de achterban te raadplegen en de eigen inzichten te toetsen. Na de dramatische verkiezingsnederlaag van 1994 (twintig zetels verlies) is in het CDA het inzicht gegroeid dat de partij de achterban vergeten was. Die notie heeft geleid tot een cultuurbreuk, waarbij 'Den Haag' het land in gaat: niet om te zeggen hoe het moet, maar om te vragen hoe het kan. Waar vroeger het verkiezingsprogramma een exclusieve aangelegenheid was van de ministersploeg en een handjevol experts, verwerft de partij nu inzichten via hearings in het land. “We hebben bewust gekozen voor een open formule. Onze instelling is: 'Zegt u het maar',” aldus de voorzitter van de programmacommissie en vice-voorzitter van de partij, mr. P.C. Lodders-Elfferich.

Het CDA zoekt nieuwe wegen. De partij heeft een lange traditie in het maken van een programma als zittende regeringspartij. “We waren erg gewend om vanuit het regeren naar de werkelijkheid te kijken”, erkent Lodders. Met als resultaat een visie die vaak heel gedetailleerd uitpakte en dicht bij het beleid bleef. Zo kende het vorige verkiezingsprogramma een indeling met departementale hoofdstukken als was het de toelichting op de rijksbegroting.

Lodders ervaart de nieuwe werkwijze als 'heel succesvol'. Behalve leden vraagt het CDA vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties hun visie te geven. “We proberen zo in kaart te brengen wat er in de samenleving leeft.” De partij beperkt zich niet tot partijgenoten, maar zoekt de expertise ook bij niet-leden. Lodders: “Het valt mij iedere keer op dat buitenstaanders zeggen: 'jullie hebben stom geopereerd, maar jullie partij moet wel blijven'.”

Naast debatten in het land voert het CDA ook gerichte discussies met experts. Ook hier blijft de kring niet beperkt tot partijgenoten: niet om modieus te zijn, maar uit pure noodzaak. Waar vroeger ministers de expertise over maatschappelijke vraagstukken uit de departementen aandroegen, moet het CDA die als oppositiepartij nu buiten 'de loketten van de macht' zoeken. Daarvoor is een directe vorm gevonden. Op vrijdagmiddagen en zaterdagochtenden bezoeken experts het partijkantoor in Den Haag om te brainstormen. Daar komen mensen als CNV-voorzitter J. Westerlaken (geen lid), J. Weitenberg, hoogleraar openbare financiën en voormalig directeur van de christelijke werkgevers (wél lid). En hoogleraren als D. Post (gezondheidswetenschappen), E.J. Kimman (ondernemings- en bedrijfsethiek) en C.J. Rijnvos (economie).

Op de hoorzitting in Alkmaar eerder deze week was participatie het thema. Voor de programmacommissie ligt er een probleem waar ze niet uit is. Moeten vrouwen in de bijstand met jonge kinderen verplicht worden werk te zoeken? Voor het CDA strijden hier gezinsbeleid (de vrouw mag, maar moet niet buitenshuis werken) en armoedebestrijding (bijstandsmoeders hebben een slechte financiële positie) om de voorrang.

De wettelijke praktijk is, sinds anderhalf jaar, dat bijstandsgerechtigden moeten solliciteren als hun jongste kind ouder dan vijf jaar is. De programmacommissie wil die leeftijd optrekken naar twaalf jaar (als het kind de basisschool verlaat) of naar achttien (als het kind de middelbare school verlaat). De commissie denkt aan twaalf jaar, maar ze aarzelt nog, zegt voorzitter Lodders. “Wat vindt u?”, vraagt ze de aanwezigen. Een reeks adviezen bereikt de leden van de programma-commissie, maar een grens ergens tussen zestien en achttien jaar heeft de voorkeur van de achterban.

Wat voor programma schrijft het CDA deze zomer? Niet te dik en niet te gedetailleerd, waarschuwt de achterban. En wel graag duidelijk: we zijn tenslotte oppositiepartij, klinkt het nog onwennig in Alkmaar. De commissie denkt aan een essay, waarin vooral de visie van de partij naar voren komt. “We gaan geen opvattingen geven over alles en nog wat. We willen een wervend en aansprekend programma maken en dan moet je niet volledig willen zijn”, zegt Lodders.

De parallellie met de PvdA dringt zich op. In 1994, toen de PvdA wel regeerde maar werd verscheurd door discussie over de verzorgingsstaat, presenteerde die partij ook een essay: de PvdA verloor er twaalf Kamerzetels mee.