Wat scherven en een schaterlach

Frédéric Clément: De wissewaswinkel. Alices wondergoed. voor feesten en verjaardagen. Nederlandse bewerking Bart Moeyaert. Querido, 59 blz. ƒ 34,90

Je grijpt ernaar voor je beseft dat hij er niet ligt, de lucifer op bladzijde 7 van De wissewaswinkel. Zoals er heel veel dingen niet liggen, maar er wel zijn. De lucifer is gefotografeerd en hij wordt gedragen door een getekend mannetje 'Ferdinand: vent met vuurtjes'. De wissewaswinkel is een boek, maar ook een wissewaswinkel, hoe zal ik het zeggen. Er is een jufrouw Handelaar en die schijnt een 'bazaar vol droom- en wondergoed' te hebben. Dat blijkt tenminste uit de lange berijmde brief waaruit dit boek bestaat.

De brief is gericht aan haar, juffrouw Handelaar van de bazaar, en afkomstig van al genoemde Ferdinand ('vent met vuurtjes,/ en gravuurtjes,/ oude spiegels,/ miniatuurtjes,/ koopt de tijd en sloopt de ruimte,/ ruilt een wonder voor een droom'). Deze Ferdinand zou juffrouw Handelaar die geloof ik ook Alice heet, ('van de Wissewaswinkel') wel graag een verjaarscadeautje geven. Want ze is binnenkort jarig, maar als je een wissewaswinkel hebt dan heb je al zoveel spulletjes. Daarom vraagt Ferdinand of hij eens langs mag komen: 'ongetwijfeld heb ik ergens nog/ een droom van een droom,/ een wolk van een wonder/ voor u'.

Een verjaarsbrief is het dus, De wissewaswinkel van Frédéric Clément, inclusief catalogus en mogelijke verlanglijst, verlucht met foto's van, onder veel meer, een kikkerbillenbot en brokjes toverstok, olifanten ter grootte van een zandkorrel, het topje van de neus van Pinokkio, de kouseband van Sneeuwwitje (en ook haar poederdoos en haar lippenrood), een veer van een Engels vogeltje, een buisje krokodillentranen - enfin, van alles en nog veel meer en allemaal voor juffrouw Alice Handelaar om iets uit te kiezen.

En passant worden haar ook heel nuttige dingen verteld, zoals hoe de pianojager te werk gaat als hij wild klavier wil vangen: 'Hij wacht tot zo'n Bösendorfer bij het krieken van de dag slaapdronken staat te pielen onder een baobab, en sluipt dan zachtjes dichterbij, het zoutvat in de aanslag, en als de vleugel wil gaan vliegen, strooit hij snel een snuifje zout op de klep van het klavier. Dát is de manier!'

De tekst is levendig getypografeerd, in verschillende korpsgroottes, en voor de stukjes proza die het moeiteloze rijm onderbreken, is een schreefloze letter gebruikt. Elke bladzij is een kunstwerkje, doorschoten met tekeningetjes, foto's en aquarellen - het is net of je een rommelkist van de zolder opendoet waarin nu eens eindelijk iets echt leuks zit, allemaal spulletjes van vroeger die iemand honderd jaar geleden zorgvuldig heeft ingepakt. Spulletjes uit de tijd toen de sprookjes nog op aarde waren.

De restjes van die tijd zijn in De wissewaswinkel opgeslagen. Ze zijn al niet meer nieuw, maar dat is vaak juist de charme. Bijvoorbeeld de scherven van één van Assepoesters muiltjes: 'Al een poosje bevat dit doosje/ wat scherven en een schaterlach/ van het meisje Assepoes'. Dat is een aantrekkelijk verjaarscadeautje ('Een lach en scherven van geluk, wat kunt u meer verlangen?'). Ja, je zou wel graag juffrouw Handelaar willen zijn, van de wissewaswinkel en dan zo'n brief krijgen van meneer Ferdinand (ook wel graag in zo'n bewerking als deze, want meneer Ferdinand schrijft in het Frans en Bart Moeijaart heeft daar erg lekker Nederlands van gemaakt).

Tot slot biedt meneer Ferdinand een kist met sleutels aan, die op van alles passen (korenveld, sloot, sleutelbloem, boot) en dan voel je het al aankomen: 'de sleutel van mijn hart/ en van een bankje bij de zee/ met plek voor u en mij - voor twee', en dan nóg een sleutel, en uiteindelijk de sleutel die de toekomst open maakt ('wijdopen') en ook, romantisch: 'mijn armen voor u. Gegroet, lieve juffrouw Handelaar in droom- en wondergoed.'