Warme roerloosheid; Tempo Doeloe op video

“Het is wonderlijk hoe sterk sommige oude Indische beelden bij mij de sensatie van stilte oproepen, het gevoel van koele vloertegels onder je blote voeten.” Rudy Kousbroek bekeek videobanden met historische amateurfilms uit Nederlands-Indië.

Inlichtingen over de videofilms zijn te verkrijgen bij het Nederlands Filmarchief, tel. 030-2251251.

Sinds ruim tien jaar bestaat er iets dat ik een groot deel van mijn leven als een onbereikbare utopie heb beschouwd, namelijk de mogelijkheid zelf films in bezit te hebben zoals je boeken in je boekenkast hebt staan: een huisbibliotheek van films. Het is de video, die de huisbioscoop heeft mogelijk gemaakt. Advertenties voor collecties klassieken uit de filmgeschiedenis zijn nu al gewoon geworden.

De technische mogelijkheid bestond al veel eerder, maar er waren nog diverse kinderziektes en er bestonden verschillende systemen naast elkaar. In recente jaren zijn allerlei verbeterde systemen ontwikkeld, maar de strijd om de markt is nu voorlopig gewonnen door VHS. Merkwaardig genoeg is dat niet het beste systeem, maar soit.

Het was al vroeg duidelijk dat de mogelijkheid om zelf films te bezitten niet beperkt moest zijn tot speelfilms. Toen ik nog in Frankrijk woonde zag ik eens een programma op de televisie, samengesteld uit amateurfilmpjes uit de voormalige koloniën - vóór de oorlog gemaakt door Fransen in Indochina en Afrika, later gevolgd door een bloemlezing van soortgelijke amateurfilms afkomstig uit Engels bezit: huizen, tuinen en steden in India, vacantiefilmpjes gemaakt in de bergen (Simla, Darjeeling), opnamen van kampongs en plantages in de 'Straits Settlements' (het huidige Maleisië). Het bleef me bij als een soort wonder: die zonder raffinement gemaakte amateurfilmpjes van het dagelijks leven in de koloniën brachten op een aangrijpende manier een spoorloos verdwenen verleden tot leven. Het eigenaardige van perfectie is dat het soms meer afstand schept, en ongetwijfeld geldt dat nog sterker voor het koloniale verleden, waar bijna geen professionele film over bestaat die vrij is van propagandistische oogmerken; het ontroerende van die amateurfilmpjes was een soort onschuld, het ontbreken van gêne en van de neiging om de werkelijkheid te verfraaien.

Ik heb in die tijd zelfs nog naar de VPRO geschreven om hun aandacht te vestigen op dit soort materiaal en de mogelijkheid er iets mee te doen. Wat mij uiteraard ook voor de ogen zweefde was iets soortgelijks samengesteld uit amateurfilms uit Nederlands-Indië. Er kwam helaas geen reactie. In Indische krantjes zag je soms advertenties voor videofilms, samengesteld door een of andere ondernemende oud-Indischman. Steeds als het me wat leek heb ik het besteld, hoe duur het vaak ook was - en dan kreeg je iets thuisgestuurd van zo erbarmelijke kwaliteit dat je soms haast niet kon zien wat het voorstelde - vooroorlogse schoolfilmpjes voor het Christelijk onderwijs, documentaires over leprozenkolonies, propagandamateriaal, bedrijfsfilms, rijp en groen door elkaar, begeleid door slap geleuter en slecht gecopieerde krontjongmuziek.

Fascinerend

Er was met andere woorden een gat in de markt, maar dat gat is nu gelukkig bezig gevuld te worden door commercieel verkrijgbare videobanden, goed van kwaliteit en niet duur: de Tempo Doeloe-banden van een gespecialiseerd bedrijf genaamd 'Nederlands Filmarchief' (VDA Media Matters Bilthoven). Van deze selecties bestaan er nu vier, te weten:

Tempo Doeloe I - Oude filmbeelden van Nederlandsch-Indië 1910-1915. (Weltevreden - Kopo - Bandoeng - Batavia - het leven der Europeanen - het leven van den Inlander).

Tempo Doeloe II - Oude filmbeelden van Nederlandsch-Indië 1915-1925. (Pasar Malam in Medan - Javaanse immigranten in Deli - rijstbouw bij de Karo-Bataks - stadsbeelden van Bandjermassin - de theeplantage - 'Minah, het dienstmeisje').

Tempo Doeloe (III & IV) - Insulinde zoals het leeft en werkt, 1927 - 1940. (Java - Tandjong Priok - Batavia - Buitenzorg - Bandoeng - Garoet - Soerakarta - Djokjakarta - Soerabaja - Boroeboedoer - Madoera - Sumatra - Fort de Kock - Bali - vulkanen - Karo-Bataks - pasar - suikerindustrie - rubber- en theeplantages - batik-industrie - havens - stoomtreinen - Maroerese prauwen - rammengevechten - stierenrennen - lijkverbranding op Bali).

Nederlands-Indische Staatsspoor en Tramwegen, anno 1929; (Stationsgebouwen, Bruggen en viaducten, Stoomlocomotieven, Reizen door Indië).

Bij elkaar een uur of vier film. Het materiaal komt zo te zien voor een groot deel uit dezelfde bron (het Instituut voor de Tropen?), met het gevolg dat het didactische element een enkele keer wat te veel overheerst: al te uitvoerige details van de rubberfabricage, het sorteren van tabak en het verpakken van thee in kisten. Maar je neemt het graag op de koop toe: het meeste is werkelijk fascinerend en soms van verbluffende ouderdom, zoals opnamen van de stoet van een Regent in de Vorstenlanden, die van vóór de Eerste Wereldoorlog moeten dateren. Straatbeelden van Batavia, zo dichtbij dat het gevoel over je komt dat je er zo weer heen zou kunnen gaan. 'Medan, Pasar Malam ter gelegenheid van het 25-jarig Regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina, 1923'. Loopt mijn vader daar rond? Hij was daar toen, ik heb nog foto's van hem, gemaakt ter gelegenheid van datzelfde Regeringsjubileum, en ik kan me herinneren dat hij het wel eens had over die Pasar Malam, gehouden op de Esplanade, het centrale plein van Medan.

Sommige fragmenten zijn afkomstig uit documentaires uit de jaren '30: 'Over mooie zeeën naar de Tropen', 'Mooi Bandoeng', 'Heerlijke reizen naar het Tenggerland', 'Langs Java's mooie wegen' - alleen al dat intensieve gebruik van woorden als mooi en heerlijk (en machtig, zoals in 'Indië's machtige natuur'), heeft voor mij zo'n bekende en vertederende klank, het roept het timbre op van de stemmen van radio-sprekers op de NIROM en meer nog: hoe Indische toiletzeep rook, de geuren van de cosmetica die Indische dames gebruikten. Wat ik dan ook zie is hun sieraden. De sensatie van iets te ruiken is soms opeens overweldigend, zoals bij het zien van tuinen waar het kennelijk net heeft geregend. Een andere niet-visuele dimensie waar dat mee gepaard gaat is stilte.

Het is wonderlijk hoe sterk sommige oude Indische beelden bij mij de sensatie van stilte oproepen, van de rust die over het landschap kon liggen, het gevoel van koele vloertegels onder je blote voeten. Kijkend naar zulke beelden zou je willen dat het niet ophield, dat er geen eind kwam aan die films, het is werkelijk wat het dichtst nabij komt aan een terugkeer in de tijd.

Overigens kom je met gewoon foto's kijken ook een heel eind. De filmbeelden doen vaak denken aan de prachtige foto's die het Tropeninstituut sinds een poosje als prentbriefkaarten in de handel brengt, waaronder de hierbij afgedrukte foto van de ontspoorde locomotief en de mannen met witte pakken die er bij staan, een beeld dat ik als kind zo vaak heb gezien. Tjilaka besar, toean (groot ongeluk), kwam dan een boodschapper melden als er iets was ingezakt of weggespoeld of in brand gevlogen.

Witte pakken

Niet alle filmbeelden zijn plezierig om te zien. De 'sfeervolle beelden van Bandjermassin, de hoofdstad van Borneo, waarvandaan men olifanten, apen en tijgers naar Amerika exporteert' zijn wat mij betreft soms ondragelijk. Wat in sommige oude archieffilms ook frappeert is het vanzelfsprekende Eurocentrische superioriteitsgevoel: de Indonesiërs als interessante natuurmensen - iets waar nu zo'n enorm taboe op rust dat dat op zichzelf weer aangrijpend is om te zien - en bijna nooit als gewone mensen met gewone dagelijkse levens zoals wijzelf.

Zo zijn er belangrijke aspecten van de Nederlands-Indische samenleving die totaal buiten beschouwing blijven. Opvallend is bijvoorbeeld dat het lijkt of er in die tijd geen Indo's waren: er waren Europeanen en Inlanders, en daartussen was niets. Er bestaat vermoedelijk bijna geen filmmateriaal over: het zou de moeite waard zijn alles bij elkaar te sprokkelen wat er op dat gebied is te vinden en dat te gebruiken voor een apart aan dit onderwerp gewijde film.

Wat dat betreft geven die prentbriefkaarten, vooral de kaarten die worden uitgegeven door de Stichting Tong Tong een veel vollediger beeld. Over Tong Tong gesproken, de door deze stichting georganiseerde Pasar Malam van Den Haag opent volgende week: daar is altijd een goed aanbod van zulke video's. Een van de mooiste is die over de Indische spoorwegen - alleen al het stuk met de spoorbrug over de Serajoe, gefilmd vanaf een rijdende locomotief door 'Filmoperateur Carli', die verantwoordelijk is voor de meeste opnamen op deze band. Uit nieuwsgierigheid keek ik wat er over de Serajoe is te vinden in de Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (4 delen, uit het begin van deze eeuw) en vond tot mijn verrassing een hele bladzijde, geschreven in een schitterend nauwkeurige en tegelijk lyrische stijl zoals geen hedendaags academicus meer zou durven of zelfs kunnen.

SERAJOE. De belangrijkste rivier van Midden-Java en van de gansche zuidkust des eilands, ontspringt op de zuidhelling van den Prahoe (...) Langs den oever loopt over een half uur gaans de weg die van het Diëng-plateau naar Wonosobo voert, door een allerlieflijkst dal, waar het riviertje in zachten loop door een weide met ranonkels en viooltjes vloeit. Waar de ribben van Prahoe en Pakoewadja elkaar het dichtst naderen gaat dit dal over in een nauwe bergkloof en de weg volgt den smallen rug, die tusschen deze en het ravijn der tweede bronrivier is gelegen. Na beider vereeniging stroomt de rivier langs Kedjadjar, waar de wegen uit Bagelen en Semarang naar den Diëng samenkomen, en schiet dan in woeste vaart vlak langs den steilen voet van den Telerep (...) Hier neemt ze van de westzijde de spleetvormige afwatering van het Telaga Mendjer, de grootste der Diëng-meertjes, op (...) Maar wel het fraaiste deel van den rivierloop is de kloof, die de Serajoe door het Zuid-Serajoegebergte heeft uitgeschuurd en waardoor het meer van Banjoemas is leeggeloopen. Langs den oostoever is in dit schoone, steilwandige dwarsdal juist nog plaats voor een reeks van dorpen en dien oever volgt ook de stoomtram naar Poerwokerto...

En met die 'stoomtram' en Filmoperateur Carli dus ook de gelukkige kijker naar deze video.

De visie, of de 'vlucht' (en de literaire kwaliteit) van de geciteerde passage weerspiegelt geloof ik ook iets van het gevoel van grootheid en allure dat Nederlands-Indië gaf aan de mensen die er woonden en werkten, een gevoel dat (voor mij tenminste) nog steeds duidelijk is te voelen wanneer je zo'n video bekijkt, met die fraaie en lichte stations, die machtige 'berglocomotieven', die reusachtige spoorbruggen, stoutmoedig aangelegd langs hoge gebergtes, door mistige vlaktes en over diepe ravijnen, zoals hier in dit troosteloze pokkenland niet worden aangetroffen.

Indië verloren, rampspoed geboren. Soms, als ik naar die beelden kijk, ben ik weer twaalf en dan valt ineens de fysieke nabijheid van de komende oorlog als een schaduw over alles heen. Oh Barbara! Quelle connerie, la guerre (dat is een regel uit een wanhopig gedicht van Jacques Prévert over de vernietiging van de stad Brest en de grenzeloze stommiteit van oorlog) - ik zie diezelfde dorpen en straten, die bergen en die spoorbruggen, maar nu als decor van de komst der Japanners, banzai roepend met geheven armen, en vol met Japanse vlaggen; of de bruggen opgeblazen, de kampongs brandend: - ook dat zijn bekende beelden uit documentaire films, en ik krijg zin om een potje te janken.

Oh Barbara

...Au loin très loin de Brest

Dont il ne reste - rien.