'Torenhoge' kosten bij Albert Heijn voor euro

DIEMEN, 13 JUNI. De prijsaanduiding van een pot pindakaas veroorzaakt hoofdbrekens bij Albert Heijn nu de euro op komst is. In de supermarkten vinden wekelijks honderden prijsveranderingen plaats.

Aanbiedingen, seizoenschommelingen, veranderend assortissement en wisselende producentenprijzen moeten telkens worden aangebracht. Niet alleen per product, maar tegenwoordig ook per eenheid gewicht. Dat is al behoorlijk ingewikkeld, maar met de euro wordt het nog veel verwarrender.

Tussen 1 januari en 30 juni 2002 zullen volgens het introductieschema van de Economische en Monetaire Unie (EMU) zowel de nationale munten als de euro geldig betaalmiddel zijn. Voor Albert Heijn betekent dit dat in sommige gevallen de prijzen acht keer moeten worden aangebracht: de prijs in guldens, de prijs per kilo, de aanbiedingsprijs in guldens, de aanbiedingsprijs per kilo. Plus al deze prijzen in euro. Totaal: acht prijzen op de aanbieding van een pot pindakaas.

André Buitenhuis, senior vice-president voor financiën van Koninklijke Ahold, gaf dit voorbeeld op een presentatie van het Global Financial Panel, deze week georganiseerd door het European Research Center in Diemen. “Ik ben heel bezorgd over de reactie van de consumenten op de introductie van de euro en ik verwacht veel meer discussie en verzet dan er tot nu toe geweest is”, zei hij. Ahold, zo maakte hij duidelijk, hoort bij de eurosceptici. “Zullen we er ooit in slagen om de consumenten vreugde te laten beleven aan de introductie van de euro? Ik betwijfel het.” De technische en administratieve voorbereidingen voor de introductie van de Europese munt zijn bij Ahold inmiddels in volle gang, maar de kosten zullen “torenhoog” zijn, voorspelde Buitenhuis. Aanzienlijk hoger zelfs dan de kosten die het bankwezen moet maken. Volgens een onderzoek van KPMG, dat ook op het Global Panel werd gepresenteerd, bedragen de omschakelingskosten voor het Europese bankwezen 19 miljard gulden en voor de Europese detailhandel 55 miljard gulden.

Vooral het dubbele prijssysteem gaat Ahold - en andere winkelketens - tijd en geld kosten. Ahold heeft berekend dat de omwisselingshandeling bij het afrekenen gemiddeld 15 seconden extra per transactie zal kosten. Bij ruim zes miljoen kassatransacties per week betekent dat 26.000 uur extra en voor de overgangasperiode van zes maanden in 2002 een totaal van 680.000 uur extra werk. Voor alle Nederlandse supermarkten samen zou het neerkomen op tweeëneenhalf miljoen uren extra werk.

Ahold bepleit daarom om de introductie van de euro niet uit te smeren over een periode van zes maanden waarin de nationale munten parallel geldig zijn, maar in één keer met een big bang de overgang te maken. En dan niet op 1 januari 2002, vlak na de drukste maand van het jaar wanneer er geen tijd voor voorbereidingen is, maar bij voorkeur op 1 februari 2002.

Op grond van een onderzoek van de Europese organisatie van winkelbedrijven schatte Buitenhuis de kosten “op 1,1 à 1,8 procent van de omzet”. Daaraan verbond hij een duidelijke waarschuwing: “Compensatie is een absolute vereiste. Anders kunnen de winkeliers niet deelnemen aan de introductie. Zo eenvoudig is dat.”

De compensatie moet volgens de Aholdbestuurder verstrekt worden in de vorm van een korting op de BTW-afdracht. Op die manier kunnen de omschakelingskosten direct verrekend worden met de fiscus. En krijgt de klant bij de kassa niet met lastig uitlegbare prijsverhogingen te maken.