Segregatie in een ideologisch jasje

Nathan Glazer: We Are All Multiculturalists Now. Harvard University Press/Cambridge London, 179 blz. ƒ 46,90

Assimilatie van immigranten heeft afgedaan in Amerika. Tenminste als overheidsbeleid. Multiculturalisme, de ideologie, die iedere subcultuur in haar waarde laat, wordt door bijna iedere Amerikaan min of meer aangehangen. Dat is de conclusie van Nathan Glazer, socioloog en emeritus hoogleraar aan Harvard. De titel van zijn boek We are all multiculturalists now is een variatie op de historische uitspraak van de Republikeinse president Richard Nixon in 1971 over de economische denkwijze die aanvankelijk was voorbehouden aan New Deal democraten: 'Wij zijn nu allen Keynesianen'. De tegenstanders van multiculturalisme 'zijn zo onbetekenend in het Amerikaanse publiek en het intellectuele leven dat ze nauwelijks kunnen worden onderscheiden in het publieke debat', aldus Glazer.

Het boek is een momentopname van de Amerikaanse obsessie van de laatste vijftien jaar. Glazer, aanvankelijk voorstander van een amerikanisering van alle minderheden, heeft zich bij de geest van zijn tijd neergelegd.

Op opiniepagina's wordt nog strijd gevoerd over de mate waarin multiculturalisme wordt toegelaten, met name in het onderwijs. Maar in de praktijk is er al veel veranderd. De geschiedenis van Europa en de Amerikaanse revolutie maakt plaats voor les over de ondergrondse hulp voor zwarte slaven, Martin Luther King en wat er nog historisch kan worden bijeengegraaid uit de verschillende werelddelen. In de deelstaat New York is Europese geschiedenis vervangen door wereldgeschiedenis. Nu heet het 'Globale Studies'. Columbus komt niet meer aan bod, wel de vijftiende eeuwse Chinese admiraal Zheng He. Er wordt les gegeven in de geschiedenis van de Nubiërs en de Kush, twee zwarte volkeren aan de oorsprong van de Nijl die met de Egyptenaren handel dreven. Voor de wereldgeschiedenis waren ze niet belangrijk maar wel voor het zelfbewustzijn van zwarte leerlingen. Zij verdienen ook voorvaderen die in het jaar 1000 voor Christus al betekenis hadden. Met als gevolg dat weinig scholieren Stalin of Churchill kennen. Ze leren over Rosa Parks, de zwarte vrouw die begin jaren zestig in het blanke gedeelte van een gesegregeerde bus stapte.

Volgens Glazer betaalt Amerika met het multiculturalisme voor haar onvermogen om zwarten in de zelfde mate te integreren als andere etnische groepen. Het is feitelijke segregatie van zwarten in een ideologisch jasje. Aan universiteiten zijn zwarte studenten de gangmakers voor de aparte groepsnormen. Alle andere groepen die het Amerikaanse multiculturalisme aandraagt (van latino's, Aziaten en vrouwen tot homo's) laten, op een paar fanatiekelingen na, zich een voorkeursbehandeling aanleunen zonder er zwaar aan te hechten. Want het gaat, nu de desegregatie grotendeels mislukt is, vooral om de inpassing van de zwarten in de samenleving.

Na de massale immigratie sinds de jaren zestig van groepen buiten Europa is de kloof tussen zwart en blank verbreed tot een tegenstelling zwart versus niet-zwart. In Nederland is de kloof veel kleiner. Hier werd het begrip 'multiculturalisme' ook eerder geïntroduceerd dan in Amerika, namelijk toen men ontdekte dat immigranten hun land van herkomst niet meteen van zich afwerpen. Maar terwijl de Nederlandse overheid zich stort op assimilatie van immigranten, durven Amerikaanse politici dat woord nauwelijks nog in de mond te nemen bij niet-Europese etnische groepen.

In de vorige eeuw was menging van Europese immigranten in de Amerikaanse smeltkroes vanzelfsprekend. Op school walste de amerikaniserings-machine over de kinderen heen. Ze leerden over de vader des vaderslands George Washington, de vlag en de Europese geschiedenis. De xenofoben van toen vonden zelfs dat Aziaten, joden en zwarten teveel assimileerden.

Zwarten hoorden echter niet tot degenen die moesten worden veramerikaniseerd. De term 'ras' werd gebruikt in de betekenis van 'bevolkingsgroep'. Het in 1919 opgerichte Inter-racial Council was niet bedoeld voor de integratie van zwarten maar van slavische, Italiaanse, Duitse, Ierse en joodse immigranten. Ook de tegenstanders van assimilatie, die pleitten voor de instandhouding van de uniciteit van sommige 'rassen', bedoelden daar geen zwarten mee. Zo stelde de socioloog Robert Park in 1930 dat 'de neger nog steeds in zekere zin wordt beschouwd als een vreemdeling, een vertegenwoordiger van een buitenlands ras'. Zelf streefden de zwarten, hun vertegenwoordigers en intellectuele elite, wel naar assimilatie. Integratie tot volledige gelijkheid was de grondgedachte achter de burgerrechtenbeweging. Wetten moesten discriminatie bij huurhuizen, hypotheek en ruimtelijke ordening gaan verbieden.

Glazer was indertijd een bekende tegenstander van positieve actie, waarbij zwarten een steuntje in de rug kregen bij toelating tot onderwijs, huizen of banen. In zijn boek, getiteld Positieve Discriminatie (1975) verzette hij zich tegen de verdeling van banen, niet op grond van verdienste maar op grond van statistische groepsnormen. Inmiddels staat Glazer welwillend tegenover voordeeltjes voor achtergestelden. 'Er is niets dat de geest scherper concentreert op een vraagstuk dan de ontdekking dat men het bij het verkeerde eind heeft gehad'. Hij geeft toe dat de zwarten het algemene assimilatiepatroon van andere bevolkingsgroepen hebben gemist.

Glazer deed zijn ontdekking als lid van een commissie die richtlijnen voor een multicultureel lesprogramma moest opstellen. Hij was een van de gematigde conservatieven die meer evenwicht moesten brengen in de adviezen van de deelstaatregering aan scholen. De klinkende veroordeling van het 'eurocentrisme' in het eerste rapport A Curriculum of Inclusion had eerder grote verontwaardiging gewekt. Dit advies, waaraan ook omstreden Afro-centrische academici hadden meegewerkt, zag leden van minderheidsgroepen als 'slachtoffers van eeuwenlange intellectuele en educatieve onderdrukking'. Negatieve typeringen en de 'afwezigheid van positieve aanduidingen hebben een verschrikkelijk schadelijk efect op de psyche van jonge mensen van Afrikaanse, Aziatische, Latijnse en Indiaanse afkomst', aldus het rapport.

Maar ook in de nieuwe, gematigde commissie waarin veel mensen uit de praktijk van het onderwijs zitting hadden, trok niemand de waarde van multiculturalisme in twijfel. Dat verraste Glazer. Een leraar die hij raadpleegde, zei dat het hem niet uitmaakte wat er werd onderwezen, mits de leerlingen maar zouden leren lezen en schrijven. Glazer aanvaardt dat argument in zijn boek. Toch vertrouwt hij op integratie op de lange duur.

De aankomende generatie krijgt nu op school les in slachtofferschap en het opeisen van rechten. De Constitutie en de Amerikaanse traditie van democratisch zelfbestuur worden verwaarloosd. Te Westers in de optiek van de multiculturelen. Zo heeft het politieke cynisme uiteindelijk de klaslokalen bereikt.

Glazer haalt daar de schouders bij op. Ten onrechte. Want een democratische mentaliteit met rechten en plichten moet onderhouden worden. Gelukkig zijn er veel Amerikanen die daar nog zo over denken. Glazer verkeert in kringen van academici en onderwijskundigen. Multiculturalisme is daar het populairst. Daarbuiten levert het botsingen op, met schoolbesturen en volksvertegenwoordigingen. Aziaten en latino's willen liever integreren dan in hun oude cultuur blijven hangen. Zoals Keynesianisme in de overheidsfinanciën zal multiculturalisme als mode in het onderwijs sneller overwaaien dan het groepsdenken dat dit heeft voorgebracht.